Kapingen zijn een gewelddadige miljoenenhandel

De VN adviseren schepen bij Somalië om in konvooi te varen. De piraterij voor de kust van het wetteloze land neemt snel toe. ‘Het gaat puur om het losgeld.’

Anderhalf miljoen euro leverden ze op, de vijf bemanningsleden van de Deense bulkcarrier Danica White die vorig jaar augustus werden vrijgelaten. De dertig opvarenden van het Franse zeiljacht Le Ponant waren half april goed voor 1,3 miljoen. Aan het eind van die maand zou 1,2 miljoen zijn betaald voor de zesentwintig opvarenden van de Spaanse trawler Playa de Bakio.

Steeds vaker worden schepen gekaapt voor de kust van Somalië, en steeds vaker wordt losgeld geëist – en betaald. „Dat is absoluut de trend”, zegt Cyrus Mody van het in Londen gevestigde International Maritime Bureau (IMB), een onderdeel van de Internationale Kamer van Koophandel. Mody bevestigt wat de betrokken overheden, organisaties en rederijen in de regel ontkennen uit vrees voor een aanmoedigende werking: piraterij is anno 2008 uitgegroeid tot een miljoenenhandel. „Geen twijfel mogelijk”, aldus Mody.

Vaststaat dat de zeeën voor Somalië hard op weg zijn om piraterijlocatie nummer één te worden. 31 kapingen meldde het IMB vorig jaar, 21 meer dan in 2006. De meeste kapingen vonden plaats in de Straat van Malakka tussen Indonesië, Singapore en Maleisië, maar daar was sprake van een afname (van 50 naar 43). Dit jaar zijn bij Somalië al 25 schepen aangevallen, waaronder het Nederlandse vrachtschip Amiya Scan.

Als het gaat om het risico als opvarende om gedood of gewond te worden, voert Somalië nu al de lijst aan, een gevolg van het steeds gewelddadiger optreden van de piraten. Op Google mag ‘piraterij’ vooral verwijzingen opleveren naar illegale internetpraktijken, rond Somalië staat het voor eigentijdse boekaniers die de dolk tussen de tanden hebben verruild voor kalasjnikovs, bazooka’s en raketwerpers. Wapens die niet misstaan op het slagveld in Irak.

Overigens vormen genoemde kapingen slechts het topje van de ijsberg, zeggen deskundigen: veel rederijen verzwijgen gijzelingen, uit vrees voor reputatieschade of verhoogde verzekeringspremies.

De groei van de piraterij hangt nauw samen met de groei van de wetteloosheid in Somalië, waar sinds het einde van de militaire dictatuur in 1991 geen effectief centraal gezag bestaat. Lokale clanleiders, warlords en criminelen kregen vrij spel op het water van de Afrikaanse Hoorn. „Zij legden contact met lokale vissers die na de ineenstorting van de centrale staat werden verjaagd uit de visrijke wateren door grote trawlers uit Europa en Azië”, zegt Peter Lehr, piraterij-deskundige aan de universiteit van het Schotse St. Andrews. „De verarmde vissers merkten dat iemand beroven met een revolver minder tijd en energie kost dan blijven vissen.”

De Somalische piraterij is nu „een criminele aangelegenheid”, zegt Martin Murphy, een Britse piraterij-expert die analyses schreef voor het International Institute for Strategic Studies. „Het gaat puur om het losgeld.” Nauwe banden met het terrorisme ontbreken maar Murphy sluit niet uit dat die in de toekomst ontstaan. „Het kan al zijn dat piraten hun inkomsten uit losgeld aan wal delen met terroristen, daar is geen zicht op.”

De straffe organisatie van de piraten blijkt wel uit de gelijktijdige kaping van drie Taiwanese schepen in 2005. Voor ieder van de 48 bemanningsleden werd 5.000 dollar losgeld geëist, een ‘boete’ voor wat de zelfverklaarde ‘nationale vrijwillige kustwacht’ bestempelde als ‘illegale vispraktijken’. Lehr: „De piraten vormen een wetshandhavende instantie op zich.”

De piraterij nam scherp af tijdens het kortstondige bewind van de Unie van Islamitische Rechtbanken (ICU), de moslimextremisten die met harde hand zorgden voor orde en regelmaat. De piraterij nam weer toe nadat eind 2006 de ICU werd verdreven door Ethiopische troepen met instemming van de Verenigde Staten, en definitief anarchie uitbrak.

Onderzoekers betwijfelen of de piraterij kan worden tegengegaan door premies voor vervoer naar risicogebieden te verhogen, zoals verzekeraars in 2006 deden met de Straat van Malakka op advies van internationale transportverzekeraars. Geschrokken door het vooruitzicht van afnemende bedrijvigheid, bleken Indonesië, Maleisië en Singapore opeens in staat tot gezamenlijke patrouilles. Lehr: „Bij Somalië werkt dat niet omdat er helemaal geen regering is.”

De Golf van Aden staat overigens sinds 2 mei op de internationale risicolijst, zegt Jeroen Kuyper, directeur Marine van Aon Risk Services, een wereldwijd opererende verzekeringsmakelaar. Sommige verzekeraars heben hun premies verhoogd maar Kuyper ziet geen afname van het vervoer langs Somalië. „Je moét wel langs Somalië als je de Golf van Aden en het Suezkanaal door wilt. Niemand gaat om heel Afrika heen varen.”

Franse commando’s rekenden vorige maand met veel machtsvertoon de kapers in van het zeiljacht Le Ponant – ze pakten ook een deel van het losgeld terug. De strijd tegen piraterij blijft voorlopig afhankelijk van dergelijk incidenteel ingrijpen door Westerse militairen in de omgeving. De fregatten van operatie Enduring Freedom, gestationeerd in Djibouti, beschouwen het bestrijden van piraterij niet als prioriteit. Het Nederlandse fregat HMS. Evertsen gaat niet achter piraten aan omdat het schepen van het VN-voedselprogramma moet beschermen.

De VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Panama lobbyen voor een VN-resolutie die het mogelijk maakt om achter piraten aan te gaan in de territoriale wateren van Somalië. „Beter dan niets”, zegt Murphy, „het kan piraten afschrikken”. Lehr: „Tot die tijd blijft het symptoombestrijding. De VN adviseren nu in konvooi te varen. Dat is voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog.”