Oranje-invasie in Bern

Voetbalbond KNVB verwacht dat ongeveer 30.000 Nederlanders eind volgende week naar Bern zullen reizen. In die Zwitserse stad speelt het Nederlands elftal op het Europees kampioenschap de groepswedstrijden tegen Italië, Frankrijk en Roemenië.

„Het stadion in Bern biedt maar plaats aan 30.000 supporters”, aldus projectleider Bert van Oostveen. „Als bond hebben wij per wedstrijd 6.000 kaarten gekregen. De helft daarvan is verdeeld via de supportersvereniging.” Volgens Van Oostveen is 25 tot 30 procent van de kaarten bestemd voor de „zakelijke markt”. De rest wordt verspreid via losse verkoop.

Door de geringe beschikbaarheid van kaarten zal het merendeel van de 30.000 Nederlanders de duels van Oranje buiten het stadion moeten bekijken. In het centrum van de stad organiseert de supportersvereniging allerlei activiteiten. Daar staan ook grote beeldschermen opgesteld waarop de fans de wedstrijden van het Nederlands elftal kunnen zien.

Wint Oranje de zware groepsfase, dan speelt het de volgende wedstrijd in het Zwitserse Bazel. Eindigt het team als tweede in de groep, dan verhuist de ploeg naar de Oostenrijkse hoofdstad Wenen.

Zowel in Bern als in Basel werken de autoriteiten mee aan de inrichting van een speciaal Oranjeplein. De KNVB is met de Nederlandse supportersclub de afgelopen maanden drie keer in Wenen geweest, maar die gemeente heeft in de binnenstad geen plek voor een speciaal Oranje-evenement.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Jet Bussemaker (PvdA), zei gisteren dat zij zich zorgen maakt over de verdeling van toegangskaarten voor grote sportevenementen zoals het Europees kampioenschap voetbal en de Olympische Spelen. „Ik vind de situatie heel erg zorgelijk”, zei Bussemaker gisteren in Den Haag bij de tiende editie van Sportpoort, een discussieforum voor vertegenwoordigers uit de sportwereld en de politiek. „Sportliefhebbers die niet zoveel te makken hebben, moeten ook naar dit soort evenementen kunnen”, zei de staatssecretaris. „Dat geldt ook voor Nederland.”

Volgens Bussemaker komen steeds meer tickets terecht bij zakelijke partners en bestuurders. „Dit is niet alleen de verantwoordelijkheid van de politiek, maar ook van de sportbonden. Met het kabinet hebben we al de afspraak gemaakt terughoudend te zijn in de vertegenwoordiging bij het EK en de Spelen.” (ANP)