Olieprijs zit bijna op zijn top

Gegevens over gereden kilometers en verbruikte olieproducten in de VS duiden erop dat de ‘prijselasticiteit’ van olie (de mate waarin de prijs reageert op veranderingen in vraag en aanbod) rond de 16 procent ligt. Als dat percentage mondiaal wordt toegepast, zou een olieprijs van 200 dollar een daling van de olieconsumptie veroorzaken van 12 miljoen vaten per dag. Speculanten die zouden proberen de prijs op 200 dollar te houden, als een soort koning Knut die de golven probeert tegen te houden, zouden het wereldwijde olieoverschot moeten opkopen. En net zoals de voeten van koning Knut nat werden, zouden zij zonder geld komen te zitten en gedwongen zijn de prijs te laten dalen, met grote verliezen als gevolg.

De olieprijs kan alleen maar heel snel stijgen en op dat hoge niveau blijven, als de prijselasticiteit heel laag is. In dat geval leiden prijsstijgingen slechts tot een kleine vermindering van de consumptie. Maar uit recente gegevens over de vraag blijkt dat de elasticiteit van de olieprijs zelfs op de korte termijn aanzienlijk is. Het aantal gereden kilometers daalde in maart 2008 met 4,3 procent in vergelijking met het jaar daarvóór, terwijl de benzineprijs met 21,5 procent steeg, hetgeen duidt op een prijselasticiteit van 20 procent. Voor het hele scala aan olieproducten ging de consumptie in de Verenigde Staten in februari met 3,7 procent omlaag, terwijl de prijzen met zo’n 27 procent stegen – hetgeen duidt op een lagere, maar nog steeds aanzienlijke prijselasticiteit van 13,5 procent. Vanuit deze gegevens bezien lijkt een gemiddelde van 16 procent ongeveer juist.

De mondiale olieconsumptie bedraagt momenteel zo’n 87 miljoen vaten per dag, maar die data zijn een paar maanden oud en weerspiegelen een prijsniveau van rond de 100 dollar. Als de prijs zou stijgen naar 200 dollar en de prijselasticiteit in de hele wereld – net als in de VS – 16 procent zou bedragen, zou de vraag dalen met 12 miljoen vaten per dag naar 75 miljoen vaten per dag, 10 miljoen vaten lager dan het huidige aanbod. Zo’n kelderen van de vraag zou vrijwel zeker vergezeld gaan van een grote, wereldwijde recessie.

Om de prijs te handhaven op 200 dollar, zouden speculanten het productieoverschot van 10 miljoen vaten per dag moeten opkopen, hetgeen hun tegen een prijs van 200 dollar per vat 2 miljard dollar per dag zou kosten. Zelfs mondiaal opererende hedgefondsen zouden dat niet lang kunnen volhouden. Daarom zouden de speculanten verpletterd worden en zou de olieprijs weer omlaaggaan.

Maar als speculanten een olieprijs van 200 dollar per vat niet aankunnen, is het onwaarschijnlijk dat die prijs dat niveau ooit zal bereiken, vooral als er maatregelen worden genomen om de speculatieve koorts in te tomen. We zouden ons dus wel eens dicht in de buurt van de olieprijspiek kunnen bevinden.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com