Jonge knapen en een oude Griekse filosoof

Sonja Hartgring – eindexamenjaar 1999 (vwo), cijfer 8 – bekeek het eindexamen Grieks met haar favoriete leraar. Deel 8 van een serie.

Hoewel het aantal gymnasiasten toeneemt, kiezen steeds minder leerlingen voor Grieks. Gisteren maakten ruim 2.600 eindexamenkandidaten (van in totaal 38.000) het eindexamen voor dit vak. De stof, teksten van de Atheense filosoof Plato (427-347), laat goed zien dat het vak meer te bieden heeft dan gortdroge grammatica.

Het is tien jaar geleden dat Plato de eindexamenauteur was. Dat examen van 1998 werd landelijk slecht gemaakt: ruim eenderde van de leerlingen had een onvoldoende en de correctienorm moest worden versoepeld. Daarna koos men voor smeuïger auteurs, zoals tragediedichter Euripides en episch dichter Homerus.

Dat ondervond ik, in 1998, aan den lijve. Met z’n achten vormden wij de vijfde klas Grieks van het Alberdingk Thijm College in Hilversum. Lidewij van Gils, toen pas 23, was mijn favoriete docente. Als het mooi weer was, nam Lidewij (we noemden haar bij de voornaam) ons mee naar buiten. Daar vertelde zij ons over de Plato’s Ideeënleer, die beweerde dat alles in deze wereld zijn oorsprong heeft in een immateriële Ideeënwereld.

„Wat een onzin”, was onze reactie. Wij, pedante pubers, probeerden de theorie uiteraard op alle mogelijke manieren te ontzenuwen. Van Gils koos de kant van Plato. Wat we niet doorhadden, was dat we met elk spitsvondig tegenargument dichter bij de kern van de Ideeënleer kwamen. Uiteraard geheel in lijn met Plato’s theorie dat iemand alleen door het voeren van vraaggesprekken tot wijsheid kan komen. „Wat ben ík blij dat Homerus onze eindexamenauteur is”, zei ik aan het eind van die les met veel gevoel voor drama.

Zelfs ons kon Plato niet bekoren. En wij waren toch geïnteresseerde leerlingen, die een voorkeur voor ongewone zaken hadden. Twee van ons, onder wie ikzelf, zijn later klassieke talen gaan studeren.

Dit jaar stond niet Plato’s filosofie, maar de figuur Socrates centraal. Socrates was de leermeester van Plato en speelde in al diens geschriften de hoofdrol. In 399 werd hij door de Atheneners aangeklaagd wegens heiligschennis en het bederven van de jeugd. Nadat hij de jury eerst met zijn verdedigingsrede aan zijn kant had gekregen, verspeelde hij de goedgezindheid door absurde eisen te stellen. Hij kreeg de doodstraf en koos voor een traag werkend gif.

Het eindexamen Grieks bestaat altijd uit een serie tekstvragen en een proefvertaling. Beide onderdelen waren volgens Van Gils niet te moeilijk. „Eenderde van de vragen kon je ook maken als je de cultuurhoofdstukken goed geleerd had.” Van Gils geeft inmiddels les aan het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum, maar ze heeft geen examenklas. Daarnaast werkt ze aan haar promotie in de Latijnse taalkunde. Als taalkundige vindt ze het leuk dat er ook vragen in het examen stonden waar je de tekst goed voor moet kennen. „Lastig, maar dat is juist leuk.”

Bij het vertalen van oude Griekse teksten komen ook allerlei aspecten van de Griekse cultuur naar voren. Zo is voor een goed begrip van Plato’s teksten ook inzicht nodig in de Atheense cultuur en politiek. Dit jaar kwamen zelfs de erotische gevoelens van oude mannen voor jonge knapen aan bod.

Van Gils’ collega Richard Haasen (46), die wel een examenklas begeleidt, vond het een „leuk, maar behoudend examen”: „Het was spannender geweest als het tekstfragment waarin de jongeman Alcibiades zijn leermeester Socrates probeert te verleiden, in het examen had gestaan.”

Deel ervaring met dit examen op nrc.nl/eindexamen