De taal die Plato dacht, dat mooie ronde schrift

Geen boze woorden over urennormen, stakingen of doorstroommogelijkheden.

Deel 11 in de serie Het vakkenpakket: een ode aan het vak Grieks.

Ken uw klassieken: toen Daniel in The Karate Kid in de leer ging bij mister Miyagi, liet deze hem onder andere een heleboel auto’s in de was zetten. Na verloop van tijd beklaagde Daniel zich bij de meester. Hij zag het nut niet in van dat werk. Mister Miyagi keek hem indringend aan en sommeert hem dan ‘wax on, wax off!’ Dan blijken de saaie klussen feitelijk nuttige oefeningen te zijn: met gemak pareert Daniel de trappen van zijn meester.

Zo is het ook met Oudgrieks. Vijf jaar lang worden kinderen op de Nederlandse gymnasia getraind om een taal te leren, waarna ze nog geen brood kunnen bestellen. Wat is dan het nut?

Welnu, het feit dat men het in Nederland al meer dan zes eeuwen de moeite waard acht om Oudgrieks te onderwijzen en te bestuderen, impliceert dat het vak wordt gewaardeerd. Natuurlijk is het de verantwoordelijkheid van de classici om de waarde van hun vak ook te expliceren.

Het leren van een taal – elke taal – is nuttig. Het stelt je in staat de wereld te bekijken door de ogen van andere culturen. Een vreemde taal verbreedt je kijk op de wereld. Bij het Grieks is dat nog meer het geval dan bij andere talen: niet alleen maak je kennis met een andere cultuur, je reist ook nog eens heel ver terug in de tijd.

Het leren van Grieks scherpt je hersenen. De grammatica van het Grieks verschilt nogal van die van het Nederlands en het vergt echt een analytische aanpak om een tekst te kunnen lezen en te begrijpen. Als je daaraan gewend bent, zal het je opvallen dat het Grieks zich leent om een gedachte zeer nauwkeurig uit de drukken. Als je een Griekse tekst naast een Nederlandse vertaling legt, valt op dat de vertaling meer woorden telt dan het origineel. Men zegt wel eens dat de Griekse filosofie kon ontstaan doordat de taal zo geschikt is om allerlei nuances precies weer te geven.

Dat is ook de grote uitdaging bij het vertalen van een Griekse tekst. Hoe verwerk je al die informatie in je vertaling? Dit vergt, behalve kennis van het Grieks, ook kennis van het Nederlands. Dat door het leren van Grieks ook je Nederlands verbetert, staat buiten kijf. Maar tegelijkertijd heeft het ook invloed op je kennis van andere talen. Misschien herken je bepaalde woorden uit het Grieks, maar belangrijker nog is dat je de systematiek van een andere taal sneller doorziet. Je leert, kortom, hoe talen functioneren.

Het Grieks dat je op school leest, dateert globaal uit de 9e eeuw v. Chr. tot de 2e eeuw na Chr. Het Grieks is de taal van de Ilias en de Odyssee van Homerus, maar het is ook de taal van het Nieuwe Testament. Het is de taal die Plato dacht, die Alexander de Grote sprak, die Nero zong.

Vanaf de vijftiende eeuw, tijdens de Renaissance, begon de Griekse literatuur aan een nieuwe opmars door Europa. Het Grieks bleek toegang te bieden tot verloren gewaande wijsheid, en de Griekse literatuur heeft ook toen weer dichters en schrijvers, maar ook filosofen, wiskundigen, natuurkundigen en artsen geïnspireerd.

De hernieuwde waardering voor de Griekse literatuur heeft een enorme invloed gehad op de wetenschap, de kunst en de maatschappij. Natuurlijk is er sprake van voortschrijdend inzicht. Het woord atoom (atomos = ondeelbaar) is bijvoorbeeld achterhaald.

De wetenschappelijke principes zijn echter gebleven. Een moderne arts gaat in zijn diagnostiek op dezelfde wijze te werk als destijds Hippocrates. Daarbij is een omvangrijk deel van het medisch jargon wereldwijd nog steeds gebaseerd op het Grieks.

