De Faust van de raketindustrie

Bij het ontwikkelen van zijn raketten, in Duitsland én Amerika, ging Wernher von Braun slinks en gewetenloos te werk. Waarom moest hij nooit terechtstaan?

Michael J. Neufeld: Von Braun. Dreamer of Space, Engineer of War. Alfred A. Knopf, 587 blz. € 30,–

Toen zijn moeder hem eens vroeg wat hij later wilde worden antwoordde de ongeveer 10-jarige Wernher von Braun dat hij mee wilde helpen draaien aan het rad van de vooruitgang. Het is niet voor niets dat Michael Neufeld zijn indrukwekkende biografie van deze Duits-Amerikaanse raketingenieur met deze anekdote begint. Von Braun was een genie, hij wist al heel vroeg wat hij wilde en heeft zijn hele leven erop afgestemd om die droom – de mens in de ruimte brengen – in vervulling te doen gaan. En het zou hem lukken. De door hem ontwikkelde Saturnus V-raketten brachten tussen 1967 en 1973 meer dan twintig Amerikaanse astronauten de ruimte in en stelden een aantal van hen zelfs in staat op de maan te wandelen.

Maar om zover te komen had Von Braun al vroeg in zijn carrière, net als Goethes Faust, een pact gesloten met de duivel. In opdracht van het Duitse leger ontwikkelde hij namelijk de V2-raket, die niet alleen dood en verderf zaaide in Londen en Antwerpen, maar die met hulp van duizenden gevangenen onder afschuwelijke omstandigheden in elkaar werd gezet. Toch stond hij nooit terecht als oorlogsmisdadiger. Pas na zijn dood zou de waarheid over zijn verleden naar buiten komen. Het valt niet mee om van zo’n leven een genuanceerd beeld te schetsen. Maar waar velen vóór hem vervielen in hagiografie of veroordeling, is dat Neufeld, hoofd van de afdeling ruimtevaartgeschiedenis van het Smithsonian’s National Air & Space Museum in Washington, wonderwel gelukt.

Wernher von Braun, in 1912 geboren als middelste zoon van Pruisische landadel uit Silezië, krijgt op de middelbare school een visionair boekje over ruimtereizen in handen, geschreven door een Duitse gymnasiumleraar natuurkunde. Hij is verkocht, begint te experimenteren met vuurwerk en chemicaliën en treedt toe tot een groepje gelijkgestemden, de Verein für Raumschiffahrt. Het is een tijd waarin velen experimenteren met raketten, maar met zijn successen trekt Von Braun de aandacht van het Duitse leger, dat hem in 1932 inlijft voor de ontwikkeling van raketten met chemische wapens.

Von Braun heeft daar al geen enkele morele twijfel over. Volgens Neufeld zag hij toepassing van de raket als wapen als een vervelende maar noodzakelijke fase in de ontwikkeling naar het ultieme doel, het onderzoek van de ruimte en de planeten. Binnen vijf jaar leidt Von Braun een groep van een paar honderd man, die in Peenemünde, een afgelegen vissersdorpje aan de Baltische kust, werkt aan de ontwikkeling van wat later de V2 zou worden. Hij is dan al lid van de nationaal-socialistische partij en wordt later zelfs, zij het onder dwang, SS-officier. Zijn eerste triomf komt in oktober 1942 wanneer hij en zijn team van ingenieurs een raket honderd kilometer omhoog weten te schieten.

Wonderwapen

Voor de nazi’s wordt het speeltje van Von Braun een potentieel wonderwapen dat voor hen het tij wellicht kan keren. Maar dat blijkt een misrekening. Er vallen weliswaar vele honderden V2’s met name op Londen en Antwerpen, maar dat heeft nauwelijks invloed op het verloop van de oorlog. Achteraf bezien heeft de grootschalige productie van V2’s zelfs negatief uitgepakt voor de Duitsers, omdat de raket even veel kostte als een straaljager, en toch maar één keer te gebruiken was.

