Robin krijgt high five van Rafael

Regen behoedde Robin Haase gisteren voor een nederlaag in de eerste ronde van Roland Garros.

„De verwachtingen zijn soms wat onrealistisch”, zegt Haase.

Robin Haase. Wie een jaar geleden zijn naam noemde in het internationale tenniscircuit, kon rekenen op vragende blikken. Als het meezat werd hij verward met de Duitser Tommy Haas, de voormalige nummer twee van de wereld. Haase sleepte zich van challenger naar challenger. In Parijs kwam hij vorig jaar niet verder dan de tweede ronde van het kwalificatietoernooi.

Dit jaar is alles anders. De uit Den Haag afkomstige tennisser werd dankzij zijn 58ste plaats op de wereldranglijst rechtstreeks toegelaten tot het graveltoernooi. Na overwinningen op topspelers als Tomas Berdych, Marcos Baghdatis, Ivan Ljubicic, Andy Murray, Sebastien Grosjean en Marat Safin zien collega’s hem als een geduchte tegenstander.

Veel geluk bij de loting had Haase niet. Hij werd gekoppeld aan de 19-jarige Marin Cilic, die vijf plaatsen hoger staat op de ranking. De partij in de eerste ronde werd gisteravond vanwege de regen afgebroken bij een stand van 7-6, 6-2 en 6-5 in het voordeel van de Kroaat. Eerder op de dag had het slechte weer in Parijs al voor een onderbreking van drie uur gezorgd.

Hoewel Haase (21) vandaag nog weinig kans maakt om de volgende ronde te bereiken, merkt hij wel dat het respect bij zijn collega’s is toegenomen. „Nog niet zo lang geleden keek ik tegen hen op”, zei hij voorafgaand aan zijn partij in de eerste ronde. „Nu krijg ik in het voorbijgaan een high five van Nadal. En vragen jongens als Hewitt of ze met míj mogen trainen. We gaan als gelijken met elkaar om.”

De afgelopen weken werd je geplaagd door een knieblessure.

„Ik heb veel gespeeld de laatste maanden en dat verklaart waarschijnlijk waarom mijn knie overbelast is geraakt. Ik heb de toernooien van Rome en Hamburg aan me voorbij laten gaan om de trainingen rustig te kunnen opbouwen. Mijn knie is nog niet honderd procent, maar ik verwacht niet veel problemen. Anders zat ik nu niet in Parijs.”

Sinds Raemon Sluiter is gestopt, gaat alle aandacht naar jou uit. Hoe ga je daarmee om?

„Sluiter trok als routinier veel dingen naar zich toe. Hij was het aanspreekpunt voor de pers. Vertegenwoordigde ons bij clinics en straattennistoernooien. Sinds zijn afscheid neem ik veel van dat soort randzaken op me. Dat is, om eerlijk te zijn, niet altijd even leuk. Er wordt week in, week uit van mij verwacht dat ik goed presteer. En tegelijkertijd moet ik overal opdraven. Dat wringt.”

Je stelde onlangs dat je de verwachtingen in Nederland over jou ‘soms wat onrealistisch’ vindt.

„Ja. Zo waren mensen bijvoorbeeld verrast dat ik in de tweede ronde van Barcelona verloor. Maar ik speelde wél tegen Tommy Robredo, de nummer veertien van de wereld. Aan de ene kant kun je daaruit concluderen dat tennisliefhebbers veel vertrouwen in me hebben. Maar het legt natuurlijk ook een druk op mij. Neem dit toernooi. Mensen gaan er voetstoots van uit dat ik hier de derde of vierde ronde haal.”

Je hebt kennisgemaakt met de harde wetten van de topsport.

„Daar lijkt het wel op. Het is toch apart dat iedereen staat te juichen als het goed gaat, maar keihard oordeelt als je een keer niet goed speelt. ‘Het was toch geen echt talent’ is dan de conclusie. ‘Jammer dat hij de verwachtingen niet waar heeft gemaakt.’”

Tast dat je zelfvertrouwen niet aan?

„Het heeft niets met zelfvertrouwen te maken. Ik vind het alleen vermoeiend om steeds maar te moeten uitleggen dat het niet vreemd is als ik van de nummer negen van de wereld verlies. Want dat is het gekke hè. Als ik win van een toptienspeler kijken mensen daar niet van op.”

Je maakt van je hart geen moordkuil. Als Martin Verkerk kritiek levert op de Davis-Cupspelers trek je fel van leer. En onlangs concludeerde je ook dat Michaëlla Krajicek aan een vaste trainer toe is.

„Ja, zo ben ik. En mensen die mij kennen weten dat het uit een goed hart komt. Daarbij wil ik wel aantekenen dat de media mijn uitlatingen vaak opblazen. Over Martin heb ik alleen gezegd dat hij geen Davis-Cupspelers moet aanvallen als hij zelf nog onvoldoende niveau heeft. En daar heeft hij vervolgens op gereageerd. Maar toen we er op het toernooi in Pörtschach op terugkwamen, waren we in twee minuten uitgepraat. Ik heb Martin daar ook staan toejuichen; hij weet dat ik hem alles gun. Maar mensen die me niet kennen geloven de krant. Als ze elke keer lezen dat ik zelfverzekerd en arrogant ben, gaan ze dat op den duur geloven.”

Op de Australian Open was je de enige Nederlandse man in het enkelspel. Nu is er Jesse Huta Galung.

„Ja. Ik ben blij dat ik hier gezelschap krijg van een landgenoot. Het is leuk om samen te trainen. Ik gun Jesse een mooi debuut.”

Volg het talent uit Den Haag op www.robin-haase.nl