De Ganges van Groot-Brittannië

Voor Neanderthalers en voor de hindoes van nu is de Theems de laatste rustplaats voor hun geliefden. Op dit water heerst ‘de spirituele democratie van de simpele ziel’, vindt Peter Ackroyd

Peter Ackroyd: Thames. Sacred River. Chatto & Windus, 490 blz. € 44,–

De brug over de Theems met het fraaiste uitzicht op Londen is Waterloo Bridge. Ten westen staan Big Ben en de parlementsgebouwen, aan oostelijke zijde ligt de City met de komkommervormige wolkenkrabber, bijgenaamd de ‘Erotic Gherkin’. Aan de zuidoever torenen moderne kunstpaleizen, aan de noordoever statige panden. De brug is echter niet alleen een geliefde plek voor dagdromers, maar ook voor mensen die hun leven willen beëindigen, vandaar bijnamen als de ‘Lover’s Leap’, de ‘Arch of Suicide’ en de ‘Bridge of Sorrow’. Heinrich Heine en Charles Dickens schreven over het zwarte gevoel dat ze op Waterloo Bridge kregen. Deze visies en emoties heeft Peter Ackroyd nu samengevat in zijn biografie Thames. Sacred River – voor hem een rivier van leven en dood.

Op het eerste gezicht is de Theems een zeer Engelse rivier: nooit het middelpunt van extreem natuurgeweld, met 346 kilometer aan de bescheiden kant en gevarieerd zonder ooit spectaculair te worden. De geschiedenis van de Theems lijkt bovendien niet veel te verschillen van die van andere rivieren. Kortom, deze praktische rivier is geschikt voor een functionele, nuchtere en chronologische analyse. Die begint met de vorming van de rivierbedding 170 miljoen jaar geleden, gevolgd door de komst van het water in de oude steentijd, de Romeinen die er de nederzetting Londinium aanlegden, de Noormannen met hun paleizen, Londen Bridge als een premoderne winkelarcade, de mini- ijstijd in de 17de eeuw met de schaatsfeesten, de schilderijen van Turner, de industriële revolutie met de dokwerken en de zielloze nieuwbouw aan de oevers.

Dit alles komt vanzelfsprekend ter sprake in de 45 hoofdstukken. Maar Ackroyd is ambitieuzer: Hij was niet voornemens een no-nonsenseboek over de Theems schrijven, maar een biografie waarbij het onderwerp tot leven moet worden gewekt, bijvoorbeeld door het scheppen van een spanningsboog tussen leven en dood. Omdat de Theems volgens Ackroyd niet vatbaar is voor een rationele analyse, is de biograaf met een spirituele verhandeling gekomen. Hij heeft op figuurlijke wijze een sprong vanaf Waterloo Bridge gemaakt om de ziel van de rivier bloot te leggen, om verder te gaan waar de oppervlakkige waarneming ophoudt.

Dat hij bij zijn psychoanalyse in het bijzonder op zoek is naar de donkere kant van de Theems wordt al duidelijk op de harde kaft waarop geen elegant schilderij van Canaletto staat of een foto van de Henley Royal Regatta, maar een afbeelding van de aanleg van een tunnel onder de Theems. Al vlot zet hij de toon door de naam ‘Thames’ te herleiden tot ‘Tamasa’, wat in het Sanskriet ‘donker’ betekent en bovendien de naam is van een zijrivier van de Ganges. Sterker, bij Ackroyd wordt de Theems het Engelse equivalent van de Ganges. Hij beschrijft de rituele offers die in de loop der tijd aan de Theems zijn gebracht en aan de geneeskrachtige werking die van het water zou uitgaan, wat heeft geleid tot de bouw van ziekenhuizen langs de oevers. Zelfs in de tijd dat de rivier zo onwelriekend was dat koningin Victoria en haar man Albert een pleziertocht ooit kort na het uitvaren afgelastten, werd het water gebruikt om thee te zetten en de haren te wassen.

Kapseizen

Waar de Ganges volgens de hindoestaanse traditie deel uitmaakt van Shiva’s kapsel, is Ackroyds ‘Father Thames’ een heilige rivier. Langs de oever, zo telde de schrijver, , staan meer dan vijftig kerken die genoemd zijn naar de Heilige Maagd. Dat de christelijke betekenis van de Theems in de loop van de eeuwen aan kracht verloren heeft en schippers niet meer bang zijn om te kapseizen wanneer er een monnik meevaart, betekent niet dat de rivier aan spirituele kracht verloren heeft. Britse hindoes proberen vandaag de dag toestemming te krijgen om hun urnen te legen in de rivier. Daarmee halen ze niet alleen een stukje India naar Engeland, maar ook het verleden naar het heden, want het waren de Neanderthalers al die de rivier als een kerkhof gebruikten.

