Met dipje in de prijzen is voedselcrisis niet voorbij

De VN-voedselorganisatie FAO houdt volgende week een conferentie over de voedselcrisis. Deel 1 van een driedelige serie over de voedselcrisis: de consument.

Raghu (39) en zijn vrouw Rakhi (29) wonen met hun twee dochtertjes (9 en 5 jaar) en de ouders van Raghu in een appartement in een buitenwijk van New Delhi. Ze hebben een kleine woonkamer met keuken, twee slaapkamers en een dakterras. Raghu werkt als freelancer en verdient 850 euro per maand. Daarmee behoort het gezin tot de opkomende middenklasse in India.

Zeker, ook zij merken dat voedsel duurder is geworden. Maar erg veel zorgen maken ze zich daar niet over. Als de appels erg duur zijn, kopen ze geen appels. Als bepaalde groente te veel kost, kopen ze andere. Echt bezuinigen op voedsel hoeven ze niet.

Maar luxueus leven ze nu ook weer niet. In het vriesvak ligt een bakje met roomijs voor de kinderen, waarvan de ouders ook wel eens snoepen. In de koelkast liggen een reep chocolade en een paar pakken vruchtensap, en er staat een potje jam. De groentela bevat tomaten, uien, komkommer, aubergines, mango’s, sperziebonen en koriander.

Hoewel de voedselcrisis haar voorlopige piek lijkt te hebben bereikt – de jongste prijsindex van de Voedsel- en Landbouworganisatie FAO liet voor het eerst sinds 15 maanden onafgebroken stijgingen weer een (lichte) daling zien – zijn de meeste deskundigen het er over eens dat hoge voedselprijzen een blijvend fenomeen zijn. De prijzen zullen naar verwachting de komende tien jaar net zo hoog blijven als nu. Volgende week houdt de FAO in Rome een top over de hoge voedselprijzen, die in steeds meer landen tot problemen en soms zelfs tot rellen leiden.

Vooral de graanprijzen zijn spectaculair gestegen. De prijs voor een ton tarwe ging van 167 dollar in januari 2006 naar een record van 481 dollar in januari van dit jaar. Ook de prijs van rijst verdrievoudigde van bijna 300 dollar tot bijna 1.000 dollar per ton.

De hoge voedselprijzen zijn een gevolg van de steeds schevere verhoudingen tussen vraag en aanbod op de wereldmarkt. De wereldbevolking groeit snel en al die monden moeten gevoed worden. Volgens het US Census Bureau telt de wereld nu 6,7 miljard mensen, over dertig jaar zijn dat er nog 2 miljard meer.

Vooral Azië is verantwoordelijk voor deze groeispurt. Van de 78 miljoen mensen die er tussen 1995 en 2000 jaarlijks bijkwamen, werden er 49 miljoen (63 procent) geboren op dit continent. In Europa groeide de bevolking in diezelfde periode ieder jaar ‘maar’ met 195.000 mensen.

China (1,3 miljard inwoners) heeft hier een belangrijk aandeel in, maar ook India (1,1 miljard inwoners) speelt een grote rol. In absolute cijfers is de bevolkingstoename in India zelfs groter dan die in China: India krijgt er tot en met 2025 301 miljoen mensen bij, China 123 miljoen.

De wereldwijd groeiende rijstconsumptie houdt dan ook rechtstreeks verband met de uitdijende bevolking in China en India, traditioneel veruit de grootste rijsteters ter wereld. Dat verklaart voor een deel de scherp gestegen rijstprijs.

Maar er is meer. Diezelfde bevolking heeft ook steeds meer te besteden. De snelgroeiende economie van met name China en India heeft een middenklasse in het leven geroepen en die kan zich meer, maar ook luxer eten veroorloven zoals zuivel, vlees en suiker.

Vervolg Voedselcrisis: pagina 18

Wie rijker wordt, eet meer vlees

Milieukundige Winnie Gerbens, die aan de Open Universiteit Nederland promoveerde op een proefschrift over de verschillen in land-, water- en energieverbruik van voedingsmiddelen en internationale consumptiepatronen: „Als de economie van een land groeit, neemt in de eerste plaats het bruto binnenlands product toe. Naarmate mensen meer inkomen krijgen, zullen zij meer kopen.”

