De symboliek van kleurrijke lappen

Fransje Killaars ‘24 Hours I’ (2005) Installatie met bedden, mannequins en handgeweven acryldekens. Collectie Bonnefantenmuseum Maastricht. Foto Roy Villevoye Villevoye, Roy

Tentoonstelling Fransje Killaars, ‘Figures’, t/m 13 juli in het Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112, Schiedam. Di-zo 10-17u. Inl. 010-2463666 / www.stedelijkmuseumschiedam.nl

Ooit was schilderen een ongelooflijk lastige klus. Gemalen edelstenen, giftige planten en bederfelijkheden lagen op het palet en hadden elk hun eigen gebruiksaanwijzing. Kunstenaars waren altijd op zoek naar stoffen die beter, goedkoper, mooier waren. Schilderen en alchemie lagen dicht bijeen. En schitterend in een mooi kunstwerk werden dure verfkleuren nog magischer.

Kostbaarheid werkte symboliek in de hand. Mariablauw op een schilderij was duur en heilig, net zoals purperen gewaden ooit duur en koninklijk waren. Dat veranderde met de komst van tubeverf, die zelfs door veel aboriginalkunstenaars wordt gebruikt. Sindsdien is kleur gewoon kleur. Maar in de stoffenindustrie hebben kleurbaden in zinderende tinten wel nog een magische uitstraling. Dat ontdekte kunstenaar Fransje Killaars, van origine schilder, toen zij in de jaren negentig door India reisde, misschien wel het meest kleurrijke land ter wereld.

In het land van indigo en saffraan zag Killaars stoffenververs aan het werk met de meest pure kleuren en zij raakte onder de indruk van de kracht ervan. Hoe vuil de longen van de ververs mogen zijn, zo stralend zijn de lappen die ze produceren. Haar fascinatie voor dit textiel is af te zien aan haar solotentoonstelling Fransje Killaars, Figures, die nu te zien is in het Stedelijk Museum Schiedam. Deze bestaat uit geblokte dekens in zulke felle kleuren dat ze bijna fluorescerend lijken. Killaars stapelde ze op bedden en drapeerde ze over verticale vormen zodat mensgestaltes ontstaan. Ze doen denken aan vrouwen in burka’s. Andere stoffen bevatten camouflageprints of abstracte motieven die op hoogtelijnen uit een atlas lijken. Ze staan opgesteld in balen en zijn gedrapeerd over paspoppen die foldertjes lezen over verre reizen en musea.

Tegenover die Indiase pracht staat een reeks poppen in kleurloze kleding. Beige rokjes, linnen hippieblouses, kinderjurkjes van wit kant. De textielen knoopjes en stijve kraagjes hebben iets weg van vroeger tijden, met keurslijven en wasborden. De Spaanse prinses Isabella bezwoer tijdens de Tachtigjarige Oorlog in een vlaag van optimisme dat ze haar onderjurk niet zou wassen totdat de heidense Hollandse protestanten waren verslagen. De zo ontstane term isabellageel is alweer in vergetelheid geraakt, net zoals je weinig mensen meer hoort over ecru. Al deze kleurarme tinten hebben samen een scala aan associaties: vies, keurig, natuurlijk, maagdelijk.

Het eerdere werk van Killaars was puur beeldend, puur kleur. Met haar Indiase stoffen en voiles bouwde ze kamers waar je omheen en doorheen kon lopen. De regenboogtinten herinnerden vanzelf aan de magie en betekenis die kleuren door de eeuwen heen genoten hebben – in kleding zowel als schilderkunst. Die betekenis, daar wilde Killaars mee verder, zo lijkt het. De beeldende presentatie van haar werk heeft ze opgeofferd om zich meer te richten op het verhaal: de symboliek van kleur en mode. De uitnodigingskaart zegt dat haar nieuwe installaties gaan over de identiteit en betekenis van kleding en over de relatie van textiel met actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Vandaar de burka’s, vandaar de vergelijking van Europese soberheid met Indiase kleur. Vandaar ook dat er paspoppen in camouflagekleding – ooit oorlogsprint, nu mode – reisfolders lezen. Dat alles riekt inderdaad naar een verhaal over identiteit, maar een statement of visie is er niet aan af te lezen. En voor enkel wat dekens in mooie kleuren kun je ook terecht op de stoffenmarkt.