NFI gaat achterstand snel wegwerken

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gaat de komende jaren sneller werken.

Dat maakte directeur Tjark Tjin-A-Tsoi gisteren bekend bij de presentatie van het jaarverslag. Het NFI heeft een achterstand op het gebied van DNA-onderzoek: 10.000 zaken wachten nog op behandeling. Het instituut hoopt de achterstand eind dit jaar te hebben weggewerkt.

„De cultuur binnen het NFI was tot voor kort vooral gericht op kwaliteit en minder op snelheid'', zegt directeur Tjin-A-Tsoi. „Maar de klant heeft niets aan een goed onderzoek dat te laat komt.”

In het jaarverslag is te lezen wat de „radicaal andere aanpak” behelst: vroeger werden aanvragen op volgorde van binnenkomst afgewerkt, tegenwoordig worden de gewenste en de haalbare leverdatum beter afgestemd. Als een bepaald onderzoek snel klaar moet zijn, wordt een minder urgent onderzoek doorgeschoven.

Het NFI doet in opdracht van onder andere het Openbaar Ministerie wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van bewijsvoering of opsporing van plegers van misdaden. De druk om misdaden snel op te lossen, is groot.

Een van de oorzaken van de achterstand is dat de diensten van het NFI kostenloos zijn, zei Tjin-A-Tsoi. „Het is gratis winkelen bij het NFI.” Het instituut hoopt dat opdrachtgevers beter prioriteiten gaan stellen. „Eerlijk is eerlijk, het NFI kan efficiënter werken”, aldus Tjin-A-Tsoi. „Onze concurrenten zullen ons daartoe ook dwingen.”

Het NFI heeft 476 medewerkers, van wie ruim 300 onderzoekers. Het agentschap had voorheen in feite een monopolie, maar kreeg de laatste jaren te maken met concurrentie. Ex-medewerkers van het NFI richtten Independent Forensic Services, The Maastricht Forensic Institute en FOX-IT op. Tjin-A-Tsoi zei die ontwikkeling toe te juichen.

Lees wat het NFI doet: nederlandsforensischinstituut.nl