Oude dame

De oude vrouw van het rode huis bezoekt voor een paar dagen het dorp om naar haar vernielde hek te kijken. Ze slaagt erin het onmogelijke tot stand te brengen. Hoewel ze de kleinste is die hier rondloopt, kijkt iedereen naar haar op.

Ze laat zich overigens zelden zien. De luiken van het huis blijven gesloten. Ik stel me voor hoe ze daar zit, in een van de donkere poppenkamers van het huis, woedend met haar stok op de grond tikkend. Ik kan me haar niet anders voorstellen dan ongeduldig, ontevreden en ontoegankelijk.

Twee, drie keer per jaar zoekt ze haar huis op, nooit langer dan een dag of wat. Gedurende die dagen daalt de temperatuur in het dorp tien graden.

’t Moet uit pure eigenwijsheid zijn dat ze haar villa niet verkoopt. Ze heeft huizen genoeg. Stel je voor dat iemand in het dorp op de lelijke gedachte zou komen dat ze om geld verlegen zat. Dat ze iets moest verkwanselen en dus aan lager wal was geraakt. Niemand in het dorp durfde op die gedachte te komen, maar stel je voor.

Ook dat ze tot de klasse behoort die geen belasting betaalt draagt bij tot haar gebrek aan verkoopenthousiasme. Ze kan haar grote huis met al het land aanhouden voor de kosten die je betaalt voor een gepensioneerd stalpaard. Een baal hooi en een peertje van twintig watt.

Voor landeigenaren uit oude families bestaat er geen noodzaak iets van hun bezit van de hand te doen. Ook doktoren, advocaten en fabrikanten behoren hier tot de klasse die geen belasting betaalt. De noodzaak om doktoren en advocaten na hun consult het honorarium contant in de hand te stoppen is des te groter.

Het woord nota klinkt in hun oren als het woord genade in de oren van een beul.

Het rode huis staat pal tegenover het Casa do Povo, het gemeenschapshuis waar tijdens het weekend de dorpelingen samenkomen om oude gebruiken in ere te houden en te volksdansen. Met blinde ogen en gebiedend staat het huis daar. Geen luik verroert zich. De haard wordt gedoofd opdat geen rookpluim deel zal uitmaken van het feestgewoel.

Na het weekend is ze weer weg. Een verzekeringsman uit een dorp verderop, waar ze ook nog een huis bezit, was op bezoek. De reparatie zal geschieden door een aannemer uit twee dorpen verderop. Ook daar heeft ze veel landerijen. Ze vertikt het een aannemer uit Vila Pouca te nemen, Vila Pouca kan van haar doodvallen.

Overigens was de zwarte pastoor dat weekend gewoon weer op zijn plek. Zijn vlucht naar Frankrijk bleek een fabeltje. Hij was een paar dagen naar de stad geweest, bij zijn zuster. Op zondag stond hij weer op het altaar in het kerkje. ’t Is altijd een fenomenaal gezicht, een enorme neger in een spierwit misgewaad. Iedereen weet dat hij lang van stof is, maar dit keer rekte hij zijn preek nog eens extra op. Het was een drukte van belang in het kerkje. De vrouwen maakten ruzie om een plaats op de voorste rij. Ze verdrongen zich. Onder de preek vertoonde niemand een spoor van ongeduld.

Gerrit Komrij