Dus wat ga je doen? Slechte dingen, weet je

In de Utrechtse wijk Kanaleneiland zijn sinds een week straatcoaches actief. De jongeren zien hen als mislukte politieagenten. „Nu gaat het erom respect te krijgen.”

Agenten maken kennis met de straatcoaches voor het buurtcentrum in Kanaleneiland. Foto Dirk-Jan Visser (Foto: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 29-05-2008) De straatcoaches in Kanaleneiland die vijf dagen per week lastige jongeren wijzen op hun gedrag. Hier: De buurtagenten maken kennis met de straatcoaches voor het buurtcentrum in Kanaleneiland. Visser, Dirk-Jan

Om kwart voor negen is er heibel op de Monnetlaan in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Een jongen wordt gefouilleerd door de politie en ongeveer twintig jongens uit de buurt, acht tot veertien jaar oud, staan eromheen. Naast de politie staan nog vijf brede mannen in rode truien, zogeheten straatcoaches. Ze proberen te praten met de jongens, de sfeer is opgewonden.

Als de politie is vertrokken en de straatcoaches bijna de hoek om zijn, durven de jongens hun stem te verheffen. „Kankerneger! Homo!” De coaches fietsen stoïcijns door.

Kanaleneiland is de eerste wijk in Utrecht waar straatcoaches van het Amsterdamse bedrijf Rosa Security actief zijn. Zij fietsen tussen zes uur en twaalf uur ’s avonds door de wijk om extra toezicht te houden, vooral op de kinderen op straat. In deze buurt is bijna de helft van de bewoners jonger dan 26 jaar, en ruim 28 procent jonger dan 17.

„De eenoudergezinnen met veel kinderen zijn het voornaamste probleem”, zegt Kees Righart, directeur van Rosa Security. „Een moeder is vaak blij als die kinderen even het huis uit zijn. Vrijdag, op onze eerste avond in de wijk, troffen we een kindje van drie op straat met zijn broertje van acht. De moeder zat boven televisie te kijken.”

De coaches wacht geen warm welkom van de jongeren. Vijf minuten nadat ze de Monnetlaan zijn uitgefietst, staan er nog een aantal jongens na te praten. Ze zeggen allemaal ouder dan twaalf te zijn en ze zijn zeer verontwaardigd. „Waar bemoeien die homo’s zich mee?”

Vanaf een balkon zegt een oudere jongen dat ze met respect moeten praten. „Oké, waar bemoeien die gasten zich mee? We weten toch zelf wel wanneer we naar bed moeten.”

Ook bij het winkelcentrum op de Bernadottelaan hebben de jongeren geen goed woord over voor de coaches. „Het zijn mislukte politieagenten.”

De jongens willen best even praten over de wijk, al zijn ze de negatieve media-aandacht flink zat. „De gemiddelde opleiding van deze groep hier is hbo”, zegt Saïd Tnewes. „We worden steeds verder aangelijnd, we zijn het zat om steeds te horen hoe slecht het gaat in Kanaleneiland. Het ging juist beter, maar nu komen ze met die straatcoaches en dat werkt alleen maar provocerend.”

Volgens Kamal Arani zijn die coaches ex-criminelen. Hij vertrouwt ze niks.

Een van de jongens oppert dat het wel goed is om jonge kinderen van straat te halen, voor ze ook afglijden naar de criminaliteit. Een ander: „Ja, maar wat maakt het uit of je een hoge opleiding hebt? Je krijgt als Marokkaan toch geen baan. Dus wat ga je doen? Slechte dingen, weet je.”

De groep loopt wat te dollen met iedereen die voorbijrijdt. Soms loopt er een weg, onder andere om naar de moskee te gaan, anderen komen er weer bij hangen. Later op de avond vertellen ze dat de straatcoaches „volgens geruchten” binnenkort belaagd gaan worden. „In het donker zie je niet wie een baksteen gooit.” „We rijden over ze heen.”

Righart kent de geluiden. „We zien wel.”

Het is tien uur en de straatcoaches staan voor hun thuisbasis, het wijkbureau tegenover het politiebureau. Er is net een gloednieuwe auto gestopt met blinkende velgen met een Playboy-konijntje erop. De coaches bewonderen de bolide uitvoerig en maken een praatje met de eigenaars. Dit is de bedoeling, legt Rigthart uit: praten. „De zeven hanggroepen hebben we in beeld. Nu gaat het erom respect te krijgen. We stoppen bij elke groep om een praatje te maken.”

Het project moet uitmonden in opgeleide straatcoaches, die uit de wijk zelf komen. De eerste aanmeldingen zijn al binnen.

Righart is vol vertrouwen dat het project de overlast zal terugdringen, maar hij is ook geschrokken van Kanaleneiland. Zijn bedrijf voert al langer een vergelijkbaar project uit in Amsterdam Zuidoost, maar dit is andere koek. Vooral de brutaliteit van de jongetjes van acht of negen en het gebrek aan respect voor de politie verbazen hem. „Maar we zien nu al dat het effect heeft. Als we door een straat rijden waar veel kinderen spelen, spreken we de ouders aan en fietsen daarna weer weg. Een kwartier later is dan de straat leeg. Die ouders snappen het best.”

Rond elf uur, als het donker is geworden op de broeierige zomeravond, zijn er rond de Bernadottelaan vrijwel geen kinderen meer op straat te zien. Het zijn vooral nog jongeren die er rondhangen en zo hard mogelijk, op één wiel, langsscheuren op de scooter.