Extra natuur creëren, om die later weer te kunnen aantasten

Markermeer en IJmeer zijn één geheel en krijgen samen een ecologische oppepper. Of kun je ze beter scheiden? Onlangs verscheen een alternatief.

Ooit zou het Markermeer vrijwel zeker land worden. Al ruim honderd jaar geleden zou het zuidwestelijke deel van de Zuiderzee worden drooggelegd voor de landbouw. Net zoals later Flevoland werd aangelegd. Tot in de jaren tachtig heeft de discussie geduurd, over de aanleg van een luchthaven bijvoorbeeld. Maar in 1986 besloot het tweede kabinet-Lubbers van inpoldering voorlopig af te zien. De Markerwaard zal er nooit komen.

Vorige maand is een groots plan gepresenteerd voor het Markermeer en het IJmeer samen. Nee, er wordt niets ingepolderd. Wel krijgt het gebied een ecologische oppepper van in totaal een half miljard euro. „Dit is de grootste ecologische kans in West-Europa om een nieuw wetland te maken”, juicht Andries Greiner, CDA-gedeputeerde in Flevoland en voorzitter van het Samenwerkingsverband Toekomst Markermeer en IJmeer. „Wie wil straks niet in deze omgeving wonen? Dit is een geweldige impuls voor de concurrentiepositie van de Randstad.” Het gaat om aanleg van moerassen en om maatregelen om het almaar opwervelend slib langs de kusten terug te dringen, onder meer door de aanleg van zandputten. Het plan heeft de instemming van natuurorganisaties zoals de Stichting Verantwoord Beheer IJsselmeer (VBIJ).

De ecologische oppepper moet zo’n „surplus” aan natuur opleveren, dat het gebied „toekomstbestendig” wordt, dat wil zeggen bestand tegen aanslagen op het milieu in de komende decennia. Zoals de bouw van een stadsdeel Pampus voor de kust van Almere. De bouw van het tweede deel van de Amsterdamse wijk IJburg. Een nieuwe waterwijk in Lelystad. En intensievere recreatie op het water. Extra veel natuur derhalve, om deze later te kunnen aantasten. Of deze „saldobenadering” juridisch wel houdbaar is, is niet helemaal zeker. „Wij denken van wel”, zegt Dennis Menting van het projectbureau dat is opgezet door drie ministeries, twee provincies, drie gemeenten alsmede Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de ANWB. Ook gedeputeerde Greiner verwacht geen obstakels. „Europa vindt dit een avontuurlijke methode om met natuur om te gaan.” Anderen, zoals directeur Flos Fleischer van de VBIJ, plaatsen kanttekeningen. „Het is geweldig dat er geld komt voor de natuur. Maar het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn om natuur te verbeteren om er vervolgens direct weer van alles af te snoepen.”

Zojuist is een alternatief verschenen. Afkomstig van de Vereniging Vrienden van de Markerwaard. Koppel het Markermeer los van IJsselmeer en IJmeer door aanleg van een Westfriese Wetering, een Oostvaart langs Flevoland en een Waterlandse Wilgenkade tussen Waterland en Flevoland (zie kaart). Dankzij die kades voeg je aan de bestaande oeverlengte in de vorm van steile stenen dijken een zelfde lengte aan natuurvriendelijke oevers toe. Het waterpeil van het Markermeer kan in dat geval de seizoenen volgen met hoog water in de winter en laag water in de zomer in plaats van andersom, zoals nu.

En het IJmeer kan zich ontwikkelen tot een „grootstedelijk recreatiegebied” voor Almere en Amsterdam. Voorzitter Dirk Frieling van de Vrienden van de Markerwaard: „Er wordt vaak beweerd dat het Markermeer noodzakelijk is voor de waterhuishouding van Nederland. Laten we nu eens vaststellen dat dat niet het geval is. Dat verschaft de vrijheid om het Markermeer anders in te richten. Er wordt van alles bedacht om het slib weg te krijgen uit het gebied. Onze deskundigen zeggen dat dat nooit zal lukken. Leg dan liever kades om het Markermeer en gebruik het slib als substraat voor een natuurgebied. Wij kunnen van het Markermeer een natuurgebied maken dat tien keer zo groot is als de Oostvaardersplassen en vijf keer zo groot als het IJmeer.”

Het samenwerkingsverband wijst een scheiding tussen IJmeer en Markermeer af. De pittoreske dorpen langs de Noord-Hollandse kust bij Waterland zitten niet te wachten op een verbinding met Almere. Het „compartimenteren” van het IJmeer zou ook het bouwen van Almere in het water vergemakkelijken. Zoals de aanleg van land tussen Almere en Waterland volgens een plan van landschapsarchitect Adriaan Geuze. „Maar om ecologische redenen is een open verbinding tussen IJmeer en Markermeer toch het beste. Het behoudt de vistrek en bevordert de doorstroming van het water”, zegt Dennis Menting. De Vrienden van de Markerwaard vinden dat onzin, zegt Dirk Frieling. We moeten de vistrek niet overdrijven. „Vissen scheppen er geen genoegen in om een rondje IJsselmeer te zwemmen.” En de opvatting dat IJmeer en Markermeer één geheel moeten blijven, leeft vooral bij een „invloedrijke lobby” van mensen met grote jachten en bij de exploitanten van de „bruine vloot” in Muiden. Die willen met hun traditionele grote zeilschepen graag via het IJsselmeer de Waddenzee op. „Dat is een kleine groep. Er zijn veel méér mensen met een klein bootje. Die willen het IJmeer helemaal niet verlaten. In het algemeen kun je stellen dat in het IJmeer zowel voor de natuur als voor de recreatie oeverlengte belangrijker is dan wateroppervlak.”

Gedeputeerde Andries Greiner denkt dat het „draagvlak” voor de plannen binnenkort groter zal worden, omdat „iedereen die dat wil, voorstellen kan indienen die passen in het plan”. Dat kan een plan voor duurzame energiewinning zijn, of de bouw van een eiland, „om maar enkele mogelijkheden te noemen”.

Lees plan en alternatief via nrc.nl/binnenland