Auteur Hitler was wel erg productief

Michael Seufert: Der Skandal um die Hitler-Tagebücher. Scherz. 320 blz. € 15,-

Het leek te ongelooflijk om waar te zijn – en dat was het uiteindelijk ook. Een kwarteeuw geleden presenteerde het Duitse weekblad Stern vol trots de dagboeken van Adolf Hitler aan de wereld. Nog geen twee weken na de drukbezochte persconferentie bleek deze scoop de ’Ente des Jahrhunderts’. Van de hand van Michael Seufert, oud-redacteur van Stern en indertijd ooggetuige, verscheen vorige maand Der Skandal um die Hitler-Tagebücher, waarin hij uit de doeken doet hoe deze canard in de loop van drie jaar ontstond.

Het verhaal van de Hitlerdagboeken is het verhaal van de teloorgang van Gerd Heidemann, een van de beste en bekendste verslaggevers van Stern. Hij reisde voor het tijdschrift de hele wereld af, op zoek naar spectaculair nieuws. Conventioneel was hij niet. Na een bezoek aan Oeganda verscheen hij met een bijzondere souvenir ter redactie: een onderbroek van Idi Amin.

De grootste passie van Heidemann was de geschiedenis van het Derde Rijk. Hij was een verwoed verzamelaar van nazi-parafernalia. In zijn zoektocht naar zaken uit het bezit van Adolf Hitler kwam hij in 1980 in contact met een man die zich Fischer noemde. Die beweerde via een broer in de DDR toegang te hebben tot een schat aan Hitlerdocumenten. In de laatste oorlogsmaand zou een vliegtuig met daarin alle privépapieren van de Führer bij een dorpje in Oost-Duitsland zijn neergestort.

Heidemann toonde zich zeer geïnteresseerd in dit materiaal – en dan met name in de dagboekbanden van Hitler die de periode 1932-1945 zouden beslaan.

Fischer heette in werkelijkheid Konrad Kujau. Deze voormalige schoonmaker was een productief en creatief vervalser. In Gerd Heidemann vond hij zijn ideale slachtoffer: iemand met forse financiële armslag en een rotsvast geloof in de echtheid van alles wat hem werd voorgelegd. Kujau maakte van Hitler, die Mein Kampf zelfs dicteerde, een productief auteur: behalve de dagboeken waren van de hand van de Führer de opera Wieland, der Schmidt en biografieën van Frederik de Grote en koning Ludwig II van Beieren te koop.

Gedurende drie jaar schreef Kujau zich de vingers blauw. Heidemann, die van zijn hoofdredacteur het expliciete verbod had gekregen zich met nazizaken bezig te houden, wendde zich rechtstreeks tot de top van het concern waarvan Stern deel uitmaakte. De bestuurders zagen een kans om veel geld te verdienen. Ze gaven Heidemann ruim negen miljoen mark om de zwarte leren banden van Kujau te kopen.

Seufert documenteert in zijn boek uitputtend – soms iets té uitputtend – hoe Heidemann, de uitgevers en ook de later alsnog ingelichte hoofdredactie in de val liepen. Alle waarschuwingssignalen werden weggewimpeld: een klassiek geval van tunnelvisie. Pas na de publieke bekendmaking van de vondst werden er chemische tests op de boeken uitgevoerd. Conclusie: het papier was van na de oorlog.

Robert Harris publiceerde in 1985 met Selling Hitler al een uiterst leesbaar boek over de affaire. Der Skandal um die Hitler-Tagebücher is minder vlot geschreven, maar beter gedocumenteerd over wat zich op de Stern-burelen afspeelde. Ook na 25 jaar is het nog steeds onvoorstelbaar hoe de journalistieke elite van Duitsland om de tuin werd geleid door de schurk Konrad Kujau.