Compromis over aanpak van Wajong

De uitkering voor jongeren met een handicap die gedeeltelijk kunnen werken, gaat toch niet omlaag. Regeringspartijen CDA en PvdA hebben daarover een compromis bereikt.

De PvdA verzette zich vorige week tegen het plan van minister Donner (Sociale Zaken, CDA) om jonggehandicapten die niet volledig arbeidsongeschikt zijn een lagere uitkering te geven dan jongeren die nooit meer kunnen werken.

Mariëtte Hamer, fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer, haalde fel uit naar een uitgelekt voorstel van Donner om de eerste groep passend werk aan te bieden en een loonaanvulling van ten hoogste 70 procent van het minimumloon. Alleen jonggehandicapten van wie op hun 18de jaar al vaststaat dat zij nooit meer kunnen werken, zouden een uitkering moeten krijgen van 75 procent.

Hamer noemde dat „onbespreekbaar”. Zij zei dat alle jonggehandicapten recht moeten houden op 75 procent. Het plan van Donner om jonggehandicapten passend werk aan te bieden, vond zij wél goed. Zij presenteerde daarvoor ook een eigen plan.

Donner zou zijn plannen om meer jonggehandicapten aan het werk te krijgen vandaag in de ministerraad bespreken. Hij wil dat zij passend werk aangeboden krijgen en begeleiding. Wie weigert, kan de uitkering verliezen. Nu er een akkoord ligt over de hoogte van de uitkeringen, lijkt hij daarvoor groen licht te krijgen.

De minister wil dat minder jongeren vanaf hun 18de jaar permanent worden afgeschreven voor de arbeidsmarkt. Nu komen er elk jaar 16.000 jongeren bij die tot hun 65ste recht houden op een Wajong-uitkering. Inmiddels hebben 167.000 mensen zo’n uitkering. De verwachting is dat het er 450.000 worden in 2050, tenzij het kabinet maatregelen neemt.

De VVD heeft kritiek op de plannen van Donner. Kamerlid Stef Blok zegt: „Donner schuift de problemen op de lange baan en toont risicomijdend gedrag. Hij maakt een knieval voor de PvdA.”