Als mensen rijker worden, duiken er bovendien meer vetten in het menu op, ten koste van koolhydraten, vervolgt Gerbens. „Ze gaan over het algemeen meer vlees eten. Eerst kopen ze nog meer van hetzelfde, bijvoorbeeld meer rijst. Maar naarmate mensen meer te besteden hebben, gaan ze hun eetpatroon veranderen.” Die verandering in het voedselpakket treedt op wanneer het jaarinkomen van mensen de 5.000 dollar overstijgt.

Voor vlees moet vee gehouden worden en ook dat heeft voedsel nodig. Rudy Rabbinge, hoogleraar productie-ecologie in Wageningen: „China heeft 500 miljoen varkens en die veestapel groeit elk jaar met 5 à 10 procent. Dat vreet graan.” De groeiende vleesconsumptie drijft dus de vleesprijzen op, maar ook de prijzen van andere grondstoffen.

Dat heeft nog een ander effect, zegt Rabbinge. Veeteelt doet een aanzienlijk beroep op schaarse landbouwgrond, waardoor per saldo minder voedingsmiddelen kunnen worden geproduceerd. Ook dat drijft de prijzen op. De gevolgen zijn groot: uit het proefschrift van Gerbens blijkt dat voor een vleesdieet drie keer zoveel landbouwgrond nodig is als voor een vegetarisch dieet.

Daar komt volgens Gerbens bij dat de mogelijkheden om landbouwareaal verder uit te breiden beperkt zijn. „Alle goede landbouwgronden in de wereld zijn al in productie. Verdere uitbreiding zal dus ten koste gaan van de natuur, bijvoorbeeld de tropische regenwouden.”

Toch vindt Rabbinge dat het Oosten de zwartepiet niet verdient. In totale vleesconsumptie mag Azië Noord-Amerika dan ruimschoots voorbijgestreefd zijn, de gemiddelde Amerikaan eet nog altijd vier keer zoveel vlees als een Aziaat. „Dat is een groot verschil”, zegt Rabbinge.

Begin deze maand hield de Amerikaanse president Bush de opkomende middenklasse in India en China verantwoordelijk voor de stijgende voedselprijzen, omdat zij steeds meer vlees zouden eten. Maar Raghu en Rakhi, in Delhi, vinden dat de rekensom van Bush niet klopt. Anders dan de gemiddelde Amerikaan (en Chinees), wil een groot deel van India’s middenklasse helemaal geen vlees. Raghu en Rakhi eten, net als veel Indiërs, vegetarisch.

Los daarvan: tot woede van veel commentatoren ging Bush helemaal voorbij aan het feit dat een groot deel van de bevolking in India nauwelijks voldoende te eten heeft, laat staan dat zij zich vlees op tafel kan veroorloven. Volgens Bush zijn er in India 350 miljoen mensen – eenderde van de totale bevolking – die tot de middenklasse kunnen worden gerekend. „Hun middenklasse is groter dan onze totale bevolking”, aldus de president.

Dat klinkt overweldigend, maar aan de onderkant van de samenleving overleven in India nog steeds zo’n 300 miljoen mensen onder de armoedegrens. Bijna de helft van de kinderen kampt met ondergewicht, staat in gezondheidsrapporten. Unicef, het kinderfonds van de VN, waarschuwde onlangs dat stijgende voedselprijzen niet de middenklasse treffen, maar des te harder aankomen bij de armste groepen die in stilte lijden. Duurder voedsel betekent voor hen ondervoeding, vooral van kinderen en vrouwen, zegt Unicef.

Ook andere mechanismen spelen een rol, zoals protectionisme. Verschillende landen hebben exportstops ingesteld om te zorgen dat de eigen bevolking beschermd wordt tegen de hoge voedselprijzen. Nog maar drie landen voeren rijst uit zonder restricties: de VS, Pakistan en Thailand. Kazachstan, een van ’s werelds grootste tarwe-exporteurs, kondigde in februari aan een exporttarief in te stellen. De internationale markt reageerde ontzet: met een prijsstijging van 25 procent in een dag.

