Het blauwe goud houdt de wereld draaiende

De vraag naar voedsel neemt toe. Er is meer landbouw nodig en dus ook meer water.

Water wordt echter steeds schaarser. En dat maakt het voor beleggers interessant.

Kamelen staan bij een scheepswrak op de bodem van het Aralmeer in Kazachstan. Het meer is bijna helemaal verdwenen door droogte en irrigatiewerken. Waterschaarste wordt wereldwijd een probleem. Voor beleggers reden om te investeren in waterfondsen. Foto Hollandse Hoogte Dzhambul, Kazakhstan, june 17, 2007 Camels shelter from the hot sun under rusting shipwrecks near the village of Dzambul, a former fishing town on the shore of the Aral Sea near Aralsk. The Aral Sea, once the world's fourth largest lake, gradually disappeared, since Soviet planners tapped the rivers Syr Darya and Amu Darya in the sixties, in order to irrigate dry land in Uzbekistan and Turkmenistan. Fishermen changed their activities to cattle breeding. Thanks to the new Kok Aral dam, co-financed by the World Bank, the north, Kazakh part of the Aral Sea is slowly being refilled. This picture is part of a series. Kamelen beschutten zich tegen de felle zon in de schaduw van een roestig scheepswrak op de bodem van het Aral Meer nabij het voormalige vissersdorp Djambul. Het Aralmeer droogde geleidelijk aan op toen Sovjet planners in de jaren '60 de voedende rivieren Syr Darya en Amu Darya aftapten om het droge binnenland van Oezbekistan en Turkmenistan te irrigeren. Nick Hannes/HH Hollandse Hoogte

Waarom worden er miljarden euro’s in biobrandstoffen geïnvesteerd? Niet omdat olie zo duur is. Wel omdat water zo goedkoop is.

Een boer heeft naar schatting 3.700 liter water nodig om 1 liter bio-ethanol uit maïs, tarwe of suikerbieten te winnen. Zonder dit ‘gratis’ water zouden biobrandstoffen – als alternatief voor dure olie – nooit op de markt kunnen komen.

En dat geldt evenzeer voor tal van andere gebruiksgoederen, zoals een katoenen T-shirt of ons dagelijks kopje koffie. In navolging van het ‘zwarte goud’ (olie) wordt nu ook steeds meer gesproken van het ‘blauwe goud’. Niet alleen olie houdt de wereld draaiende, maar ook water, zo luidt de redenering.

„Water is van even groot belang als olie”, zegt Arjen Hoekstra, specialist waterbeheer aan de Universiteit van Twente. „Het verschil met olie is echter dat een boer geen prijs hoeft te betalen voor zijn irrigatiewater. Economisch gezien is dat onverstandig. Zo heeft hij geen prikkel om er zuinig mee om te springen.”

Het besef dat water geen ‘banale’ grondstof meer is maar economische waarde heeft, begint nu ook in de financiële wereld door te dringen. Eind 2000 ging de Belgische bank KBC als een van de eerste in de branche van start met een ‘waterfonds’. Het KBC Eco Fund Water belegt in bedrijven zoals Geberit, Veolia, Suez of Severn Trent die zich bezighouden met waterzuivering, engineering, ontzilting en andere activiteiten die een groeimarkt zijn in de watersector. Vijf jaar lang kende het fonds een sluimerend bestaan.

„Beleggen in de waterindustrie was toen nog een zeer marginaal gebeuren”, zegt Geert Heuninck, hoofd duurzaam beleggen bij KBC Vermogensbeheer. Pas in 2006 kwam de kentering en begon de interesse van beleggers sterk toe te nemen. In nauwelijks twee jaar steeg het beheerde vermogen van KBC Eco Fund Water tot ruim 1 miljard euro.

„Ik was zonet op een beurs voor duurzaam beleggen in Duitsland en het aantal fondsen dat er in de watersector belegt, is niet meer bij te houden”, zegt Geert Heuninck. „Een goede zaak”, vindt hij. „Zo vloeit er kapitaal naar bedrijven die met innovatie en nieuwe investeringen water zowel betaalbaar als toegankelijk maken.”

De laatste drie jaar kon KBC Eco Fund Water een rendement van 25 procent genereren. Zijn concurrent Pictet Funds Water scoorde nog beter: 34 procent. Maar beide ‘waterfondsen’ presteerden minder goed dan de index van de Financial Times voor nutsbedrijven in gas en water (59,5 procent).