Als Peenemünde is gebombardeerd gaat de productie van de V2 over naar een ondergrondse fabriek in de Harz waar gevangenen uit het nabijgelegen concentratiekamp Dora-Mittelbau gedwongen worden onder onmenselijke omstandigheden te werken en te leven – zestien uur per dag, zonder licht, zonder water, zonder sanitair. Alleen al in de eerste drie maanden van 1944 sterven er vijfduizend mensen. Von Braun is weliswaar niet direct bij de productie betrokken, maar moet volgens Neufeld geweten en zelfs gezien hebben wat er gebeurde, maar hij protesteert niet: ‘Hij was een apolitieke opportunist.’

Tegen het einde van de oorlog arresteert de Gestapo hem wegens verraad en sabotage van het programma. De tien dagen die hij in de gevangenis doorbrengt gebruikt hij later om er op te wijzen dat ook hij een slachtoffer was van het regime. Maar aan de hand van documenten laat Neufeld zien dat de arrestatie eerder een gevolg was van een interne machtsstrijd over de zeggenschap over het rakettenprogramma en niets te maken had met wat voor subversieve activiteit van Von Braun dan ook.

Leugenaar

Als de Amerikanen naderen gaat Von Braun ze tegemoet, maakt duidelijk wie hij is en wat hij te bieden heeft. De soldaten zijn niet direct overtuigd – ‘Als we hier niet de grootste wetenschapper van het Derde Rijk hebben, dan in elk geval wel de grootste leugenaar!’. Toch wordt Von Braun meteen overgevlogen, samen met een groep ingenieurs uit Peenemünde. Hij past zich snel aan aan zijn nieuwe leven, eerst in Texas en later in Alabama; hij laat zich bekeren en werkt een aantal jaren voor het Amerikaanse leger aan het verbeteren van in beslag genomen V2’s. Geld voor een eigen raketprogramma is er dan nog niet. Von Braun richt zich daarom op het Amerikaanse publiek dat hij met artikelen, boeken en optredens in tv-programma’s warm maakt voor de zegeningen van de ruimtevaart. Daarnaast voert hij campagne voor meer regeringssteun.

Later zal president Eisenhower duidelijk maken dat hij naast Edward Teller, de vader van de waterstofbom, Von Braun op het oog had toen hij in een redevoering waarschuwde voor het ontstaan van een militair-industrieel complex, waarin ‘...de politiek de gevangene is geworden van een wetenschappelijk-technologische elite.’

Von Brauns aanpak heeft succes. Naarmate hij bekender wordt, komt er meer geld beschikbaar, zeker wanneer de Russen in oktober 1957 Sputnik lanceren. Binnen een jaar slaan Von Braun en zijn mannen terug met een eigen satelliet, de Explorer. Later zou Von Braun binnen de NASA ook aan de wieg staan van het Apollo-programma, maar tot zijn teleurstelling nemen na 1972 de belangstelling en daarmee de fondsen voor ruimtevaart snel af. Gedesillusioneerd verlaat Von Braun de NASA voor een goed betaalde baan in de luchtvaartindustrie. Hij overlijdt in 1977 op 65-jarige leeftijd aan kanker.

Neufeld heeft de mythe rond Von Braun ontrafeld en een genuanceerd beeld geschetst van deze 20ste-eeuwse grootheid. Hoewel de familie alle medewerking weigerde, heeft hij door onderzoek in Duitse en Amerikaanse archieven veel boven water gehaald. Waar hij echter Von Braun niet spaart in de analyse van diens gedrag in WO II, knijpt hij wat al te makkelijk een oogje dicht waar het gaat om het opportunisme van de Amerikanen die in de hitte van de Koude Oorlog maar al te bereid waren Von Braun te vergeven en zijn verleden voor het grote publiek verborgen te houden. Nooit hoefde hij verantwoording af te leggen voor zijn daden. Waar de ziel van Faust werd gered door engelen, kwamen de Amerikanen Von Braun te hulp.