De stijgende voedselprijzen zorgen wereldwijd voor verhitte gemoederen. In Mexico brak vorig jaar een ‘tortillaoorlog’ uit, nadat inwoners door de hoge maïsprijs van hun nationale gerecht waren beroofd. In Indonesië hadden gewelddadigheden plaats na berichten over mensen die omgekomen waren van de honger. Bij voedselrellen in Tahiti vielen zeker vier doden.

Volgens Josette Sheeran, het Amerikaanse hoofd van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties, zijn de laatste maanden in meer dan dertig landen rellen uitgebroken die voortkwamen uit de almaar stijgende voedselprijzen.

Hoge voedselprijzen raken mensen direct in hun bestaan. Maar de pijn is onevenredig verdeeld. Voor inwoners van rijke landen of landen in ontwikkeling is duurder voedsel vaak alleen maar een ongemak. De stijgende prijzen raken echter vooral de allerarmsten, die al een relatief groot deel van hun inkomen aan voedsel besteden. 10 procent hogere rijstprijzen leidt tot twee miljoen meer arme mensen in Indonesië, ongeveer 1 procent van de bevolking, volgens een studie van de Wereldbank. Het WFP waarschuwde eind vorig jaar voor „een ultiem rampscenario” voor de armste landen als gevolg van tekorten.

Ongenoegen over de prijsstijgingen heeft geleid tot felle reacties. India veegde onlangs speculanten de mantel uit omdat die, door louter winstgedreven te handelen in grondstoffen, de voedselprijzen in recordtempo zouden opdrijven.

Alistair Darling, de Britse minister van Financiën, stelde twee weken geleden aan zijn Europese collega’s voor om een volledig einde te maken aan het Europese landbouwbeleid en de hele 34 miljard euro subsidie aan de Europese boeren stop te zetten. Daarmee leek hij de gebrekkige marktwerking in de landbouwsector de schuld te geven van de crisis.

Dan is er de klimaatverandering die een rol speelt. Het wordt steeds warmer en wetenschappers zien dat als de oorzaak voor het vaker voorkomen van natuurrampen. Die kunnen een catastrofale impact op de markt hebben. De cycloon Nargis die over Birma raasde, verwoestte de oogst in de Irrawaddy Delta, de rijstschuur van het land. Een half miljoen ton rijst die anders beschikbaar was geweest voor de export, was ineens niet meer verhandelbaar. Op een kleine markt (slechts 7 procent van alle rijst wordt internationaal verhandeld) heeft dat een verstorende invloed.

Veel ontwikkelingslanden kijken vermanend naar het Westen, naar de VS met name, omdat het toenemende gebruik van biobrandstoffen daar beslag legt op schaarse grondstoffen en de prijzen opstuwt. Rijke landen hebben zichzelf als doel gesteld een gedeelte van hun gebruik van fossiele brandstoffen in de toekomst te vervangen door biobrandstoffen. Omdat ze niet afhankelijk willen zijn van „instabiele” leveranciers, omdat het goed zou zijn voor het milieu en omdat fossiele brandstoffen schaars worden. Maar veel biobrandstoffen worden gemaakt van voedselproducten, zoals maïs. En dus gaat een volle tank vóór voedsel voor de hongerigen, luidt de kritiek.

Ook dat effect is niet mis te verstaan. Rabbinge: „De VS zijn de graanschuur van de wereld. Maar 30 procent van de oogst verdwijnt nu in de tanks van de automobilist.” Volgens het IMF is de productie van biobrandstoffen verantwoordelijk voor de helft van de toename van de vraag naar gewassen in het afgelopen jaar. Volgens Gerbens zal de voedselcrisis om al deze redenen voorlopig nog wel even aanhouden. „Ik denk dat het wel eens lang zou kunnen gaan duren.”

Dit is het eerste deel in een serie over de stijgende voedselprijzen. Lees meer op nrc.nl/voedselprijzen

Rectificatie / Gerectificeerd

Voedselcrisis

In het artikel Met een dipje in de prijzen is de voedselcrisis niet voorbij (28 mei) stond dat milieukundige Winnie Gerbens is gepromoveerd aan de Open Universiteit. Het is de Rijksuniversiteit Groningen.