Hoewel de opbrengsten van die fondsen niet hoger waren dat de sectorindex, bleef het geld van beleggers binnenkomen. Water is, net zoals olie, een gewild product. Vooral in de landbouw is de situatie acuut. De Wereldvoedselorganisatie schat dat de vraag naar voedsel in 2030 zo’n 55 procent hoger zal liggen dan in 1998. Om daaraan te voldoen moet het aanbod met 1,4 procent per jaar omhoog. Hierdoor zal de oppervlakte aan irrigatieland toenemen met 20 procent en het waterverbruik met 14 procent.

Analisten gaan ervan uit dat dit de markt voor waterpompen, kleppen, pijpleidingen, filtratie- en ontziltingsinstallaties – nu al goed voor een mondiale omzet van 450 miljard dollar (285 miljard euro) – een flinke duw in de rug zal geven. De hele industrie van het verzamelen, zuiveren en verdelen van water zou tegen 2020 met 40 procent groeien.

Voeg daarbij dat diverse steden kampen met een hopeloos verouderde infrastructuur. Een stad als Londen verliest per dag 800 miljoen liter water door lekken in de leidingen.

Water is tot nu toe een relatief goedkope grondstof, maar de verwachting is dat dit niet zo lang meer zal blijven. In landen zoals de VS en Australië is er al een inflatoire spiraal merkbaar – peak water genoemd, naar analogie met de peak oil. Op lokaal niveau steeg de prijs van water er met respectievelijk 25 en 10 procent in vijf jaar tijd.

„Water is een uitzonderlijk product”, zegt Tom Vereijken van het European Water Partnership, een non-profitorganisatie die water op de Europese agenda probeert te krijgen. „Het is niet alleen onmisbaar voor onze persoonlijke hygiëne. Water kan ook levensbedreigend zijn. Denk maar aan dodelijke ziektes die via besmet water worden verspreid.”

Daarom pleit Vereijken voor een verantwoord watergebruik. „Dit kan alleen maar als de werkelijke waarde van het water in de prijs is verrekend. Is er ergens schaarste of een piekverbruik, dan moet dit in de prijs weerspiegeld worden.”

De non-gouvernementele organisatie Protos – die eind vorig jaar de waterfondsen van Fortis, KBC en Crédit Agricole op hun duurzaamheid screende – plaatst kanttekeningen bij het acute gevaar van waterschaarste: „Er is voldoende kennis en technologie aanwezig om in de meeste waterstressgevoelige streken zoetwater tot bij de bevolking te krijgen”, schrijft ze in een rapport. „Wat echter ontbreekt is de politieke wil van nationale en internationale overheden” (om in die kennis en technologie te investeren).

India spendeert 3 procent van zijn bruto binnenlands product aan militaire uitgaven. Investeringen in de waterhuishouding bedragen er slechts ongeveer 0,5 procent. In een land als Ethiopië is die verhouding nog veel extremer: 9,5 tegenover 0,75 procent.

Privatisering van de watersector om dit euvel te verhelpen, wijst Protos van de hand. „Een door de overheid georganiseerd of gecontroleerd drinkwaterbedrijf biedt de beste garanties dat iedereen water krijgt voor een aanvaardbare prijs”, aldus het rapport. Wereldwijd is slechts 8 procent van de waternutsbedrijven in handen van private aandeelhouders. Een aandeel dat tegen 2015 zou verdubbelen, aldus experts.

Ook KBC is zich „bewust” van die problematiek. „Water is echter een natuurlijke grondstof en moet voor iedereen toegankelijk zijn”, stelt Geert Heuninck. „Daarom investeren we met KBC Eco Fund Water niet in bottelaars en ook niet in bedrijven die waterbronnen exploiteren.”

Een opmerkelijk keuze. Want de markt voor ‘flessenwater’ bloeit. Volgens de maandelijkse nieuwsbrief Global Water Intelligence is die markt wereldwijd goed voor 91 miljard dollar en – afhankelijk van de regio – zal ze in de komende jaren met 5 tot 25 procent blijven groeien. Andere waterfondsen – zoals het Pictet Funds Water of het SAM Sustainable Water Fund – maken dit onderscheid niet.

Blijft de vraag of gespecialiseerde waterfondsen ook in de toekomst nog 25 procent of meer zullen opleveren. Geert Hueninck: „De koers-winstverhouding van de bedrijven die wij opvolgen, ligt rond de 12 tot 13. In de sector van de alternatieve energie zijn de ratio’s hoger: 15 tot 16. Maar de verwachtingen zijn er ook groter. In de waterbranche verwacht ik eerder een continue maar gestage groei.”