Notarissen opgepakt voor fraude

Het Openbaar Ministerie heeft gisteren drie Rotterdamse notarissen aangehouden. Zij worden verdacht van hypotheekfraude, belastingontduiking en deelname aan een criminele organisatie. Bij de notarissen passeerden in 2004 en 2005 een groot aantal transacties met huizen in Rotterdam. Volgens het OM ging het vooral om verpauperde panden die via dubieuze constructies in handen waren van dezelfde eigenaren.

Het gebeurt zelden dat het OM besluit notarissen te vervolgen. Een notaris wordt benoemd door de Koningin en legt de eed af. Hij zweert daarbij niet alleen zijn taak – het ‘passeren’ van transacties – naar eer en geweten te vervullen, maar ook geheimhouding. Daarmee kan hij zich beroepen op het verschoningsrecht.

Ook de drie notarissen beriepen zich tijdens het onderzoek op hun geheimhoudingsplicht en weigerden inzage in hun stukken. De Hoge Raad bepaalde in oktober 2007 echter dat het verschoningsrecht van de notarissen moet wijken voor het belang van het strafrechtelijk onderzoek. Op grond van het onderzoek naar de verdachte huiseigenaren en inbeslaggenomen notariële dossiers is het drietal aangehouden.

Een van de verdachten, Pieter W., is inmiddels al geschorst. W. liet in 2004 dossiers met transacties passeren waarbij mogelijk sprake was van hypotheekfraude. Er waren ongebruikelijke prijsstijgingen, van 20 tot 345 procent. De panden wisselden regelmatig van eigenaar binnen een korte periode, waarbij de waarde kunstmatig steeg, al dan niet met gebruik van valse taxaties. De eindkoper sloot vervolgens een tophypotheek af, maar al gauw werden rente en aflossing niet meer betaald. Het pand werd vervolgens geveild, waarbij de waarde veel lager bleek. Vaak kocht de verkoper het pand tegen een veel lagere prijs. Daarna kon de fraude opnieuw beginnen.

Notaris W. liet in een reactie op de tuchtmaatregel weten dat hij inderdaad tekortgeschoten was in zijn taak als notaris. Ook zei hij dat hij nog wel verdachte was in de strafzaak, maar dat hij „al tijden niets meer van het OM had gehoord”.