Obligatiebeleggers zijn te optimistisch

„De mensheid kan niet veel realiteit verdragen.” Deze uitspraak van T.S. Eliot past opmerkelijk goed bij de huidige obligatiemarkt. Beleggers stellen zich in op de realiteit van een hogere inflatie, maar langzaam en – met het oog op de waarschijnlijke toekomstige rendementen – op pijnlijke wijze.

Sinds 17 maart, de dag waarop zakenbank Bear Stearns werd gered, is het rendement op staatsobligaties met een looptijd van tien jaar met 40 tot 60 basispunten gestegen in de VS, de eurozone, Japan en Engeland. In deze twee maanden zijn de groeivooruitzichten in het grootste deel van de wereld afgenomen. Interventies van centrale banken hebben een verlammende financiële crisis weten af te wenden, maar de verkrapping van de kredietmarkten, de hoge grondstoffenprijzen en de aanhoudende problemen op de voorheen bloeiende huizenmarkten eisen hun tol.

De conventionele visie luidt dat tragere groei tot minder inflatie leidt, doordat de hogere werkloosheid de druk op de lonen vermindert – en dat lagere inflatieverwachtingen de rendementen op obligaties omlaag zullen brengen. Maar dat gebeurt momenteel niet.

Waardoor niet? Grotendeels doordat het mondiale inflatietempo sterker lijkt dan de kracht van de groeivertraging. Kijk maar naar de snelle stijging van de grondstoffenprijzen, zonder enige compensatie in de vorm van prijsdalingen bij andere goederen en diensten. Of naar de onbereidwilligheid van centrale banken om zelfs maar na te denken over drastische renteverhogingen, het enige beproefde middel tegen chronische inflatie.

In werkelijkheid is rond 2001 een eind gekomen aan twee decennia van vermindering van inflatie. Sindsdien is de inflatietrend in het grootste deel van de wereld een opwaartse geweest. De Amerikaanse consument is bezig met een inhaalslag. Volgens een enquête van de Universiteit van Michigan bedraagt het verwachte inflatietempo in de VS voor volgend jaar nu 7 procent, het hoogste peil sinds 1981.

Dat hoeft niet eens overdreven te zijn. De consumentenprijzen weerspiegelen de meest recente explosie van de grondstoffenprijzen nog niet, laat staan de hogere salarissen die veel werknemers zullen eisen om gelijke tred te kunnen houden met de stijgende kosten van levensonderhoud.

De rendementen op obligaties zijn voor het merendeel nog steeds lager dan tijdens de piek van de financiële zeepbel begin 2007. In de Verenigde Staten is het rendement van 3,9 procent op staatsobligaties met een looptijd van tien jaar niet hoger dan het meest recente inflatiepercentage. Als een hogere wereldwijde inflatie inderdaad de nieuwe, harde werkelijkheid belichaamt, riskeren obligatiebeleggers blijkbaar liever reële verliezen dan dat ze die realiteit accepteren.