Rugby in Zuid-Afrika steeds kleurrijker

Rugby in Zuid-Afrika heeft nog grotendeels een blank karakter. Maar de nationale sport krijgt steeds meer kleur. Als gevolg van kleurquota en een donkere bondscoach.

Veel dikke buiken, bier en ‘braai’ deze middag op de parkeerplaats bij het Ellis Parkstadion in Johannesburg. Over een paar uur speelt thuisclub de Golden Lions tegen de Stormers, uit Kaapstad, in een kwartfinale van de Super 14, de jaarlijkse rugbycompetitie waarbij veertien teams uit Australië (4), Nieuw Zeeland (5) en Zuid Afrika (5) veertien weken lang strijden om de Super 14-titel.

De dikke buiken rondom Ellis Park zijn vooral blank. Rugby, van oudsher een blanke Afrikaner sport in Zuid-Afrika, zou na de afschaffing van de apartheid op het veld en op de tribunes meer gemengd worden, maar afgaand op de taferelen op de parkeerplaatsen rondom het stadion is rugby nog vooral een blanke sport. Op weg naar het stadion staan langs de kant van de weg honderden ‘bakkies’, auto’s met een open laadbak. Daaromheen houden groepen blanke Afrikaner zich bezig met de worsten op de barbecue, de grote blikken bier in de koelbox en het andere geslacht. Pas in het stadion zijn ook donkere mensen te zien, al zijn de meesten van hen schoonmaker, beveiliger of verkoper van bier, ijs of snacks.

Ellis Park was een jaar na de afschaffing van de apartheid in 1994 het stadion waar Nelson Mandela, in de groen-gele outfit van het nationale rugbyteam de Springbokken, de wereldbeker overhandigde aan de blanke aanvoerder François Pienaar. Blank en zwart vierden de overwinning en veel Zuid-Afrikanen herinneren zich de gebeurtenis als een moment van verzoening. Sommigen zien het zelfs als de geboortedag van de regenboognatie, zoals Zuid-Afrika in 1994 door aartsbisschop Desmond Tutu werd genoemd.

De regeringspartij ANC had toen al aangekondigd het blanke karakter van de rugbysport drastisch te willen veranderen. Rugbyteams moesten meer een afspiegeling van de bevolking zijn. Zwarte leerlingen kregen vanaf 1994 toegang tot scholen waar rugby wordt gespeeld. Schoolteams en professionele rugbyteams werden door de regering en de Zuid-Afrikaanse rugbybond aangespoord zwarte spelers op te nemen. Met succes. Zelfs de zwarte buitenwijk Soweto heeft sinds 1998 zijn eigen Soweto Rugby Club.

De ‘kleurquota’ die de rugbybond wil invoeren zijn onderwerp van pittige discussies tussen coaches, fans en journalisten. Het lijkt erop dat de bond terugkrabbelt. Vorig jaar stelde de bond zich op het standpunt dat ten minste zeven van de vijftien spelers tijdens het WK rugby in 2011 zwart of gekleurd moeten zijn, maar twee weken geleden zei bondsvoorzitter Oregan Hoskins dat Peter de Villiers – de eerste zwarte bondscoach in de geschiedenis van de Springbokken – vrij is in het kiezen van zijn spelers, ongeacht hun kleur.

De zestigjarige Abdul Booyscen, een fanatieke fan van de Golden Lions, vindt het hoog tijd dat er meer kleur komt in het rugby. „Slechts tien procent van de bevolking is blank. Door iedereen toe te laten krijgt iedereen een gelijke kans zijn land te vertegenwoordigen. Op die manier kan de Zuid-Afrikaanse bevolking als één geheel deelnemen aan het spel.”

Booyscen, een tapijthandelaar van Indiase afkomst, zit bij het Super 14-duel in Johannesburg op de tribune met zijn dochter, de 32-jarige Nazly. Zij kan zich de zaterdagen uit haar jeugd niet anders herinneren dan dat ze met haar vader naar Ellis Park ging voor een rugbywedstrijd. Vader en dochter zaten toen op een andere plek. Vader Booyscen wijst naar de overkant van het stadion. „Als gekleurde toeschouwers mochten we tijdens de apartheid alleen daar zitten, in een klein gedeelte van het stadion dat met hekken was afgezet. Het voelde alsof we in een kooi zaten.” Protesteren, door uitsluitend voor de tegenstander te juichen, had geen zin. „Toen zijn we er maar mee opgehouden: je kunt niet blijven protesteren. Op een gegeven moment accepteer je het, je wilt toch de wedstrijden blijven zien.”

Ondanks de kooi voelden zij zich net zo verbonden met het rugby als de blanke fans. Abdul: „Het rugbyveld is heilige grond voor veel Afrikaner. Voor hen is rugby een religie. Maar dat is het net zo goed voor mij.” Zijn dochter valt hem bij. „Het zit ook in mijn bloed.” Op de tribunes is de solidariteit tussen blanke en gekleurde fans volgens Abdul Booyscen toegenomen. „We krijgen niet zo veel rare blikken meer als veertien jaar geleden.”

Dries van der Wal (57), al 32 jaar lang rugbycoach op Grey College in Bloemfontein, heeft de afgelopen veertien jaar veel zien veranderen. Ook op Grey College, een van de oudste en meest gerenommeerde jongensscholen in het land en een voorportaal van de nationale ploeg, is er meer kleur in de teams gekomen. „In 1994 hadden we geen enkele zwarte of gekleurde speler rondlopen, nu is dat percentage minstens tien procent.” Tijdens de ‘Craven week’, de jaarlijkse rugbycompetitie voor middelbare scholen uit het hele land, moeten volgens Van der Wal minstens negen van de 22 spelers zwart of gekleurd zijn.

Hoewel hij „in principe” een voorstander van de kleurquota is, ziet de rugbycoach ook de nadelen. „Het is door het quotasysteem wel moeilijk te concurreren met andere landen. Ik vind het een goed idee, omdat zwarte spelers ook een kans moeten krijgen en er een paar hele goede jongens tussen zitten, maar het moet uiteindelijk ook weer verdwijnen.”

Bondscoach De Villiers, die bekendstaat om zijn vooruitstrevendheid, zei vorig jaar nog dat hij zich kon voorstellen dat dit jaar mogelijk tien van de vijftien spelers van de Springbokken zwart zijn. Deze zouden dan op hun kwaliteiten worden gekozen en niet op hun kleur. Bij de presentatie vorige week van zijn ‘testteam’ lijkt de Villiers inderdaad gevoeliger te zijn voor de kleurquota dan zijn voorganger Jake White. Vorig jaar waren slechts acht van de 45 spelers uit het testteam van White donker of gekleurd. In de voorlopige selectie van De Villiers zijn dat er dit jaar zeventien van de 47.