Aanval? Het was een misverstand

De gemeenteraad van Rotterdam sprak gisteravond over de rel rondom de eigen ombudsman. „Om moedeloos van te worden.”

Een overduidelijke rode vlag, maar Rotterdam negeert het stopteken en rijdt ongestoord verder. „We zijn gewoon heel goed bezig”, benadrukte burgemeester Ivo Opstelten. Met die boodschap kon de Rotterdamse Ombudsman, Migiel van Kinderen, het gisteravond doen tijdens de commissievergadering over zijn kritische jaarverslag.

Daarin stelt Van Kinderen onder meer dat ‘proeftuin’ Rotterdam stelselmatig de rechten en de vrijheden van zijn burgers beknot. Bovendien verzuimt de stad de broodnodige tegenkrachten te organiseren en ontbreekt het bij de onorthodoxe maatregelen veelal aan „juridisch doortimmerde legitimatie, én een gedegen controle en evaluatie”. Elf suggesties doet hij om misstanden tegen te gaan.

Die aanbevelingen veegde Opstelten gisteren één voor één van tafel, met het dringende advies aan de raad binnenkort hetzelfde te doen. „Daar reken ik ook op.” Want Rotterdam organiseert allang zijn eigen tegenkrachten, Rotterdam raadpleegt al jaren de beste juristen voordat een repressieve maatregel wordt ingevoerd. „Wij zijn niet gek!” Kortom: de ombudsman had zijn plicht gedaan, maar was helaas voorbijgegaan aan de werkelijkheid.

In dat licht moest dan ook Opsteltens schriftelijke opmerking van vorige week geplaatst worden dat de relatie met de ombudsman „minder productief” was geworden. Afgelopen najaar, bij de behandeling van Van Kinderens ferme aanklacht tegen de huisbezoeken van de interventieteams, had Rotterdam het eigen veiligheidsbeleid al kritisch tegen het licht gehouden. De huidige discussie was slechts een herhaling van zetten, al mocht de afwijzende reactie vooral niet uitgelegd worden als „een aanval op het instituut ombudsman, want dat is mij heilig”.

Ook alle ophef over vermeende inperking van de bevoegdheden van de klachtenregistrator berustte op „één groot misverstand”, baste Opstelten. De gedachte alleen al was „totale onzin”. De door hem bepleite „begrenzing” bij het integriteitsbeleid moest vooral niet letterlijk worden genomen. „Ik wilde alleen maar zeggen dat hij duidelijk moet aangeven wanneer hij als klokkenluider optreedt en wanneer hij klachten behandelt als ombudsman.”

Toch viel die schriftelijke reactie vorige week verkeerd bij een groot deel van de raad. „Een kinderachtige brief van het niveau schoolplein; ik vind jouw broodtrommel niet mooi, dus jij mag niet op mijn verjaardagsfeestje komen”, schamperde Remco Oosterhoff (CU/SGP). Volgens hem stond de burgemeester „meteen op z’n achterste benen, omdat z’n veiligheidsspeeltje in het geding is”.

Uitgerekend deze week liet de gemeente een persbericht de deur uitgaan, waarin het sinds 2002 gangbare preventief fouilleren tot een succes werd verklaard. Het afgelopen jaar (75 fouilleeracties) waren immers ‘slechts’ 161 wapens in beslag genomen – een daling van 23 procent ten opzichte van 2006. Opstelten benadrukte gisteren dat het ‘harde’ veiligheidsbeleid op grote steun kan rekenen van de bevolking.

De grootste oppositiepartij, Leefbaar Rotterdam (veertien zetels) drong opnieuw aan op het ontslag van „de spreekbuis van de criminelen”, in de woorden van Marco Pastors. Van Kinderen gaat zich volgens hem „structureel te buiten aan politieke uitspraken”. Hij verzuimt bovendien zijn beweringen „te onderbouwen en te objectiveren”. Leefbaar geldt als de grondlegger van het ‘harde’ beleid. De partij hoopte de collega’s gisteren kleur te laten bekennen, maar slaagde niet in die opzet. Het resultaat van één avond vergaderen? „Een aangeschoten ombudsman en aangeschoten interventieteams”, verzuchtte Pastors.

Teleurgesteld was ook Van Kinderen. De hele discussie was „om moedeloos van te worden, want mijn woorden landen maar niet”. Van Kinderen: „Opstelten schermt bij vrijwel alles met de goedkeuring van de landsadvocaat. Laat die dan eens zien, maar geen raadslid dat daar om vraagt.”