Dit anachronisme sluit aan bij Ackroyds uitgangspunt dat het hier gaat om een stuk oernatuur dat als een tijdloze indringer door het gecultiveerde Engelse platteland en Londen stroomt, het oudste element van Londen, iets wat nimmer verandert. Het laat zich op barmhartige wijze gebruiken door de tijdelijke passanten langs de oevers en zuigt alles als een spons in zich op. Het interessante van Ackroyd is dat hij een metafysische exercitie over de Theems als ‘vloeibare geschiedenis’ weet te concretiseren door middel van historische gegevens. Zo stierven, meldt hij, nogal wat arbeiders tijdens de aanleg van de oudste, eind 19de-eeuwse Rotherhite-tunnel, de eerste riviertunnel ter wereld, door het vuil, de pap der tijden die zich onder de rivierbodem had gevormd.

Er waren, zeker in de begindagen, overigens weinig Londenaren die graag gebruik maakten van de spookachtige tunnels onder de Theems, want dat was een geniepige manier om de watergoden te misleiden. Wijze mensen nemen de brug; gekken gaan onder de rivier door, luidt een oude wijsheid. Ackroyd zelf schrijft over zijn eigen onbehagen bij het lopen door de voettunnel tussen Greenwich en de Isle of Dogs, dat voortkomt uit het besef dat er miljoenen liters water per seconde boven zijn hoofd stromen. Het typeert volgens hem de mengeling van fascinatie en vrees die de Theems oproept, gelijk het sublieme in de kunstfilosofie.

Jack the Ripper

Ackroyd heeft, zoals gezegd, een meer dan gemiddelde interesse voor de Theems als de rivier van de dood. Hij weidt uit over Deadman’s Dock in Oost-Londen, de laatste halte voor ontzielde lichamen, zoals die in Hitchcocks Frenzy. Wanneer de doden deze ‘halte’ missen, zijn ze voorgoed verloren en drijven ze naar de Noordzee, langs de rivierdelta, door Joseph Conrad omschreven als één van de donkerste plekken ter wereld. Ackroyd vertelt het verhaal van een meisje dat haar familie verloor bij een ongeluk op de rivier en zelf een paar jaar later slachtoffer werd van Jack the Ripper. Het is opvallend dat Ackroyd in zijn fascinatie voor de zelfkant van de Theems geen gewag maakt van bankier Roberto Calvi, die in 1982 bungelde onder Blackfriars Bridge, of de spion Georgi Markov die, een paar jaar eerder, op Westminster Bridge een dodelijke prik met een paraplu kreeg.

Waar mogelijk benadrukt Ackroyd de nietigheid van de mens, van visser tot koning, ten opzichte van de rivier met haar spirituele autoriteit. Het water wordt enigszins in bedwang gehouden door de Thames Barrier, maar niemand kan het echt beheersen, ook koningen niet. Het past in Ackroyds universum dat King John op een eilandje ter hoogte van Runnymede, een kleine achthonderd jaar geleden, de Magna Carta ondertekende en zodoende zijn onderdanen vrijheden schonk. Op het water van de Theems heerst ‘de spirituele democratie van de simpele ziel’.

Het is één van Ackroyds apodictische stellingen die geknipt zijn voor een documentaireserie op basis van dit boek. Gaandeweg kwalificeert hij de Theems als ‘het oog van de aarde’, ‘the other world’, ‘de vrouwelijke ziel van de wereld’, ‘een vrijheidszone’, ‘de echokamer van de stad’, ‘het domein van heiligen’, ‘de Proteus van de werkende wereld’ en ‘een verdwaald stukje Eden’.

Net als zijn onderwerp volgt Ackroyd zijn eigen weg en laat daarbij weinig gelegen liggen aan tijd, ruimte of empirische discipline. Geologische feiten worden afgewisseld door geanimeerde beschouwingen over waternimfen, dokwerken en de eeuwige wederkeer. George Bernard Shaw beweerde ooit dat de Engelsen, nu eenmaal geen spiritueel volk, cricket hebben uitgevonden om een idee te krijgen van eeuwigheid. Voor wie de cricketregels te moeilijk vindt, is er nu Ackroyds Thames.