Sichuans wezen zijn fel begeerd in China

Na de aardbeving in Sichuan kijken de Chinezen niet meer automatisch naar de overheid voor oplossingen.

„Alsof onze harten massaal zijn opengebroken.”

Op het terrein van het sportstadion Jiujiu in de stad Mianyang wachten zo’n 200 kinderen op wat komen gaat. Om de tijd te doden doen zij tikkertje of spelen pingpong. Een enkeling maakt een tekening van verwoeste huizen. Door de aardbeving in de Chinese provincie Sichuan zijn zij hun ouders kwijtgeraakt.

Li Su is een meisje van tien uit het nabij Mianyang gelegen, zwaar getroffen district Beichuan. Ze zit op een matras in de sporthal en speelt zenuwachtig met haar zilverkleurige plastic diadeem. Toen op 12 mei de aardschok Beichuan trof, was Li op het schoolplein aan het spelen. Haar school stortte in en bedolf haar klasgenootjes onder het puin. Haar ouders heeft zij sindsdien niet meer gezien. „Ik denk dat mijn ouders nog op het land aan het werk zijn. Als ze volgende week nog niet zijn teruggekomen, hoop ik dat ik bij mijn nieuwe vriendjes kan blijven”, zegt Li.

De Chinese autoriteiten hebben tot op heden 70 weeskinderen geteld. Maar de verwachting is dat dat aantal de komende maanden op zal lopen. 5.000 kinderen zijn nog op zoek naar hun ouders. De kans dat zij hun vader of moeder snel terug zullen vinden is erg klein met vijf miljoen daklozen en zo’n 20.000 vermisten in de regio.

Mensen zoeken ondertussen wanhopig naar ooms, tantes, neven, nichten, vaders, moeders en kinderen. Op de lantaarnpalen rond het sportcomplex wapperen foto’s en pamfletten met noodkreten in de wind. Door de aardbeving zijn de zendmasten voor mobiele telefoons uitgevallen. Om toch met elkaar in contact te komen valt iedereen terug op het naar klassiek Chinees gebruik aanplakken van muurkranten.

Moderne media schieten de door de aardbeving uit elkaar geslagen families te hulp. Zo bieden plaatselijke kranten en televisiezenders ouders en kinderen de gelegenheid een oproep te doen aan hun vermiste familieleden. Bovendien werd vorige week op de staatstelevisie een aardbevingsgala uitgezonden. Huilende kinderen verschenen in de uitzending op een podium en riepen om hun ouders. Na de emotionele beelden meldden zich volgens het China Adoptiecentrum (CCAA) in Peking vanuit heel China 50.000 ouders die een van de weesjes in huis willen nemen.

Een van de potentiële adoptieouders is de dertigjarige Zhan Bei. Ze werkt als manager in Chengdu, is kinderloos en heeft een goed salaris. „De afgelopen dertig jaar heeft het Chinese volk alleen maar gedacht aan rijk worden en status verwerven. Nu kan iedereen plotseling zijn gevoelens tonen. Er komen veel emoties los die mensen jarenlang hebben verstopt. Het is alsof de harten van de Chinezen door de aardbeving massaal zijn opengebroken”, zegt Zhan. „Als ik geen kind kan adopteren, wil ik er wel een financieel steunen.”

Wang Jia, een van de 400 psychologen die zich in Mianyang vrijwillig inzetten voor de verweesde kinderen, vreest dat familieleden vaak geen belangstelling zullen hebben om de kinderen op te vangen. „De grootouders zijn te oud en te arm om de kinderen een goede toekomst te bieden. En ooms of tantes werken vaak hard om zelf te overleven.”

Volgens woordvoerder Chu Xiaoying van het China Adoptiecentrum is de grote belangstelling voor adoptiekinderen niet alleen een gevolg van de media-aandacht rond de aardbeving. Chu denkt dat ook de samenleving verandert. „Vroeger beschouwden veel mensen de zorg voor weeskinderen als een taak van de overheid”, vertelt Chu. Maar sinds in 1991 een adoptiewet van kracht is, zijn Chinezen volgens Chu heel anders over het onderwerp gaan denken. „Mensen voelen zich steeds meer verantwoordelijk voor elkaar. Bovendien hebben rijke Chinezen de middelen een adoptiekind op te voeden. Mensen die meer dan één kind willen, adopteren er bijvoorbeeld een. Hetzelfde geldt voor kinderloze ouders. Zelfs meisjes zijn in trek.”

Vanwege de groeiende binnenlandse belangstelling voor adoptie heeft China de adoptieregels voor buitenlandse echtparen vorig jaar aangescherpt. Daarbij hanteert men het zogenaamde één-vierbeleid; één op de vier kinderen mag worden geadopteerd door buitenlandse ouders. Volgens officiële cijfers van het Nederlandse ministerie van Justitie werden in 2006 362 Chinese kinderen door Nederlandse ouders geadopteerd, vergeleken met de 800 kinderen in 2004 meer dan een halvering. Bij de wezen van de aardbeving gaat de voorkeur uit naar adoptie in de regio.

Yang Zhangyan van het ministerie van Burgerzaken van de provincie Sichuan ontvangt doorlopend telefoontjes met vragen over adoptie. „Wij zijn erg dankbaar voor zoveel belangstelling maar we moeten de mensen teleurstellen. Pas over een maand of drie kunnen we de balans opmaken. Het identificeren en registreren van slachtoffers is lastig omdat alle bevolkingsregisters onder het puin liggen. Heel veel mensen hebben geen identiteitspapieren. Het is een chaos”, zegt Yang. Volgens de ambtenaar moeten de familieleden die nog leven toestemming geven voor adoptie. Boven de tien jaar oud, mogen kinderen zelf beslissen.

De weeskinderen zullen worden overgebracht naar tehuizen in afwachting van verdere procedures. Yang: „De wezen van Beichuan zijn op dit moment de minst benijde maar tegelijkertijd de meest felbegeerde kinderen van China.”

Bezoek het China Adoptiecentrum online: china-ccaa.org