Banjobegeleiding bij examens

De afgelopen twee dagen maakten vmbo’ers het examen economie. Brian van der Bol – examenjaar 2003 (havo), cijfer 6 – bekeek een van de examens. Deel 9 van een serie.

Wanneer ik voor de deur van het voormalige lokaal van meneer Avink sta, komen de herinneringen tot leven. Veel oud-leerlingen van het Vrijzinnig-Christelijk Lyceum (VCL) in Den Haag hebben net als ik onder de deur van dit klaslokaal een ‘te laat briefje’ doorgeschoven. En vervolgens hun excuses aangeboden aan de klas, de docent en aan Wodan, de Germaanse god die in de gedaante van een poppetje boven de deur hing. Maar Wodan hangt er niet meer. En het bureau staat ook niet meer op dezelfde plek. Marcel Avink, economieleraar op het VCL, overleed plotseling tijdens mijn middelbare schoolperiode. Het VCL verloor „een van de hoofdacteurs uit de geschiedenis van de school”.

Dat zegt Tatjana Tuzar, bij leerlingen van eerdere generaties beter bekend als mevrouw Jacz, die Avink als collega economiedocent jarenlang van dichtbij meemaakte. Bij Avink waren de cijfers van de schoolonderzoeken meestal lager dan die bij de centrale examens. De afgelopen twee dagen maakten de vmbo-leerlingen van de verschillende leerwegen het eindexamen economie. Gisteren stond het examen voor de basisberoepsgerichte leerweg op het programma, maar dat wordt pas in september openbaar. Daarom bekeek ik samen met mevrouw Tuzar het examen van de theoretische leerweg, dat woensdag werd gehouden.

Tuzar vindt het examen van de theoretische leerweg, de vmbo-stroming die het beste bij de havo zou moeten aansluiten, „een modern examen”. Dat wil zeggen: de vragen over kennis en inzicht zijn goed in evenwicht.

Tuzar, al ruim vijfentwintig jaar docent op het VCL, benadrukt dat het examen voor haar moeilijk te beoordelen is. Op het VCL, een school die als wit en licht elitair bekend staat – kroonprins Willem-Alexander is een van de oud-leerlingen – wordt namelijk alleen havo en vwo gedoceerd. Bij examens op die niveaus wordt meer inzicht van de leerlingen gevraagd, zegt Tuzar. Toch zitten er volgens haar in het vmbo-examen een aantal pittige vragen. Sommige rekenopdrachten vindt ze best lastig. Die worden over het algemeen dan ook met twee in plaats van een punt gehonoreerd.

Opmerkelijk vindt Tuzar dat er in het examen veel actuele onderwerpen aan bod komen, zoals de aanschafbelasting op auto’s (bpm) en de hypotheekrenteaftrek.

Ook Avink verwerkte de actualiteit zo nu en dan in zijn lessen. Dan legde hij bijvoorbeeld uit waarom Gerrit Zalm een begrotingsoverschot gebruikte om de staatsschuld af te lossen.

In mijn tijd was Avink de meest geruchtmakende docent van de school. Tuzar lepelt de anekdotes over hem moeiteloos op. Avink had een stapel genummerde kaarten met voor iedere leerling een nummer. Wodan zou wel beslissen wie er aan de beurt was voor een mondelinge overhoring. „En welke leraar begeleidt de examens en schriftelijke overhoringen van zijn leerlingen nou met een banjo?”

Avink was berucht op school wegens zijn soms keiharde humor, maar hij werd ook enorm gewaardeerd. Bij zijn begrafenis in de winter van 2002 waren veel leerlingen aanwezig. Een aantal docenten eerde hem met de Marcel Avink-lezing, die afgelopen november voor de vijfde keer werd gehouden, door filosoof Ad Verbrugge. De spreker tijdens de eerste lezing, econoom Arnold Heertje, had ongetwijfeld nog meer Avinks belangstelling genoten. Volgens Tuzar was Avink een groot bewonderaar én tegelijk een kritisch volger van Heertje. „Hij las elke letter van zijn boeken en als er iets niet klopte greep hij meteen naar de telefoon.”

In de gang van het voormalige lokaal van Avink bevindt zich nu het lokaal van Tuzar. Daar heeft ze nog een tastbare herinnering aan haar overleden collega: de muts van het poppetje Wodan. „Avink was in ieder geval niet een van de vele leraren die niemand zich ooit zal herinneren.”

Opgaven en discussie op nrc.nl/eindexamen