Olieprijs blokkeert Europese groei

De Duitse economie is in het eerste kwartaal van dit jaar vijfmaal harder gegroeid dan de Spaanse. Maar hoewel de krachten die voor verschillende groeisnelheden zorgen kunnen blijven bestaan, zien de economische perspectieven op de korte termijn voor het productieve, met lage kosten gezegende Duitsland er niet zo veel beter uit dan voor het Spanje van ná de zeepbel op de huizenmarkt. De landen uit de hele eurozone staan op het punt dichter naar elkaar toe te bewegen, als een zich traag voortslepende massa.

De Duitse economie groeide in het eerste kwartaal met 1,5 procent, hetgeen overeenkomt met een groeitempo van ruim 6 procent op jaarbasis. Maar dat is slechts een statistisch gegeven. Bijna de helft van de groei kwam namelijk voort uit een stijging van de voorraden; nog eens een kwart was het gevolg van de stimulans die de bouwsector kreeg dankzij een merkwaardig warme winter. De Duitse consument daarentegen was in mineurstemming – de consumentenbestedingen namen slechts met 0,3 procent toe. Dat is in lijn met het patroon van 2007, toen de Duitse consumentenuitgaven ieder kwartaal lager uitkwamen dan in het jaar ervoor.

De Duitsers hebben last van de inflatie. De snelstijgende voedsel- en energieprijzen eisen hun tol. Maar ook de zwakke Amerikaanse economie en de kracht van de euro beginnen negatieve druk uit te oefenen op de groeimotoren: investeringen in, en machine-exporten naar het snelgroeiende Oost-Europa en Azië. De Duitse export is in het eerste kwartaal minder snel gestegen dan de import. De motor van de Europese economie hapert.

De overige economieën van de eurozone klagen ondertussen in koor. In mei stond het maandelijkse overzicht van de activiteit in de industrie en de dienstensector in de hele eurozone op het laagste peil sinds juli 2003. In Spanje is de ineenstorting van de vastgoedsector een mokerslag, in Ierland is zij ernstig en in Frankrijk een bron van zorg. Het percentage nieuwe huizenkopers in Frankrijk is in de periode van februari tot en met april met 18,8 procent gedaald ten opzichte van vorig jaar. Het Franse ondernemersvertrouwen is gekelderd naar het laagste punt in tweeënhalf jaar. De Italiaanse economie is het afgelopen jaar slechts met 0,2 procent gegroeid.

De Europese Centrale Bank houdt zich aan haar mandaat en bekommert zich vooral om de inflatie, en niet om een eventuele economische inzinking. De inflatie in de eurozone is in april gedaald naar 3,3 procent, maar dat is nog steeds aanzienlijk hoger dan het streefpercentage van krap 2 procent. „Nu de olieprijs meer dan 130 dollar per vat bedraagt, is het nog te vroeg om het sein op veilig te zetten”, aldus Klaus Liebscher, een lid van de bestuursraad van de ECB.

Zolang de olieprijs niet onder controle is, lijkt het Europese pad naar groei geblokkeerd.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com