Tribunaal laat verdachte gaan

De rechtszaak tegen Jovica Stanišic is door de rechters van het Joegoslavië-tribunaal uitgesteld in verband met zijn slechte gezondheidstoestand. Daarvan profiteert ook Franko Simatovic, net als Stanišic een voormalig kopstuk van de Joegoslavische geheime dienst.

De rechter gelastte de voorlopige vrijlating van de twee verdachten, tegen deze beslissing is de openbaar aanklager in beroep gegaan.

De 57-jarige Stanišic is volgens de rechters fysiek en mentaal niet in staat om het proces te volgen. Hij heeft een chronische darmontsteking en verloor de afgelopen weken, volgens zijn advocaat Geert-Jan Knoops, twaalf kilo aan gewicht. Hij is – blijkt uit medische dossiers – depressief, suïcidaal, en staat onder permanent (camera)toezicht. Daardoor was hij volgens Knoops „niet in staat [...] om ons enige zinvolle instructie te geven omtrent getuigen of documenten.”

De advocaat noemt de gevolgen van de detentie zo ernstig „dat er feitelijk sprake is van een ‘onmenselijke behandeling’”.

Stanišic en Simatovic worden beschuldigd van betrokkenheid bij de etnische zuiveringen in de oorlogen in Kroatië en Bosnië (1991-1995) en zijn aangeklaagd voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Bij hun voorgeleiding in juni 2003 zeiden ze onschuldig te zijn. In december 2004 werden ze voorlopig vrijgelaten om in Belgrado hun proces af te wachten, dat eerder dit jaar begon. De Servische regering heeft, net als in 2004, garanties gegeven dat de twee verdachten worden uitgeleverd wanneer hun proces wordt hervat.

Stanišic wordt gezien als de vroegere rechterhand van Miloševic. Hij was van 1991 tot 1998 de baas van de staatsveiligheidsdienst DB. Simatovic was Stanišic’ plaatsvervanger, én de eerste commandant van de Rode Baretten, een geheime eenheid van de Servische politie. De staatsveiligheidsdienst liet extreem gewelddadige milities acties uitvoeren in Kroatië en Bosnië. Volgens de aanklagers werden die georganiseerd, aangestuurd en gefinancierd door Stanišic en Simatovic.