Pinnen is lekker goedkoop, maar gaat verdwijnen

Banken willen overstappen op de betaalsystemen van Visa en Mastercard.

Die systemen werken namelijk in heel Europa.

Pinnen is efficiënt, goedkoop en populair. En toch gaat het waarschijnlijk verdwijnen.

Vorig jaar steeg het aantal pintransacties met 9,5 procent, zo blijkt uit het jaarverslag van Currence, de eigenaar van betaalproducten als PIN, Chipknip en iDeal. Maar de banken – die ook eigenaar zijn van Currence – willen liever overstappen op de betaalsystemen van creditcardmaatschappijen Visa (V-Pay) en Mastercard (Maestro). Die systemen werken namelijk in heel Europa, terwijl PIN een puur Nederlands product is.

Currence-directeur Piet Mallekoote verwacht dat die systemen voor winkeliers duurder zullen worden dan pinnen. Voor consumenten maakt het niks uit, omdat die geen transactiekosten betalen.

Sinds 28 januari is de Single Euro Payment Area (SEPA) van kracht, het samenvoegen van de nationale betaalmarkten tot een grote Europese betaalmarkt. SEPA moet internationaal bankieren makkelijker maken: met één bankrekening en bankpas kan de consument in het hele eurogebied betalen, geld overboeken en opnemen. Uitgangspunt is dat deze Europese betaalmarkt schaalvoordelen bij de verwerking van transacties met zich meebrengt. Ook moet SEPA de concurrentie tussen aanbieders van betaaldiensten versterken, zodat die goedkoper worden.

In 2010 moeten alle banken zijn overgeschakeld op Europese betaalproducten. Currence, dat wordt gesteund door de Nederlandse winkeliers, vreest dat de internationale betaalmerken V-Pay en Maestro duurder zullen uitvallen dan pinnen. Het ontbreken van concurrentie voor Visa en Mastercard komt de marktwerking niet ten goede, zegt Mallekoote.

Uiteindelijk zijn het de banken, en niet de gebruikers, die beslissen over het voortbestaan van PIN. Zij bepalen namelijk of zij het pinsysteem integreren op de nieuwe betaalpassen, die volgens SEPA een chip in plaats van een magneetstrip moeten hebben.

„De enige reden dat banken van PIN afwillen is geld”, zegt Ilya Bruggeman, secretaris Betalingsverkeer van het Platform Detailhandel. „Aan PIN verdien je niets.” Sommige banken hebben de keus al gemaakt. Zo maakte ING onlangs bekend alleen Maestro en V-Pay op de EMV-chip te zetten. Rabobank heeft nog geen keuze gemaakt en Fortis/ABN Amro zet PIN voorlopig nog wel op de chips van de nieuwe passen. Begin 2009 maken de banken bekend welk beleid zij kiezen.

Volgens Gijs Boudewijn, hoofd betalingsverkeer en veiligheidszaken van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), is de keuze van banken voor Mastercard of Visa eenvoudig te verklaren: „Banken die in veel landen werkzaam zijn zullen sneller overgaan op een Europees merk, omdat het onderhouden van alle nationale merkjes hun veel geld kost. Aangezien alleen Maestro en V-Pay op de markt zijn, is de keus snel gemaakt.”

De kern van de zaak wordt in de discussie uit het oog verloren, aldus Boudewijn. „Het gaat om elektronisch betalen in een winkel, met een pas en een betaalapparaat. Welk merkje er op die pas staat boeit consumenten of winkeliers helemaal niet. Het is gewoon een ordinaire tariefdiscussie.” Volgens Boudewijn keert juist Currence zich tegen de marktwerking. „De Nederlandse monopolist wil zorgen dat banken niet voor de concurrentie kiezen.” De NVB bestrijdt dat de tarieven voor elektronische betalingen zullen stijgen. „Mastercard en Visa zullen even duur zijn als PIN. De politiek en de detailhandel zullen niet accepteren dat deze tarieven hoger worden.”

Currence heeft in dit verhaal een precaire positie: zonder de winkelier is er geen vraag naar PIN, maar zonder de steun van de banken wordt een pinbetaling praktisch onmogelijk. De oplossing voor het behoud van PIN en een sterkere concurrentie zou kunnen liggen in een samenwerkingsverband tussen nationale betaalmiddelen. „De onderhandelingen hiervoor komen nog niet echt van de grond”, zegt Mallekoote. „Ieder land heeft immers zijn nationale trots.”

Eerdere artikelen over SEPA staan op nrc.nl/economie