Megabierfusie onwaarschijnlijk

Naast het feit dat ze allebei bier maken, is het lastig om veel gemeenschappelijks te ontdekken tussen InBev en Budweiser-brouwer Anheuser Busch. Inbev is een Belgisch-Braziliaans samenvoegsel, dat wordt bestuurd door voormalige bankiers en beroemd is om zijn meedogenloze bezuinigingswoede. Anheuser Busch is een sloom Amerikaans bijna-monopolie, dat bekendstaat om de genereuze extraatjes voor zijn werknemers en zijn met cowboylaarzen uitgedoste topman. Maar als de uitgelekte plannen voor een overname van 55 miljard dollar (35 miljard euro) moeten worden geloofd, denkt InBev niettemin dat de twee bedrijven een perfecte combinatie vormen.

De aanzienlijke verschillen tussen beide ondernemingen zijn precies wat de transactie tot een droom maken – althans, op papier. Budweiser heeft een marktaandeel van 50 procent in de Verenigde Staten en geweldige vaardigheden als marketeer. Hoewel het concern de laatste tijd een beetje lui overkomt, genereert het grote hoeveelheden geld. InBev is minder gelukkig geweest met zijn individuele merken, waaronder Stella Artois en Brahma, maar is zeer bedreven in het inzetten van geld op snelgroeiende opkomende markten. Beide concerns bezitten grote dochters in Zuid-Amerika, die goed op elkaar aansluiten.

Financieel gezien lijkt een transactie haalbaar. De banken van InBev – Lazard en JPMorgan – zien naar verluidt synergievoordelen vóór belastingen van 1,4 miljard dollar. Belast tegen het voor Anheuser Busch geldende tarief van 40 procent en tienmaal omgeslagen, zouden die vandaag de dag voor de aandeelhouders een waarde van 8,4 miljard dollar vertegenwoordigen: net genoeg om de aandeelhouders van Anheuser Busch 65 dollar per aandeel te kunnen bieden, ofwel 20 procent bovenop de slotkoers van vorige week donderdag, en de aandeelhouders van InBev zelf ook nog een klein beetje te laten profiteren.

Anheuser Busch en InBev delen weinig markten, dus een groot deel van die 8,4 miljard dollar zou uit kostenbesparingen bij Budweiser moeten voortvloeien. Op de tekentafel is dat geen enkel probleem. Budweiser heeft 23 procent meer werknemers dan InBev nodig om één vat bier te produceren. Een zeer nauwgezette controle van de kosten levert InBev de hoogste winstmarge van de hele sector op. Budweiser, waarvan de werknemers een biertoelage genieten en gebruik kunnen maken van de diensten van de bedrijfskapper, is een dergelijke zuinigheid vreemd.

Het zou InBev wel eens zwaar kunnen vallen zijn bedrijfscultuur dwingend op te leggen. Zelfs als het concern de lokale hoogwaardigheidsbekleders uit de raad van commissarissen van Anheuser Busch kan overtuigen, kan de dreiging van een kaalslag werknemers op de vlucht jagen die InBev juist graag wil houden. De ‘koude’ cijfercultuur van InBev zou zelfs schadelijk kunnen zijn voor Budweisers belangrijkste concurrentievoordeel: zijn grote marketingvaardigheid. Zulke problemen kunnen onoverkomelijk blijken, zelfs bij een paar koude biertjes.