Samenwerking met Filmkrant kan Skrien redden

Veertig jaar na oprichting wordt filmtijdschrift Skrien met opheffing bedreigd. De Raad voor Cultuur adviseert subsidie te staken.

Bas Blokker

Minister Plasterk moet nog besluiten of hij de aanbevelingen van de Raad voor Cultuur overneemt, maar als hij dat doet, dan gaat ten minste één eerbiedwaardig instituut in de Nederlandse filmwereld zware tijden tegemoet. De raad vindt dat het tijdschrift Skrien „steeds meer in zichzelf gekeerd geraakt” is en adviseert de minister Skrien geen subsidie meer te geven. Het aldus uitgespaarde geld zou deels moeten worden overgeheveld naar een op te richten sectorinstituut voor de film dat volgens de raad beter zaken kan doen met een ander blad, de Filmkrant.

Het lijkt erop dat bestuur en hoofdredactie van Skrien, opgericht in 1968 als een uitgesproken links-geëngageerd filmblad, zich hebben verkeken op de ingewikkelde situatie die is ontstaan door de inrichting van een sectorinstituut voor de film, terwijl de leiding van de Filmkrant zich daar beter op heeft voorbereid. Het ministerie van OCW heeft op 20 december vorig jaar aan beide bladen laten weten dat zij in de afzienbare toekomst niet langer zelfstandig subsidie konden aanvragen, maar dat zij dat zouden moeten doen via het sectorinstituut. Aangezien dat overkoepelende instituut nog niet is opgericht, mochten de bladen nog eenmaal zelf subsidie aanvragen, al waarschuwde het ministerie dat die maar voor de duur van één jaar zou worden verstrekt.

Skrien, een blad dat acht keer per jaar verschijnt en een oplage van 2.000 heeft, is al enkele jaren geleden met het Filmmuseum over samenwerking gaan praten. De vorige directie van het museum zag daar veel in en de huidige directeur Sandra den Hamer bevestigde de intentie: „Wij zijn natuurlijke partners.” Toen het Filmmuseum in beeld kwam als belangrijkste partij voor de oprichting van het sectorinstituut, is Skrien dan ook aangeschoven bij de voorbereidingsgesprekken. De vertegenwoordigers van het filmtijdschrift stelden voor dat Skrien zou samenwerken met het museumblad Zine en dat het, met een redactiestatuut om de onafhankelijkheid te garanderen, voortaan onder de hoede van het sectorinstituut zou opereren. „Zoals Sight & Sound wordt uitgegeven door het British Film Institute”, zegt André Waardenburg, hoofdredacteur van Skrien en filmmedewerker van NRC Handelsblad.

Het wonderlijke is dat het model Sight & Sound en BFI in het advies van de Raad voor Cultuur niet wordt genoemd bij Skrien, maar wel bij de Filmkrant. Waardenburg zegt dat het model niet is opgenomen in de subsidieaanvraag, maar wel aan de orde is gekomen in gesprekken met de filmcommissie van de raad. „En ik heb er ook over gesproken met Dana.” Dana Linssen, hoofdredacteur van de Filmkrant en ook medewerker van NRC Handelsblad, zegt: „Bij mijn weten is het Sight & Sound-model van Skrien geen openbaar plan en heb ik er dus geen kennis van kunnen nemen.” Volgens haar geeft de Filmkrant in plannen al jaren blijk van affiniteit met bladen als Sight & Sound en Cahiers du Cinéma – „zelfstandige, onafhankelijke, hooggekwalificeerde filmjournalistiek, die wij in Nederland ook nastreven.”

De Raad voor Cultuur heeft dat streven beloond. Hij schrijft in zijn advies: „Op verzoek van OCW heeft de Raad de aanvragen van de twee tijdschriften mede bekeken in het licht van het sectorinstituut. Eén daarvan, Skrien, heeft hij negatief beoordeeld. Ten aanzien van de Filmkrant meent hij dat deze desgewenst vanuit het sectorinstituut kan opereren, mits zijn onafhankelijkheid bewaard blijft. Een deel van de subsidiegelden die nu naar Skrien gaan, dienen geoormerkt aan het budget van het sectorinstituut toegevoegd te worden ten behoeve van de debat- en reflectiefunctie (…) Het spreekt wat de Raad betreft vanzelf dat de Filmkrant betrokken wordt bij het eventuele ontwerp van zo’n platform.”

Degenen die het dichtst betrokken zijn bij de oprichting van het sectorinstituut tonen zich volkomen verrast door het advies van de Raad voor Cultuur. Sandra den Hamer, beoogd directeur van het sectorinstituut noemt het advies „buitengewoon ongelukkig”. Edwin van Huis, door het ministerie aangesteld als ‘kwartiermaker’ voor het sectorinstituut, dacht eerst „dat de raad Skrien en de Filmkrant door elkaar had gehaald”; voor Van Huis is Skrien met zijn „buitengewoon hoge kwaliteit” de beoogde partner voor het nieuwe instituut: „Met de Filmkrant is en wordt niet gesproken voor het sectorinstituut.”

Skrien-hoofdredacteur Waardenburg was al even (onaangenaam) verrast door de harde beoordeling van zijn aanvraag door de raad: geen inhoudelijke visie, geen duidelijke positie, geïsoleerd en in zichzelf gekeerd. Hij zegt van het ministerie de indruk te hebben gekregen dat de aanvraag van Skrien een formaliteit was, gezien de mogelijke toetreding tot het sectorinstituut, zoals ook de aanvragen van drie andere beoogde partners alleen pro forma werden ingediend. Een ambtenaar van OCW spreekt dat tegen, net als Mieke Bernink, secretaris van de raad: „Het beleidsplan van die ander drie instellingen is ons door het ministerie ter kennisgeving toegezonden. Het beleidsplan van Skrien is ons, net als van de Filmkrant, ter beoordeling voorgelegd.”

Skrien is deze week een handtekeningenactie begonnen om zijn beroep tegen het raadsadvies kracht bij te zetten. Filmmuseumdirecteur Sandra den Hamer heeft vorige week in Cannes met Dana Linssen gesproken over mogelijke samenwerking met de Filmkrant – elf keer per jaar, oplage gratis, 35.000. Dat is geen verandering van alliantie, zegt Den Hamer, maar een verkenning voor bredere samenwerking. „Bij het sectorinstituut hoort een goed, stevig filmblad als Skrien. En de Filmkrant is meer actueel. Volgens mij vult dat elkaar prima aan.” Linssen zegt: „Er is in Nederland plaats voor vele vormen van filmjournalistiek.”