Boer moet efficiënter gaan werken

De landbouwsector moet dringend meer voedsel produceren voor de snel groeiende wereldbevolking. Slot in een serie over de voedselcrisis: de boeren.

De tractoren in Meru, aan de voet van Mount Kenya, stonden maandenlang stil. De diesel was te duur. Het land werd niet meer bewerkt, de oogst verpieterde. De bewoners moesten voedsel van elders halen. Dat voedsel was duur, als gevolg van de internationaal gestegen prijzen. Tot Meru een oplossing bedacht. „We zijn met een bedrijf hier in de buurt onze eigen biodiesel gaan produceren”, zegt de Keniaanse boer en parttime consultant Alfred Mucheni Muchai. Inmiddels rijden de tractoren in zijn dorp weer. Op eigen biodiesel, gewonnen uit lokaal verbouwde gewassen zoals zonnebloem. En voor eten blijft genoeg over, legde hij onlangs uit op een conferentie in Maastricht.

Overal ter wereld wordt druk gezocht naar oplossingen voor de hoge voedselprijzen. De mondiale landbouw staat voor een enorme opgave, die niet zomaar zal worden volbracht. Niet alleen moet er meer voedsel komen om de groeiende wereldbevolking te voeden. Nu de rijker wordende Chinezen, Indiërs, Russen en Brazilianen overstappen op een dieet met meer vlees en zuivel, is er ook meer land nodig om de snel uitdijende veestapel te voeden en te huisvesten.

Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO), die volgende week een conferentie houdt over de voedselcrisis, ligt een deel van de oplossing voor de stijgende voedselbehoefte in de uitbreiding van het landbouwareaal.

Tot 2030 is er 120 miljoen hectare extra grond nodig, schat de FAO. Dat is een gebied ter grootte van Zuid-Afrika. De FAO verwacht dat dat vooral gevonden zal worden in Latijns-Amerika en Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. Daar liggen de meest vruchtbare gebieden. Maar die uitbreiding zal wel ten koste gaan van grote stukken natuur, met name wetlands en regenwoud. De schatting van de FAO stamt uit 2000, dat was vóór de opkomst van de biobrandstoffen. Waarschijnlijk is de behoefte aan nieuw land dus nog groter.

Naast uitbreiding van het landbouwareaal, is er volgens de FAO nog een veel belangrijkere optie om te voldoen aan de vraag naar meer voedsel: verhoging van de productiviteit in de landbouw. De opbrengst per hectare moet omhoog.

Vervolg landbouw pagina 12

LANDBOUW

De technische oplossingen zijn er al

Vervolg van pagina 1

Dat was ook de conclusie die het invloedrijke International Food Policy Research Institute (IFPRI) in Washington eerder deze maand trok. Het somde de oplossingen voor de voedselcrisis overzichtelijk op.

Eerst moet er meer hulp komen om de circa 1,5 miljard mensen te helpen die meer dan 60 procent van hun inkomen aan voedsel uitgeven. Op korte termijn zou het helpen als kleine boeren in ontwikkelingslanden kunstmest en gewaszaden krijgen, als excessieve beursspeculatie in agrarische grondstoffen wordt tegengegaan, als rijke landen de subsidie op biobrandstoffen stopzetten en hun barrières tegen import opheffen.

Maar op de lange termijn is er volgens het IFPRI maar één oplossing. Verhoging van de productiviteit. De Aziatische Ontwikkelingsbank kwam onlangs tot precies dezelfde conclusie. Er is een betere kwaliteit zaaizaad nodig, boeren zullen slimmer met water om moeten gaan en moeten onderling meer kennis uitwisselen. De verliezen tijdens transport en opslag moeten worden beperkt, en er zijn meer en beter bereikbare lokale markten nodig waar boeren hun producten kunnen verkopen.

