Eerlijk

Hoed je voor mensen die eerlijk zijn. ‘Als ik even heel eerlijk ben…’, dat betekent eigenlijk nooit dat er iets leuks komt. Het betekent dat er een heel nare mededeling op komst is, die echter door het predicaat ‘eerlijk’ toch nog te pruimen moet zijn. ‘Als ik heel eerlijk ben moet ik bekennen dat ik niets meer voor je voel.’ Dat werk.

Soms wordt er pro forma nog toestemming gevraagd voor de eerlijkheid. ‘Mag ik eerlijk zijn?’ Het antwoord ligt natuurlijk al vast, want er is niemand die dan nog gaat zeggen: ‘Nee, doe maar liever niet eerlijk, hou me maar voor de gek, en spaar mijn gevoelens.’

Er zijn ook mensen die hun eerlijkheid achteraf opvoeren, bij wijze van excuus: ‘Ik vond het niks. Maar nu ben ik héél eerlijk hoor.’ O, gelukkig, je was eerlijk!

In dezelfde sfeer ligt ‘wat ik wél vond…’ Deze constructie wordt veel gebruikt tijdens evaluatierondes. ‘Hé, ik ga je even wat dingen teruggeven. Je hebt een goed plan geschreven. Wat ik wél vond, was dat er eigenlijk helemaal geen diepere lagen in zaten.’ De nadruk op ‘wel’ suggereert dat alles wat ervóór kwam, níét was wat diegene vond. Dat van dat goede plan was meer de inleiding om te klagen over diepere lagen.

Interviewers zijn meesters in zulk soort positief klinkende, maar eigenlijk kritische inleidingen. Let maar eens op de recente trend in interviewersland: ‘Met alle respect…’ Wat erna komt, is misschien wel respectvol, maar meestal ook dodelijk: ‘Met alle respect, dat ministekken is toch een beetje een kinderachtige hobby?’

‘Begrijp me niet verkeerd’ is zo mogelijk nog dodelijker. Als iemand zegt: ‘Begrijp me niet verkeerd, accountmanager is natuurlijk een fascinerend beroep…’ dan weet je in ieder geval wat je níét hebt, en dat is een fascinerend beroep.

Uit zelfbescherming kun je al dit soort inleidingen maar beter wel verkeerd begrijpen.