Kind blij met strenge, lieve ouders

Steeds meer meisjes drinken alcohol, blijkt uit een studie. Verder gaat het met de meeste kinderen goed. Ze houden van hun ouders, vrienden en school.

De jeugd komt in de media nogal ontspoord over, vindt de Nijmeegse cultuurpsycholoog Maerten Prins. Ze drinken zo veel alcohol dat ze bewusteloos in het ziekenhuis belanden (comazuipen), ze slaan mensen in elkaar en filmen dat met hun mobieltjes (happy slapping), ze zitten urenlang achter hun computer, ze hebben wisselende en vluchtige seksuele contacten (snackseks), meisjes hebben seks met jongens in ruil voor drankjes (breezersletjes).

Maar is de jeugd echt massaal aan het ontsporen?, vroeg Prins zich af. Hij is onderzoeker aan de Radboud Universiteit. Nee, is zijn antwoord na een enquête onder 13.000 middelbare scholieren via internet. „De jeugd deugt”, durft hij te stellen. „Met de meeste jongeren gaat het goed. Ze doen het goed op school en voelen zich gelukkig. Ze geven hun leven gemiddeld een 7,7, een hoge score.”

Gisteren overhandigde Prins zijn rapport ‘De deugd van tegenwoordig, een onderzoek naar de jongeren en hun grenzen’ aan minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU).

Prins: „Ik concludeer dat de media inzoomen op een kleine groep die inderdaad problemen heeft.” Acht procent vertoont delinquent gedrag; ze maken dingen kapot, pesten anderen of veroorzaken overlast. Een kwart van de jongeren drinkt te veel. Tien procent is eenzaam en een half procent gebruikt drugs.

Wat Prins wel zorgen baart, is dat steeds meer meisjes al met 12, 13 of 14 jaar beginnen met drinken. „Die groep groeit snel. In 2003 stelde het Trimbos Instituut vast dat 78 procent van de meisjes in die leeftijdsgroep een keer alcohol had gedronken. Uit ons onderzoek blijkt dat het al om 81 procent gaat, tegen 76,6 procent van de jongens. Vast staat dat alcoholgebruik op jonge leeftijd schade aan de hersenen kan veroorzaken.”

Prins kan alleen raden naar de redenen. „Meisjes drinken vaak breezers, jongens kiezen voor bier. Breezers zijn meteen bij het eerste slokje al lekker, het eerste biertje smaakt niet zo goed.”

De meeste jongeren (75 procent) wonen thuis, met zowel vader als moeder. Kinderen die met beide ouders samenwonen, zijn iets gelukkiger dan kinderen met gescheiden ouders. De meerderheid van de ouders werkt. De meeste kinderen gehoorzamen hun ouders en zien hen als voorbeeld, schrijft Prins. Als er al onenigheid is, dan gaat die over het tijdstip waarop ze thuis moeten zijn.

Opvallend is wel dat jongeren iets anders doen dan ze zeggen. Ze vinden de eisen van hun ouders redelijk, ze zouden die zelf ook weer aan hun kinderen stellen, maar ze houden zich er niet aan. Ze beginnen drie jaar eerder met roken, drinken en gokken dan hun ouders en eigenlijk ook zijzelf goed vinden. „Dat betekent dat ouders wel regels stellen, maar die niet handhaven”, volgens Prins. Ouders kunnen de verantwoordelijkheid niet afschuiven, vindt hij. „De meeste jongeren wonen thuis. Dus die twaalfjarige die gedronken heeft, komt wel jóuw huis binnenwaggelen.”

Regels stellen is belangrijk, handhaven nog meer, ook door de overheid, vindt de cultuurpsycholoog. „Eigenlijk is het een wonder dat de jeugd het zo goed doet, want onze maatschappij is nogal onduidelijk over wat niet mag. Wanneer mogen jongeren alcohol drinken? Hoe zit het met softdrugs? Het mag wel, maar ook weer niet. Hoe zit het met harddrugs? Op het ene feest kun je pillen laten controleren, bij de volgende party word je ervoor opgepakt. Als een tasjesdief in de kraag wordt gegrepen, duurt het een half jaar voordat hij voor een rechter moet verschijnen. Opvoedkundig heeft dat geen effect.”

Jongeren die ‘autoritatief’ (streng, maar liefdevol) worden opgevoed, voelen zich het gelukkigst en presteren het best, stelt Prins vast. Zij maken vaker hun huiswerk, halen betere cijfers, spijbelen minder en worden minder vaak geschorst van school. Autoritatieve ouders stellen eisen aan hun kinderen en leggen uit waarom ze dat belangrijk vinden. Tegelijkertijd zijn liefdevol en tonen ze belangstelling voor hun kind.

Prins onderscheidt verder de autoritaire opvoeding (veel regels, weinig uitleg, weinig eigen verantwoordelijkheid voor het kind), de onverschillige ouders (geen eisen, minimale interesse) en de permissieve opvoeding waarbij kinderen heel vrij worden gelaten. „Dat leidt nogal eens tot ontsporing. Jongeren die geen regels kennen, daar gaat het vaak fout mee. Ik dronk vroeger ook stiekem. Maar ik wist dat het niet mocht. Mijn gevoel zei dat het niet goed was. Daar gaat het om.”