George Clooney wil alleen vermaken met ‘Leatherheads’

Leatherheads. Regie: George Clooney. Met: George Clooney, Renée Zellweger, John Krasinski, Jonathan Price. In: 15 bioscopen.

Na Good Night, and Good Luck. keert George Clooney als regisseur van Leatherheads opnieuw terug naar het Amerikaanse verleden. Maar daar houdt elke overeenkomst op. Leatherheads is niet zwart/wit, maar bruin en oker. Leatherheads is puur op de lach geschreven en gefilmd. En Leatherheads heeft niets maar dan ook niets te zeggen, of het moest zo’n algemene, obligate wijsheid zijn die in Hollywood-films worden gestopt als cadeautjes in een cornflakes-pak. Leatherheads is kortom een veel minder interessante film dan Good Night, and Good Luck.

Interessant was ditmaal duidelijk niet de bedoeling van Clooney. Misschien dat hij net als zijn vriend en voormalig zakelijk partner Steven Soderbergh interessante en ‘moeilijke’ projecten wil afwisselen met onbenullige maar lucratieve. Als dat het geval is, dan is hij met Leatherheads niet geslaagd. De film is in de Verenigde Staten niet bijster succesvol; het budget is bij lange na niet terugverdiend aan de kassa’s van de bioscoop, ondanks de aanwezigheid van twee bankable sterren in de hoofdrollen: Clooney zelf als oudere footballspeler en Renée Zellweger als brutale, cynische journaliste.

In de eerste twee scènes zet Clooney de decorstukken voor zijn film neer. Het is 1925 en je hebt twee soorten American football: de studentensport waar de frisgewassen oorlogsheld Carter (John Krasinski) de smetteloze grasmat domineert. En je hebt de professionals, een stelletje beesten dat in de modder probeert met vals spelen en gokken in zijn bestaan te voorzien. De professionals worden aangevoerd door Dodge (Clooney) en zij hebben hun langste tijd gehad: er komt nooit een hond naar ze kijken.

Die twee werelden worden vaardig, maar al te mechanisch dooreen geweven als Dodge Carter probeert te strikken voor een contract, niet wetende dat Carter een tijdbom meedraagt: zijn oorlogsverleden is misschien iets te mooi voorgesteld, dat is tenminste wat journaliste Lexie probeert uit te vinden. Daarbij laveert ze tussen haar gevoelens voor de oude en de jonge sporthelden door.

De intrige wordt aardig uitgewerkt, maar de hele film blijft steken op het niveau van vermaak. Leatherheads is een hommage aan het genre van de screwball comedy en Clooney heeft vooral geleend van Howard Hawks’ flitsende His Girl Friday (1940) en de al even matig gelukte poging tot screwball-retro van de gebroeders Coen, The Hudsucker Proxy (1994).

Clooney de acteur benadert hier zeer dicht zijn voorbeeld Cary Grant (His Girl Friday), zowel wat zijn aangename elegantie betreft als zijn voor het komische genre beperkte mimiek. En regisseur Clooney heeft beter laten zien.