Dood willen gaan, denk er eens over na

Ineens realiseerde ik me dat ze zich mooi gemaakt had voor de laatste dag, Antoinette van Wendel de Joode. Ze droeg een bloes met lubbers en een lang gilet, ze had haar haar gedaan en zich een beetje opgemaakt, alsof ze graag wilde dat haar man een goed beeld van haar zou bewaren – al viel er niets meer te bewaren, dat was nu juist het tragische. Cees van Wendel de Joode was ALS-patiënt en vrijwel geheel hulpeloos geworden, we kennen hem als ‘hoofdrolspeler’ van Maarten van Nederhorsts documentaire Dood op verzoek uit 1994. Daarin zagen we hoe huisarts Van Oijen de steeds verder achteruitgaande Van Wendel de Joode belooft te helpen als hij zo ver is dat hij echt niet meer verder wil leven. We zien dat moment naderen, aanbreken en passeren, we horen de gesprekken, waarbij Antoinette scherp naar Cees’ moeilijk verstaanbare zinnen luistert en leest wat hij aan letters aanwijst op een letterbord.

De documentaire heeft hier destijds, maar ook daarna in het buitenland, voor veel opschudding gezorgd, de slechte reputatie van Nederland als thuisland van het ‘euthanasiasme’ zoals schrijfster Andreas Burnier dat noemde, is er deels aan te danken. De digitale zender Holland Doc heeft deze week als thema ‘Mag ik dood?’ en zendt in dat kader alleen documentaires uit over sterven.

Doodgaan, en dan vooral euthanasie, is met seks van jongeren een van de onderwerpen waarover we het vaakst gevraagd worden om na te denken. Maar het valt niet mee daar een duidelijke mening over te vormen. Je weet, al kijkend, niet eens zeker of je dat wel wilt, een mening. Alles is zo eindeloos gecompliceerd rond het sterven en de dood.

Had Van Wendel de Joode nog langer kunnen leven? Ja vast. Je kreeg de indruk dat het eerder zijn machteloosheid was die hij niet meer aankon (hij kon niets meer zelf) dan dat zijn lichamelijke toestand hem fysiek zo vreselijk deed lijden. Hij was vastbesloten niet tot het uiterste te gaan. De huisarts kon dat billijken, en zijn vrouw blijkbaar ook. Ze ondervroegen elkaar daar niet enorm over – zoals sowieso de gesprekken die in het kader van dit thema te zien en te horen waren een tamelijk technisch karakter hadden.

We zagen behalve Dood op verzoek ook de driedelige documentaireserie Regie over eigen leven en sterven, gedraaid op een oncologische afdeling en Dag allemaal over een 92-jarige man die geen hulp bij zijn dood had gezocht maar zichzelf had verhangen in het schuurtje. Dat gaf een interessante verschuiving in het perspectief, omdat de vraag daar niet meer was wanneer euthanasie gerechtvaardigd is en of we op dat punt op de goede weg zijn, maar wat mensen ervan vinden als iemand niet meer wil leven. De oude man was niet ziek, volgens zijn familie niet alleen, zijn vrouw was net terug uit het ziekenhuis na een lichte beroerte.

Een dochter opperde voorzichtig dat vader er misschien tegenop had gezien om voor moeder te moeten gaan zorgen, de andere familie zocht maar niet te veel naar de reden. Dorpsgenoten waren minder omfloerst en keurden zijn daad onomwonden af: „Je doet ’t samen, dan moet je ’t samen afmaken. Dat heb je toch beloofd vroeger”, zei er een. Opmerkelijk genoeg eindigde de afscheidsbrief, waarin verder nietszeggendheden stonden als: ,,Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan” , met de woorden: „laat elkaar nooit in de steek”.

Zijn er dingen waarover we niet moeten denken in termen van ‘begrijpelijk’ of niet, maar die we gewoon als een taboe moeten beschouwen? Bij incest doen we dat, niemand probeert zich ooit in te leven in de gevoelens van de dader, dat is, en gelukkig maar, gewoon een taboe. Maar daar is een ander leven bij betrokken.

In zekere zin is dat ook het geval bij zelfdoding en euthanasie – er zijn naasten. Die waren het in de gevallen die we gisteren te zien kregen altijd met de wens om te sterven eens. In sommige gevallen was het de arts die door wat afhoudend te zijn, andere medicijnen te geven, zorgde voor een pijnloze, natuurlijke dood. Een mogelijkheid die de patiënt en de familie vaak niet gezien hadden.

Stof tot nadenken.