Zo corrupt, net Italië

Voor corrupte Centraal- en Oost-Europese functionarissen is het leven zelden beter geweest, zegt The Economist deze week. De Europese Unie pompt zoveel geld in de regio dat er voor hen genoeg te halen valt. Anti-corruptiemaatregelen blijven ondertussen zonder uitwerking.

Het bestrijden van corruptie in Centraal- en Oost-Europa is geen prioriteit meer sinds EU-toetreding. Roemenië en Bulgarije hebben al veel bijtende waarschuwingen uit Brussel ontvangen. Zo ontsloegen de Roemenen drie maanden na EU-toetreding al de minister van Justitie, Monica Macovei, die voortvarende stappen nam om corruptie tegen te gaan.

In Bulgarije worden overheidsinstanties die de corruptie moeten bestrijden slecht gecoördineerd. Vooralsnog heeft geen enkele corruptiezaak van hoog niveau er tot een veroordeling geleid. Zelfs in Slovenië, het land dat bekendstaat om goed bestuur, wordt geprobeerd de commissie ter bestrijding van corruptie op te doeken, omdat deze onnodig en duur zou zijn.

In Polen is de president aan een nieuw hoofdstuk in de corruptiebestrijding begonnen: hij probeert de omvangrijke Poolse bureaucratie te laten slinken. Daarin zou de oplossing kunnen zitten. Want corruptie zal verdwijnen als de bureaucratie wordt teruggebracht tot het punt waar omkopen onnodig is. Alleen Estland is dat tot nu toe gelukt.

De burgers van Centraal- en Oost-Europa maken zich al geen illusies meer over het postcommunistische politieke systeem. Ze blijven tijdens de verkiezingen massaal stemmen op politici die verdacht worden van corruptie. Net Italië, aldus The Economist.

Elleke Bal

Lees het artikel via nrcnext.nl/links.