Groei van webwinkels is niet meer genoeg

De grote Amerikaanse koeriersbedrijven FedEx en UPS voelen de gevolgen van de economische neergang. Meer investeringen in Europa moeten de oplossing brengen.

Voor de verslaafden aan de spareribs van restaurant Rendezvous in Memphis heeft de eigenaar een oplossing gevonden. Klanten kunnen hun favoriete munchies voortaan naar elk adres in de Verenigde Staten laten ‘fedexen’ – de naam van het koeriersbedrijf is gepromoveerd tot een werkwoord.

Een portie varkensribben met FedEx kost 94 dollar (59 euro), inclusief verzendkosten. „We krijgen heel veel bestellingen binnen”, glundert Big Jack, de Afro-Amerikaanse ober, „wel even thuis opwarmen alstublieft.”

Nichemarkten als de ‘maaltijd-per-express’ zijn voor FedEx een welkome aanvulling op het dagelijkse pakketvervoer. Het koeriersbedrijf uit Memphis voelt de gevolgen van de dreigende economische crisis in de Verenigde Staten aan den lijve. „De subprime-crisis heeft grote gevolgen voor financiële instellingen en daarmee ook voor ons”, zegt Michael Ducker, een van de hoogste managers van de onderneming. „De torenhoge brandstofprijzen komen daar nog eens overheen.”

Koeriersbedrijven en andere logistieke ondernemers voelen meestal direct de gevolgen van economische neergang. De koeriers profiteerden in het verleden optimaal van de opmars van winkelen via internet – zowel de zakelijke bestellingen als de particuliere lopen via FedEx en andere expressvervoerders. „Wij zijn de armen en benen van internet”, zegt Ducker.

Maar consumenten en bedrijven in de Verenigde Staten hebben minder te besteden. De vraag naar expresszendingen vlakt daardoor af. FedEx waarschuwde vorige week dat zijn inkomsten voor het vierde kwartaal, dat eindigt op 31 mei, lager zullen zijn dan verwacht. De winst per aandeel zal tussen de 1,50 dollar (0,97 euro) en 1,45 dollar uitkomen; eerder rekende FedEx nog op 1,60 tot 1,80 dollar. In het derde kwartaal daalde de nettowinst van het bedrijf met 6 procent, van 420 miljoen dollar naar 393 miljoen.

Het is vooral de hoge olieprijs die FedEx nu parten speelt. Het bedrijf is gespecialiseerd in de luchtvracht en op dat gebied wereldmarktleider. Vliegtuigbrandstof is dit jaar al met bijna 60 procent in prijs gestegen. „Wij hedgen [van te voren inkopen tegen een vaste prijs, red.] niet”, zegt Ducker, „dat kost zoveel regelwerk, op de lange termijn denken wij dat hedgen niet uitkan.” FedEx rekent zijn klanten een brandstoftoeslag, maar die inkomsten dekken de kostenstijging niet in zijn totaliteit.

FedEx kijkt bijna met afgunst naar Europa, waar een economische crisis niet in zicht is. „Iedereen heeft het over China en dat is inderdaad de snelst groeiende markt in onze branche. Maar Europa is nog altijd de grootste pakketmarkt ter wereld”, zegt Ducker, „daar wil iedereen van meeprofiteren.” De sterke euro ten opzichte van de dollar maakt Europa extra aantrekkelijk. FedEx voert, net als zijn Amerikaanse concurrent UPS, zijn investeringen in Europa daarom fors op, maar Ducker wil geen details geven. Wel wil hij kwijt dat de internationale express „verreweg het snelst groeiende” is, met een toename over 2007 van 18 procent. „Ik zie onszelf niet langer als een Amerikaans bedrijf. We hebben ons hoofdkwartier in Memphis, maar we zijn een internationaal bedrijf.”

Behalve organische groei is het bedrijf ook actief op het overnamepad. De afgelopen jaren maakte zowel FedEx als UPS kenbaar uit te zijn op grote overnames in Europa. FedEx nam vorig jaar in Groot-Brittannië het logistieke bedrijf ANC over. Zou het Nederlandse beursgenoteerde bedrijf TNT een doelwit kunnen zijn? Ducker: „Daar geef ik geen commentaar op. Wat ik wel kan zeggen is dat wij steeds binnen onze logistieke portefeuille zijn gebleven, maar je weet maar nooit.” Een postbedrijf als TNT Post past daar niet in, maar TNT heeft ook een grote expressdivisie – opsplitsing van TNT zou tot de mogelijkheden behoren. Wat Ducker tegenstaat aan de Europese markt is de bemoeienis van overheden. „Wij zijn tegen monopolies, zoals die op de postmarkt. Het wordt tijd dat daar een einde aan komt.”

Het vrijgeven van de markt – die in Nederland weer voor onbepaalde tijd is uitgesteld – biedt buitenlandse investeerders betere kansen op „strategische allianties” (lees: overnames), aldus Ducker.