‘VS verdelen Zuid-Amerika om ons te beheersen’

De ruzie tussen Colombia en Venezuela over de FARC gaat maar niet over. Volgens president Chávez’ adviseur Muller Rojas stoken de VS. ‘Zij willen geen vrede.’

Generaal b.d. Muller Rojas

Na ruim een maand van beledigingen over en weer, schudden de Venezolaanse president Hugo Chávez en zijn Colombiaanse collega Álvaro Uribe elkaar vrijdag de hand. De twee kemphanen ontmoetten elkaar tijdens een regionale top in Brasília. „Ik heb geen geld gegeven aan de FARC”, weersprak Chávez de beschuldiging van Uribe, dat hij de Colombiaanse guerrillabeweging met miljoenen dollars wilde steunen. „Laten we praten, we moeten het vertrouwen herstellen. We moeten ons verenigen.”

Uribe zei dat Chávez zijn land „vaak beledigd had”. Hierna wendde hij zich tot Chávez’ 20-jarige dochter María Gabriela – die naast haar vader stond – en gaf haar een kus. „Jouw generatie moet onbezorgd leven, zonder de problemen van ons volwassenen. Als de dialoog ons iets leert, is het wel het respect voor anderen.”

Maar vraag Chávez’ belangrijke buitenlandadviseur Alberto Muller Rojas of er nu weer een tijdperk van vriendschap aanbreekt, en hij kijkt sceptisch. „Politiek is geen exacte wetenschap, en er zijn in deze veel onzekere factoren.”

Muller is één van Chávez’ meest nauwe politieke bondgenoten. De generaal b.d. werd door Chávez uitverkoren om als vicevoorzitter van de nieuwe socialistische eenheidspartij PSUV alle partijen samen te smeden die de president nu steunen. Hij kent Chávez sinds hij hem in de jaren ‘70 strategielessen gaf op de militaire academie.

„Natuurlijk hebben we verschillende conflicten gehad”, vertelt Muller tijdens een interview in de marge van de Encuentro Latino-Europeo, maandag in het SER-gebouw in Den Haag. „Maar die waren nooit persoonlijk, altijd politiek. Wij zijn als vader en zoon.”

In hun presentatie en gedachtewereld komen de twee inderdaad aardig overeen. Net als Chávez countert Muller kritische vragen het liefst op half clowneske, half agressieve wijze. De VS zijn altijd nog vele malen erger, is daarbij een veel beproefde verdedigingslinie. „Wij hebben geen Guantánamo. Wij beginnen geen oorlogen.”

Venezuela lijkt meer op Zwitserland, stelt hij ook herhaaldelijk. „Daar houden ze elke week referenda.” En: „Wij moeten net als de Zwitsers ook een nationale garde hebben, een militie van bewapende burgers” – voor in het geval van een Amerikaanse invasie.

Hij is in Nederland om „de desinformatie in de Europese pers” te weerspreken. „Venezuela zou een autocratische regering hebben, zeggen Colombia en de VS, maar er is geen democratischer land op ons continent dan Venezuela.”

Chávez heeft hem niet gestuurd omdat hij vreest dat zijn statuur in Europa wordt aangetast door de desinformatie. „Absoluut niet. Ze is juist schadelijk voor Europa. Wij hebben nu contacten met Rusland, Wit-Rusland, India, China, in het Midden-Oosten. Degenen die verliezen zijn zij in Europa, niet wij.”

Muller waarschuwt liever voor de agressie van Colombia en vooral de VS. „De soevereiniteit van het Colombiaanse leger ligt niet bij de eigen regering. Het ontvangt zijn bevelen uit Washington.”

Sinds Colombia begin maart de Nr. 2 van de FARC bombardeerde in het zuidelijke buurland Ecuador en diens laptops buitmaakte, beschuldigt het Chávez ervan de FARC financieel te steunen.

Muller: „De beste periode die we ooit gehad hebben in de Venezolaans-Colombiaanse relaties, was onder Chávez en Uribe. Sinds halverwege de 19de eeuw was er permanent militaire spanning. Die nam af toen Chávez aantrad. De handel groeide, er was economische en infrastructurele samenwerking. Maar toen Chávez succes had met zijn bemiddeling voor vrijlating van de gijzelaars van de FARC, ging het mis. Toen verkoos Uribe de relatie te verbreken. Hij viel Ecuador aan, een land waarmee we ons verwant voelen.”

Dat de twee elkaar vrijdag de hand schudden, hoeft niet veel te betekenen. „Probleem is dat de Colombiaanse regering alleen de belangen van Washington dient. Het Colombiaanse bedrijfsleven is ook helemaal niet blij dat de handel met Venezuela hier onder lijdt. Het is een zorgelijk moment.”

Bovendien dient zich alweer een nieuw twistpunt aan. De Ecuadoriaanse president Correa stuurt het Amerikaanse leger in 2009 weg van de militaire basis Manta aan zijn kust. De VS gebruiken deze voor de strijd tegen drugs in Colombia. Mogelijk komt er daarom nu een basis in dat land zelf. „Als ze dit doen, ligt het eraan waar. Doen ze het nabij onze grens, dan verbreken we alle banden. Een totale breuk, ook commercieel.”

Toenadering, bijvoorbeeld via nieuwe bemiddeling door Chávez bij de vrijlating van FARC-gijzelaars, voorziet Muller niet. Zaterdag bleek dat FARC-topman Marulanda in maart overleed, evenals twee andere hoge commandanten. „Er is nog contact met de FARC, via de [linkse] Colombiaanse senator Piedad Córdoba. Maar nu zij mogelijk wordt aangeklaagd [voor banden met de FARC] lijken de kansen op een akkoord verkeken.”

Dat treft ook Venezuela, zegt hij. „Wij lijden óók onder het conflict over de grens. Guerrillero’s steken de grens over en doden Venezolanen, maar dát komt niet in de krant. Wij willen allen vrede, daarom onderhandelen we.”

Het grootste obstakel, herhaalt hij, is niet Colombia, maar Washington. „De VS willen helemaal geen vrede. Het is hen alleen om de macht in Zuid-Amerika te doen, om in de buurt van onze olie te komen, zodat Europa, China en India er niet bij kunnen. Ze willen geen eenwording van Zuid-Amerika. Het is verdeel en heers.”