Ruim 400.000 mensen leven in vieze lucht

Een op de drie Rotterdammers woonde in 2006 in een gebied waar te veel fijnstof voorkomt. In totaal hebben 420.000 Nederlanders last van te veel fijnstof.

Dat betekent dat op één op de veertig inwoners op een plek woont waar de luchtkwaliteit niet aan de Europese normen voldeed. Dit blijkt uit berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving, waarin het Milieu- en Natuurplanbureau en het Ruimtelijk Planbureau zijn opgegaan.

Fijnstof is schadelijk voor de gezondheid en wordt voornamelijk door verkeer en industrie veroorzaakt. De Europese normen zijn gesteld om de gezondheidsrisico’s te beperken. Regelmatig keurt de Raad van State wegen- en woningbouwplannen af omdat de normen voor fijnstof worden overschreden.

De meeste overschrijdingen vonden in 2006 plaats in het westen van het land. Na Rotterdam hebben de gemeenten Velsen, Oostzaan en Zaanstad relatief veel fijn stof in de lucht. In Amsterdam woonden 100.000 inwoners (13 procent) op een plek waar de normen worden overschreden. Hierbij is er al rekening mee gehouden dat het daggemiddelde voor fijnstof maximaal 35 dagen per jaar mag worden overschreden.

Het CBS heeft reeds bestaande gegevens over de luchtkwaliteit gekoppeld aan de gemeenten en het aantal inwoners dat er woont. „De data over de luchtkwaliteit zijn tot postcodeniveau teruggebracht waardoor we een veel fijnmaziger beeld hebben gekregen van de luchtverontreiniging”, licht een woordvoerder toe.

De planbureaus onderzochten ook de overschrijdingen van stikstofdioxide. Eén op de honderd inwoners woonde in 2006 in een gebied met te veel stikstofdioxide. De grote steden hebben de hoogste gehaltes in de lucht, met Amsterdam voorop. Daar woonde 10 procent in een omgeving waar de normen overschreden worden.