Oud-woordvoerder Bush: Witte Huis liet me liegen

Oud-woordvoerder Scott McClellan onthult in een boek wat er in het Witte Huis gebeurde rond ‘Irak’ en orkaan Katrina. ‘Ze voerden liever campagne dan dat ze regeerden.’

Een vaste verklaring van president Bush voor zijn scherp gedaalde populariteit is dat „de linkse media” niet bereid zijn evenwichtig te rapporteren over zijn werk in het Witte Huis. Maar binnen de muren van datzelfde Witte Huis wordt dat anders beleefd, blijkt uit een boek van zijn voormalige woordvoerder, Scott McClellan. Volgens hem waren de media lange tijd juist „te eerbiedig” voor de president.

Terwijl Bush zonder scrupules „propaganda” gebruikte om de oorlog in Irak te rechtvaardigen, verwaarloosden de media volgens de ex-woordvoerder hun controlerende taak. „Als de ‘linkse media’ hun reputatie waar hadden gemaakt, dan zouden zij dit land beter hebben gediend.”

Want ook McClellan denkt achteraf dat de oorlog een „strategische blunder” was. „Oorlogen moeten alleen begonnen worden als ze noodzakelijk zijn. Deze oorlog was niet noodzakelijk.”

Het zijn enkele van vele onthullende passages in McClellans terugblik op het Witte Huis, waar hij medio 2003 tot voorjaar 2006 optrad als spreekbuis van Bush. Hij gold als een Texaanse intimus en trouwe aanhanger van de president. In Washington was niet voor mogelijk gehouden dat hij zich zo scherp zou distantiëren van het Witte Huis.

Zijn boek – What Happened: Inside the Bush White House and Washington’s Culture of Deception – is het eerste waarin een lid van Bush’ inner circle beschrijft wat er gebeurde rond de oorlog in Irak en de zwakke afhandeling van de orkaan Katrina.

Het boek komt pas in het weekeinde uit, maar leidde gisteren, nadat passages uitlekten naar enkele media, al tot heftige reacties in Washington. „Hij klinkt als een linkse blogger”, mokte Karl Rove, Bush’ voormalige strateeg die door McClellan ook op de hak wordt genomen.

Zo gispt McClellan het verschijnsel dat regeren onder Bush minder gewicht kreeg dan het voeren van een permanente campagne. Het „excessieve” gebruik van het campagnemiddel leidde er volgens hem toe dat er weinig geloof meer was in de regering toen het er de laatste jaren, rond Irak en de orkaan Katrina, op aankwam.

En het was volgens hem Rove die destijds op het idee kwam een foto van Bush te maken toen hij vanuit het vliegtuig neerkeek op de schade die de orkaan Katrina had veroorzaakt. Bush werd onmiddellijk na de orkaan bekritiseerd omdat hij het rampgebied niet bezocht. Volgens McClellan verkeerde de regering een week „in een staat van ontkenning” over de falende hulpverlening, zodat Katrina uitliep op „een van de grootste rampen” uit Bush’ presidentschap.

McClellan staat ook uitvoerig stil bij de zaak die zijn eigen aftreden inleidde: Plamegate, de onthulling van de naam van een CIA-agent, Valerie Plame, omdat regeringsmensen wraak wilden nemen op haar echtgenoot, een criticus van de oorlog in Irak. McClellan beschrijft dat zowel Karl Rove als de stafchef van vicepresident Cheney, ‘Scooter’ Libby, hem om de tuin leidde toen hij hun zomer 2003 vroeg of ze een rol hadden gespeeld in het lekken van Plames naam.

Toen later vast kwam te staan dat zij hierin wel een aandeel hadden gehad, kon McClellan zijn werk niet meer geloofwaardig doen. Volgens hem was ook Bush onwetend van de rol van Rove en Libby – de laatste kreeg gevangenisstraf door de affaire, welke later door Bush werd kwijtgescholden.

„Medewerkers in het Witte Huis die de waarheid kenden – Rove, Libby en mogelijk vicepresident Cheney – stonden mij toe, stimuleerden mij zelfs, om een leugen te vertellen”, aldus McClellan. Het boek had op geen slechter moment kunnen komen. Het is waarschijnlijk dat Democraten gebruik zullen maken van McClellans onthullingen in de campagne voor het presidentschap. Om dezelfde reden werd gisteravond verwacht dat het Witte Huis de komende dagen zal proberen McClellans geloofwaardigheid te ondermijnen.

Meer over de politiek in de VS op: nrc.nl/race08