Goudhamsters herinneren zich vrouwtjes in ‘geurbeelden’

Mannelijke goudhamsters kunnen vrouwtjesgoudhamsters uit elkaar houden doordat ze per vrouwtje een complex ‘geurbeeld’ in het geheugen opslaan. Het gaat om vrouwtjes die ze besnuffeld en gevoeld hebben. Op afstand zien of ruiken is niet genoeg.

Volgens psychologen van Cornell University (die hun onderzoek deze maand beschrijven in Journal of Comparative Psychology), is hiermee voor het eerst experimenteel aangetoond dat andere dieren dan de mens complexe mentale representaties van hun soortgenoten in het geheugen opslaan. Er zijn al wel aanwijzingen gevonden dat bepaalde dieren (bijvoorbeeld vogels, dolfijnen, olifanten en apen) hun soortgenoten uit elkaar kunnen houden, maar niet welke kenmerken ze in het geheugen opslaan en onder welke omstandigheden. Soms is slechts duidelijk dat de dieren bekende en onbekende soortgenoten kunnen onderscheiden, of sociaal hoger en lager geplaatsten. Goudhamsters kunnen, blijkt nu, twee even bekende, even belangrijke vrouwtjes onthouden en onderscheiden.

De psychologen lieten een mannetjeshamster eerst kennismaken met twee vrouwtjes door die afzonderlijk meermaals kort bij het mannetje in de kooi te zetten. Pogingen tot paren en vechten werden verhinderd met plastic bekertjes. Vervolgens lieten ze zo’n mannetje rondlopen op een glazen plaat, ingesmeerd met (sterk geurende) afscheiding uit de vagina van één van de vrouwtjes. Het mannetje verloor daarvoor geleidelijk zijn belangstelling. Tenslotte zetten ze het mannetje op een plaat ingesmeerd met (ook sterk geurend) flankkliervet van beide vrouwtjes. Het mannetje bleek veel minder belangstelling te hebben voor de flankgeur van het vrouwtje waarvan hij het vaginale vocht al ruimschoots had besnuffeld. Daaruit blijkt dat hij de twee geuren in zijn hamsterbrein bij elkaar had opgeslagen, in een complexe mentale representatie van het vrouwtje – want flank- en vaginageur lijken verder in niets op elkaar, ook in chemische samenstelling van de stoffen niet.

Als mannetje en vrouwtje elkaar alleen geroken of op afstand gezien hadden, werd zo’n representatie niet gevormd. Maar ook als het mannetje het vrouwtje slechts ‘slapend’ had aangetroffen (onder invloed van Nembutal) bleek het mannetje de vrouwtjes al te kunnen onderscheiden.