Om hiervoor oplossingen te vinden, is agrarisch onderzoek nodig. Maar dat is de laatste decennia juist verwaarloosd. „Het idee dat onze voedselzekerheid onder druk zou kunnen komen te staan, was volkomen verdwenen”, zegt Herman van Keulen, hoogleraar plantaardige productiesystemen in Wageningen. „Landbouw, dat stond gelijk aan een hoop stront, en een hoop subsidies. Dat was verder niet belangrijk.”

Uit cijfers van het IFPRI blijkt dat de publieke uitgaven aan landbouwonderzoek nog steeds stijgen per continent. Maar de groei is wel sterk afgenomen in de laatste decennia, licht Nienke Beintema toe. Zij is hoofd van de IFPRI-afdeling die deze cijfers in kaart brengt.

Dat in Azië de uitgaven aan landbouwonderzoek nog steeds groeien is vooral toe te schrijven aan de forse bestedingen van China en India, zegt Beintema. In landen als de Filippijnen, Indonesië en Thailand namen de uitgaven af. Hetzelfde geldt voor Afrika. De groei van de uitgaven komt voor een groot deel op het conto van Zuid-Afrika. In veel andere landen staat het er beroerd voor.

Volgens Van Keulen zijn het vooral de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds geweest die regeringen van ontwikkelingslanden hebben aangeraden niet te investeren in hun landbouw. Zo zijn de arme landen steeds afhankelijker geworden van voedselimporten, terwijl het Westen zijn gesubsidieerde producten goedkoop kon afzetten op de wereldmarkt. De Wereldbank heeft in haar World Development Report 2008 weer aandacht gevraagd voor investering in landbouw. Volgens hoogleraar Van Keulen is dat voor het eerst in 25 jaar.

Hoe moeten ontwikkelingslanden hun agrarische productiviteit dan opschroeven? Net zoals in het Westen is gebeurd: via intensief gebruik van kunstmest, ruilverkaveling, schaalvergroting en de teelt van monocultures? Nee, zo luidde vorige maand de conclusie van het IAASTD, een internationaal initiatief waaraan overheden, bedrijfsleven, wetenschappers en belangengroepen meewerkten.

De landbouw moet afscheid nemen van zijn technocratische marktdenken dat heeft gezorgd voor milieuvervuiling, ontbossing en erosie. Het heeft arme landen afhankelijk gemaakt van voedselimporten, die hun schuldenlast alleen maar vergroot. Bovendien zijn de westerse boeren er zelf ook niet per se beter op geworden.

Dat bleek deze week weer uit de acties van een groep Nederlandse melkveehouders, die een hogere prijs voor hun melk eisten. Volgens de boeren, verenigd in de Dutch Dairymen Board, verdienen alleen zuivelbedrijven en winkelketens geld met hun melk. Uit cijfers van het Landbouw Economisch Instituut blijkt dat slechts 10 procent van de Nederlandse melkveehouders in staat is te produceren voor een kostprijs die gelijk is aan of lager is dan de 37 euro die de coöperatie Friesland Foods vorig jaar gemiddeld betaalde voor 100 kilo melk. Wat voor melkveehouders geldt, gaat ook op voor akkerbouwers.

„In de huidige handelsstructuren hebben ontwikkelingslanden geen kans meer om hun landbouw te ontwikkelen”, zegt Niels Röling, emeritus hoogleraar innovatiestudies in Wageningen en mede-auteur van het IAASTD-rapport. „Kijk naar Ghana, een typisch voorbeeld: het stedelijke electoraat wil goedkoop voedsel, dus kocht men goedkope rijst uit VS en is de Ghanese rijstbouw in elkaar gestort.” .

Om deze ontwikkeling om te draaien moet er niet alleen gekeken worden naar puur technische innovatie, maar ook naar het functioneren van markten en handelsstructuren. Arme landen hebben instituties nodig, zegt Röling. Nederland heeft bijvoorbeeld een sterke bloei gekend van coöperaties en boerenbanken, waarin de boeren het zelf voor het zeggen hebben. Zoiets zou ook kunnen werken in arme landen.

