Toneelgroep veel naar buitenland

Toneelgroep Amsterdam wil zich volgend seizoen sterk op het buitenland richten, met 44 voorstellingen in de Verenigde Staten,Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en Spanje.

Dit blijkt uit het seizoensplan dat de groep deze week heeft gepresenteerd. De internationalisering past in het beleid van het ministerie om in het nieuwe kunstenplan 2009-2012 meer nadruk te leggen op uitwisselingen met het buitenland. De Raad voor Cultuur adviseerde twee weken geleden om de groep 600.000 euro meer te geven. De Amsterdamse Kunstraad adviseerde eerder om de gemeentesubsidie te verhogen met 400.000 euro. Indien minister Plasterk (OC&W) en de Amsterdamse wethouder Gehrels hiermee akkoord gaan, zou de groep 6,4 miljoen euro per jaar subsidie ontvangen.

Komend seizoen gaat tijdens het festival Ruhrtriënnale in het Duitse Bochum de voorstelling Rocco en zijn broers in première, naar de film van Luchino Visconti. De nieuwe voorstelling Kreten en gefluister reist naar Parijs. Na Scènes uit een huwelijk is dit wederom een toneelstuk naar een film van Ingmar Bergman, over drie vrouwen (Renée Fokker, Halina Reijn en Karina Smulders) die waken bij een stervende vrouw (Chris Nietvelt). De groep gaat verder op reis met drie voorstellingen die eerder een succes in Nederland waren: Opening Night (New York), Rouw siert Elektra (O’Neill Festival in Chicago), Romeinse Tragedies (Wenen, Braunsweig, Festival d’Avignon). Ook onderdeel van de internationalisering is de komst van de Amerikaanse regisseur Robert Woodruff naar Amsterdam voor de Griekse tragedie Ifigeneia in Aulis, met Karina Smulders in de titelrol.

De nadruk op de buitenlandse speelbeurten doet denken aan een soortgelijk beleid van wijlen Hollandia, dat regisseur Johan Simons aan zijn roem in de Duitstalige gebieden hielp.