De prijs van alles, en de waarde van niets

Een oase van prijsstabiliteit, dat lijkt Nederland in de eurozone. Terwijl de inflatie overal toeneemt, van Europa tot de Verenigde Staten, en van China tot India, daalde de geldontwaarding in Nederland over april met 0,2 procentpunt tot 2 procent. Vergelijk dat eens met de 3,3 procent gemiddeld voor de eurolanden, 3,9 procent voor de VS. China kent 8,5 procent inflatie, maar dat cijfer wordt door velen buiten dat land, zelfs door veel Chinezen zelf, met een flinke korrel zout genomen. Er zijn schattingen dat de Chinese inflatie in werkelijkheid bijna het dubbele bedraagt.

Centralebankiers en andere beleidsmakers maken zich dan ook grote zorgen. Wellicht is het tijdperk dat de prijzen duurzaam onder controle bleken inderdaad ten einde.

Behalve in Nederland? Schijn bedriegt, en de schijn rust ditmaal in de statistiek. De inflatie in Nederland is vooral laag door een zeer gunstige vergelijking met het prijspeil van een jaar geleden. En op precies dezelfde manier zal het in de komende maanden fout gaan. Van mei 2007 tot januari 2008 bleef het prijspeil in Nederland grosso modo stabiel, en een paar dalletjes in de tussentijd. Dat heeft grote gevolgen voor de rest van dit jaar. Hoe lager het peil een jaar geleden was, hoe hoger een vergelijking met nu uitvalt.

Stel dat het peil van consumentenprijsindex – in april 104,2 – vanaf nu niet meer verandert. Dan nog stijgt de inflatie tot een piek in juni van 2,9 procent, om de rest van het jaar boven de 2 procent te blijven.

Stel nu dat de prijzen normaal stijgen, met een percentage dat optelt tot 2 procent per jaar. In dat geval stijgt de inflatie in juni al boven de 3 procent en piekt in december op 4 procent. Zomaar. In de tussentijd zijn de voedselprijzen op de wereldmarkt sterk gestegen ten opzichte van vorig jaar, en ook de brandstofprijzen stijgen snel. Samen zijn die goed voor meer dan eenvijfde van het mandje van goederen en diensten dat voor het berekenen van de inflatie wordt gebruikt. Onderdeel van de komende prijspiek wordt de verhoging van de prijzen voor huishoudelijke energie, die elk half jaar plaatsvindt, en in de zomer in de statistieken kruipt. En dan is er – ‘hallo daar zijn we weer’ – de nog steeds geplande verhoging van de btw per komende januari, die de inflatie opstuwt.

Exact te berekenen zijn deze invloeden niet, maar samen met het eerder genoemde statistische basiseffect ten opzichte van een jaar geleden, mag een flinke piek in de inflatie in Nederland zeker niet worden uitgesloten. Voorzichtige gok: een inflatie van boven, misschien wel vér boven de 4 procent in de loop van dit jaar.

Maarten Schinkel