Hoogleraar Van Keulen twijfelt daarbij wel over de vooruitzichten van met name Afrika. De productie kan er wel omhoog, maar niet zoveel als in Azië, waar zich in de jaren zestig een ‘groene revolutie’ heeft voltrokken. „De bodems in Afrika zijn te slecht en het klimaat is te beroerd.” Bovendien zijn er volgens hem veel te veel mensen op het platteland om iedereen van een behoorlijk inkomen te voorzien. In Afrika kan de landbouw niet als economische motor werken, zoals elders wel is gebeurd, zegt Van Keulen. „Afrika moet meer alternatieve werkgelegenheid creëren. Diensten, toerisme.”

Als de landbouw fors moet uitbreiden, komt volgens Van Keulen de wereld wel voor harde keuzes te staan: „Je kunt niet én de biodiversiteit beschermen én genoeg voedsel willen voor iedereen én het halve land onder het asfalt leggen.”

Intussen zijn er gunstige tekenen. Eerder deze maand heeft de rijstsector in Latijns-Amerika laten weten een technologische revolutie te willen stimuleren. In Japan hebben biologen drie jaar geleden een rijstvariant ontwikkeld die spectaculair meer opbrengt dan de gangbare rassen. De nieuwe variant heeft meer en zwaardere korrels, en omdat de stengels korter zijn breken ze minder makkelijk in wind en regen. In India komt de teelt van zoete sorghum van de grond. Het graangewas kan voedsel, biobrandstof en veevoer tegelijk leveren. Het kan groeien op droge bodems en het tolereert hitte, zout en watergebrek, hoewel het geen hoge opbrengsten geeft. Bovendien zien boeren die het verbouwen hun inkomen verbeteren.

Zoete sorghum wordt gezien als een van de oplossingen om gewassen te verbouwen op arme gronden. Te meer omdat de landbouw als gevolg van verstedelijking naar schralere gronden wordt gedrukt. Er lopen inmiddels ook proeven in Oeganda, Nigeria en Mozambique.

Een gewas als zoete sorghum is tevens belangrijk in de discussie over biobrandstoffen. Biobrandstoffen worden nu gewonnen uit maïs, tarwe, palmolie, suikerriet. Ze onttrekken zo grote delen van de productie aan de voedselketen. In de VS gaat een kwart van de maïsoogst naar de productie van bio-ethanol. En de Amerikanen willen die productie tot 2022 nog eens verdubbelen.

Biobrandstoffen worden als een belangrijke oorzaak gezien van de gestegen voedselprijzen, en de toegenomen honger in de wereld. De FAO hoopt volgende week op de conferentie in Rome een mondiale richtlijn te presenteren over het gebruik van bio-energie. Veel wordt er verwacht van nieuwe technologieën waarbij gewassen zouden kunnen worden gebruikt die niet bruikbaar zijn als voedsel, zoals olifantsgras of bermafval. Of alleen de stengel van de maïs, zodat de korrel in ons voedsel blijft.

In Kenia heeft boer Muchai zijn bedenkingen bij de nieuwe ontwikkelingen. Wie levert hem de verbeterde zaden? Wie voert het onderzoek uit om de productiviteit te verhogen? Volgens hem is in zijn land een groot wantrouwen gegroeid tegen alles wat westers is. Met dank aan de multinationals die al jaren zaden uit Afrika meenemen, die veredelen in hun laboratoria en ze dan voor veel geld terugverkopen aan de Afrikaanse boer, beschermd door patenten. Als er nieuwe rassen worden geïntroduceerd hebben ze geen lokale namen meer, klaagt Muchai. „Er is nu een banaan op de markt die Roberts heet. Wat is dat nou voor naam?” En zo is er volgens hem ook een intense afkeer tegen genetisch gemodificeerd voedsel. „Mensen gaan nog liever dood, dan dat ze dat moeten eten.”

Dit is het slot van een drieluik. Eerdere delen staan op nrc.nl/voedselprijzen. Morgen in Opinie & Debat een debat over de voedselcrisis.