Maar de Griekse taal en cultuur leven ook op andere terreinen nog voort. Nu is het voor een willekeurig individu niet noodzakelijk om dit constant te beseffen, maar voor een samenleving als geheel is het wel degelijk belangrijk om de herinnering aan het verleden levend te houden. Als waarschuwing, maar ook als voorbeeld. De Griekse literatuur houdt ons een spiegel voor.

Dit jaar ging het eindexamen Grieks over Socrates. Aan de hand van verschillende bronnen wordt een veelzijdig portret van de beroemde filosoof en zijn tijd gegeven. Socrates was een bekend publiek figuur die de gemoederen danig bezighield. Hij inspireerde maar wekte ook wrevel op. Zozeer zelfs dat hij ter dood werd veroordeeld. En dat in een democratische samenleving als Athene – of misschien júíst daar.

Dit eindexamenonderwerp leert je niet alleen iets over de morele opvattingen van Socrates en Plato. Het geeft een aardig beeld van de Atheense samenleving in de 5e eeuw v. Chr. Het schetst een beeld van merkwaardige gebruiken als het symposium en de pederastie, van de geldende religieuze opvattingen en van het rechtssysteem. Daarbij maakt het duidelijk hoe een democratie functioneert en waar het mis kan gaan.

Dit alles is relevant voor de kennis van het verleden, maar ook stelt het je beter in staat met een kritische blik naar onze eigen cultuur te kijken. Niet om te ontdekken dat alles vroeger beter was, maar om te beseffen dat niet alles vanzelfsprekend is. Dat er is nagedacht over de dingen. Dat wij het product zijn van het verleden.

Ik vind het een eer en een genoegen om leerlingen dit besef bij te brengen. De school waar ik werk biedt daartoe gelukkig volop de gelegenheid. Het Stanislascollege heeft een bloeiende gymnasiumafdeling, en de waardering voor de klassieken en hun erfenis wordt ook buiten de lessen uitgedragen.

We organiseren voor de tweedeklassers een Romeins kamp, waar leerlingen kennismaken met elkaar en met het Romeinse soldatenleven. Ze koken bijvoorbeeld authentieke Romeinse soldatenkost en ze exerceren op het strand. Verder zijn we dit jaar met het hele gymnasium naar de voorstelling Odysseus van Toneelgroep De Appel geweest en met de derdeklassers hebben we pas een workshop over de tragedie Antigone van Sophocles bezocht.

In mei vindt bovendien traditioneel de Griekenlandreis van de vijfdeklassers plaats. Drie weken lang kamperen, opgravingen en musea bezoeken, zelf koken, de Olympus beklimmen en hardlopen in het échte Olympische stadion.

Op mij als leerling heeft die reis destijds een geweldige indruk gemaakt. Al viel ik niet direct ten prooi aan het Stendhalsyndroom, er werd wel een kiem gelegd. Het lezen van échte klassieke teksten vond ik steeds interessanter worden. Al bleef het meestal taaie kost, het was een uitdaging, een uitdaging die ik ook na de middelbare school aan wilde blijven gaan. Daarom heb ik destijds besloten een carrière als civiel ingenieur op te offeren aan een studie Griekse en Latijnse Talen en Culturen.

Nu onderwijs ik die vakken zelf, en leer ik mijn leerlingen Grieks schrijven. Dan denk ik soms terug aan hoe dat Griekse alfabet mij fascineerde. Sommige letters waren bijna hetzelfde als onze eigen, andere waren vreemd. Ik vond de Griekse letters ook veel sierlijker dan het ‘gewone’ alfabet - veel ronder. Dat vind ik nog steeds. Als ik een Griekse tekst zie, valt de schoonheid van de letters mij het eerst op.

De leerlingen van nu zijn in principe nog net zo onder de indruk als ik toen. En het alfabet is nog maar het begin. Er volgt een moeizame reis langs woordenlijsten, talloze rijtjes van werkwoorden en naamwoorden, onregelmatige stamtijden en nog veel meer - ‘wax on, wax off’. Uiteindelijk blijkt alles zeer de moeite waard.

Guido Kuijper (33) studeerde Griekse en Latijnse Talen en Culturen aan de Universiteit Leiden. Tot 2007 docent klassieke talen op het Gymnasium Haganum in Den Haag jaar oud, sinds 2007 op het Stanislascollege in Delft.