Rules of engagement klinken als gebed

Schrijver Arnon Grunberg bericht vanuit Irak, waar hij enige tijd verblijft. Deel elf van een serie.

Om een uur of zeven wordt het donker in Irak en met de duisternis beginnen de draaglijke temperaturen.

Om acht uur ’s avonds staan wij gereed voor Joint Security Station Saba al-Bor om op patrouille te gaan. We zullen de dorpen Zaydan Jamil en Massara bezoeken om te kijken of daar alles rustig is. Ook zullen we bij Irakezen op bezoek gaan. Ik begrijp dat ze dat gewend zijn: bezoek.

Wij, dat is het eerste ‘platoon’ onder leiding van luitenant Mike Kaness.

Ik kruip in een Stryker. Een Stryker is een gepantserd voertuig, niet zo goed als de MRAP, maar stukken beter dan een Humvee. Als je met een Humvee op een explosief rijdt kun je het vergeten.

Toen ik de ochtend ervoor voor het eerst op patrouille ging haalde de dienstdoende luitenant een geplastificeerd kaartje zo groot als een speelkaart uit zijn uniform. Daarop staan de ‘rules of engagement’. Alle militairen hebben zo’n kaartje bij zich. De ‘rules of engagement’ vertellen wanneer je met wat mag schieten.

Die ochtend zei de luitenant: „Laten we met zijn allen de rules of engagement lezen, zodat we het ons met zijn allen kunnen herinneren”.

Toen zeiden de militairen staand voor hun voertuig met het kaartje in hun hand de ‘rules of engagement’ op, alsof het om een gebed ging.

Ik vond het een indrukwekkend moment.

Overigens mogen de media de ‘rules of engagement’ niet verklappen, maar ik kan verzekeren dat ze voor zich spreken.

Luitenant Kaness acht de ‘rules’ kennelijk bekend. Hij zwijgt erover.

Sergeant Charo zegt: „Als er brand uitbreekt, ben ik verantwoordelijk voor het blussen. Zorg dat je zo snel mogelijk het voertuig verlaat. Als we over de kop gaan, houd jij hem vast. En niet loslaten voor we tot stilstand zijn gekomen.’

De sergeant wijst op mij. Ik moet een militair die uit een luik steekt vasthouden. Ik betwijfel of het veel zin zal hebben, maar ik beloof dat ik me aan hem zal vastklampen, tot we tot stilstand zijn gekomen.

„En als we op een explosief rijden”, zegt de sergeant, „zorg dat je naar buiten komt. Daar zijn mensen die je zullen opvangen”.

Aan zijn stem is te horen dat hij er niet in gelooft dat we in zo’n geval op eigen kracht naar buiten zullen kruipen.

Naast mij zit Sam, een vertaler. Hij is achttien jaar, maar hij ziet er ouder uit.

Ik ben veruit de oudste van dit platoon.