Absurd toneel

De uitspraak in hoger beroep tegen Jonas Staal, verdacht van bedreiging van Kamerlid Wilders, moet nog volgen. Maar de kunstenaar sluit dit werk nu af.

De Geert Wilders Werken 2005-2008 illustratie Vincent W.J. van Gerven Oei

„Alle aanwezigen zijn door mijn cliënt in zijn kunstwerk geplaatst en derhalve deel gaan uitmaken van dit kunstwerk.”

Raadsman J.P Plasman, 21 mei 2008

Op woensdag 21 mei 2008 weigerde het Hof tijdens de happening ‘De Geert Wilders werken / Een rechtszaak II’ in Den Haag zonder verdere motivering politicus Geert Wilders op te roepen voor verhoor in de rechtbank. Hierop was voor verdachte en raadsman geen ander antwoord mogelijk dan de rechtszaal te verlaten.

Het gerecht heeft positie bepaald en deed daarbij aanspraak op zijn almacht en kennis, op basis van wat nog steeds het ‘objectieve’ gerechtelijke oordeel wordt genoemd: het verhoor van Wilders werd noch binnen een kunstzinnige, noch binnen een politieke context geaccepteerd in de rechtszaal. Dat is een uitgangspunt dat slechts ondersteuning verdient, de herintrede van de rede: het ultieme gif voor de Populisten.

Edoch: dit moet een rede zijn die de maatschappelijke context waarin deze zaak werd opgevoerd erkent. De confrontatie moet volledig zijn, posities heringenomen: of het nu gaat om het concept ‘bedreiging’ of om de grijze zone die een systeem dient te erkennen, of in ieder geval te accepteren, om wezenlijk en fundamentele kritiek – in dit geval vanuit de beeldende kunst – mogelijk te maken.

Drie Raadsheren zullen uiteindelijk een beslissing nemen over een zaak die drie jaar lang voorkwam voor iedereen en, uiteindelijk voor niemand. Wat zal volgen is een uitspraak die geen uitspraak kan zijn.

Ondanks de ernst van de aanklacht blijft het kader waarin burgers – kunstenaars – zich kunnen bewegen, een confrontatie kunnen zoeken met de fundamenten van ons rechtssysteem, van de democratie, onduidelijk en onbesproken. Dit systeem is steeds verregaander unilateraal van aard: niemand wordt aangesproken, slechts huidige machtsposities ten opzichte van het publieke domein – die ruimte die voor burgers mogelijk is om het debat buiten de orde van media, politiek en rechtspraak te voeren – worden bevestigd en behouden.

De impliciete uitspraak van het Hof is bevreemdend: het systeem doet beroep op zijn eigen mechaniek en autoriteit, en ontkent de specifieke eigenschappen van een gebeurtenis die het dient te beoordelen. De uitspraak is: „Wij beslissen op basis van dit rechtssysteem ten dienste van dit rechtssysteem”, dit zonder het huidige conflict in de trias politica, de zogenaamde scheiding der machten, als zodanig te erkennen. Want ook de politiek neemt in deze zaak geen werkelijke verantwoordelijkheid en verschuilt zich achter een onachterhaalbare combinatie van argumenten die zich deels op principe (kunst heeft een eigen autoriteit die de politiek moet verdedigen), deels op persoonlijke sentimenten (smaakvol/smakeloos) en deels op het externaliseren van de probleemstelling naar de gerechtelijke macht beroept.

De politiek gaat uit van de uitspraak van de rechter.

De rechter wenst geen uitspraak te doen die politiek van aard is.

De kunstenaar eist het gebied op die politiek en rechtspraak nu open laten liggen.

Is dit geen vreemde spookzaal, dit huidige recht, waar de grenzen van het publieke domein worden bepaald, maar zonder diegene te willen horen of erkennen die hier de sleutelfuncties in vervullen: die haar telkens weer van vorm en inhoud voorzien? Een rechtszaak verworden tot een absurd toneel: waar niemand aanwezig is om te luisteren, en niemand om te worden verhoord?

Het vertrek uit de rechtszaal was geen minachting van het Hof: het was een weigering de redenering van de Raadsheren als enig mogelijke redenering te accepteren. Het vertrek was een daad van verzet: een ruimte die ondanks haar mechanische rechtsinterpretatie is opgeëist. Het vertrek was een statement: een overtuiging van de noodzakelijkheid tot het formuleren van fundamentele kritiek op het systeem waarin wij leven, die ons vormt en ons uiteindelijk beoordeeld of zelfs veroordeeld.

Vrijspraak of straf: dit is een irrelevant gegeven geworden.

Slechts één uitspraak is in deze zaak van belang, slechts één uitspraak is in zijn volle consequentie tot uitvoering gebracht:

Die van het vertrek. Die van de constatering dat het debat hier niet plaats zou vinden. De constatering dat het niet langer bij de politiek, en niet bij het Hof ligt om verantwoordelijkheid te nemen om de ruimte te markeren en op te eisen waar een werkelijke confrontatie aan kan worden gevoerd.

Deze verantwoordelijkheid ligt bij de kunstenaar zelf, en deze ruimte zal gezocht moeten worden voorbij de politiek, en nu ook: voorbij het recht.

Het vertrek was het zoeken naar een onmogelijke uitweg uit deze status-quo; het zoeken naar ademruimte; de eis het systeem te kunnen verwijden; te veranderen: de weigering deze te accepteren zoals deze is alleen omdat zij zich zo aan ons voordoet.

Het vertrek was een politieke en een poëtische daad.

Het vertrek was de bezegeling van dit kunstwerk.

Met medewerking van J.P. Plasman.