De school opknappen? Daar is de AWBZ niet voor bedoeld

De staatssecretaris van Volksgezondheid pakt betwistbaar gebruik van de AWBZ aan. Bussemaker: „Geen garantie meer op langdurige zorg voor elk individueel probleem.”

Onlangs hoorde staatssecretaris Bussemaker dat een school een gang opknapte met geld uit de volksverzekering voor langdurige zorg, de AWBZ. „Dat is absoluut niet de bedoeling. Daar is de AWBZ niet voor”, zegt de PvdA-staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ferm.

Wat vaker voorkomt, is dat scholen AWBZ-geld inzetten om extra onderwijzers of klassenassistenten aan te stellen. Dit soort „betwistbaar” gebruik van premiegeld gaat de staatssecretaris aan banden leggen.

Over tweeënhalve week komt het kabinet met zijn oordeel over de toekomst van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Het wil het beroep op AWBZ-zorg beteugelen door veel scherper te formuleren wanneer iemand er aanspraak op kan maken. Ook komt er waarschijnlijk een inkomensafhankelijke bijdrage voor álle AWBZ-hulp. Nu is bijvoorbeeld ondersteunende en activerende begeleiding (administratieve en boodschappenhulp, huiswerkbegeleiding) daarvan uitgezonderd.

De AWBZ dreigt onbetaalbaar te worden, zegt Bussemaker. „We kunnen op deze manier niet door.” Zij wil de regeling, met nu 600.000 gebruikers, alleen laten voortbestaan voor echt hulpbehoevenden: dementerende ouderen, zwaar verstandelijk gehandicapten, ernstige psychiatrische patiënten en de kwetsbaarste groep onder de licht gehandicapten. „

Onbedoeld gebruik gaat Bussemaker stoppen. „Er wordt steeds vaker onderwijsbegeleiding aan jongeren gegeven, betaald uit de volksverzekering. Zij hebben veelal psychiatrische problemen. Als je de AWBZ wilt behouden voor de oorspronkelijke doelgroep, moet je kijken waar de kostenstijging vandaan komt. Die komt met name van de jongeren met psychiatrische en gedragsproblemen zoals autisme en ADHD, veel minder dan gedacht van ouderen.”

In de AWBZ is nu heel globaal omschreven wanneer iemand recht heeft op ‘ondersteunende begeleiding’. Daarom kunnen velen er een beroep op doen. Zo hebben ouders van kinderen met een aan autisme verwante stoornis recht op een begeleider die hun kind naar de sportclub brengt of bij de les houdt in de klas. Ouderen met een zware beperking kunnen hulp krijgen bij de boodschappen.

„Een boodschappenservice is nu bij uitstek een taak van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning”, zegt Bussemaker. „Die wet is er om zelfredzaamheid van burgers te vergroten. Zulke hulp zouden gemeenten moeten vergoeden, niet de AWBZ..” 

Over onderwijsbegeleiding aan kinderen met psychiatrische problemen: „Ik zeg niet dat ik voor ál deze kinderen ondersteuning intrek. Als er een heel zwaar autistisch kind is, of een kind dat heel veel medische begeleiding nodig heeft om onderwijs te volgen, dan hoort dat bij de zorg. Maar als het om éxtra begeleiding gaat van kinderen waarmee uiteindelijk op scholen extra onderwijskrachten worden aangetrokken, dan hoort dat niet bij geloofwaardige en onbetwistbare AWBZ-zorg. We moeten de vraag beantwoorden wat bij het onderwijs hoort en wat de verantwoordelijkheid van ouders is.”

Een groot probleem vormen de bureaus jeugdzorg die vaststellen op welke zorg iemand recht heeft. Deze provinciaal gefinancierde bureaus verwijzen ouders van kinderen met psychiatrische problemen als vanzelfsprekend door naar de AWBZ, zegt Bussemaker. Voor ondersteunende begeleiding. „Het Rijk betaalt. Een perverse prikkel; er zit geen enkele rem op. Ik vraag me echt af of we naar een samenleving toe moeten waarin al deze jongeren een individuele begeleider krijgen. Mijn visie op de toekomst is niet dat we voor elk individueel probleem een medische diagnose stellen die uiteindelijk garantie geeft op langdurige zorg.”

Bussemaker ziet dat ouders elkaar op de mogelijkheden attenderen. „Ouders zeggen tegen elkaar: ‘Ik krijg hulp, dat moet jij ook vragen!’ Als je wilt en je bent slim, kan je voor je kind met gedragsproblemen elke middag een begeleider thuis regelen, met een persoonsgebonden budget. Ik snap heel goed dat ouders dat doen, het mag formeel, maar daar is de AWBZ niet voor bedoeld.”

Daarmee wil de staatssecretaris niet alle ondersteunende begeleiding uit de AWBZ halen: „Voor een zwaar gehandicapte kan die hulp nou net betekenen dat hij niet naar een instelling hoeft. En ook voor dementerende ouderen vind ik ondersteunende begeleiding onbetwistbare en geloofwaardige zorg. Maar als die hulp alleen iets extra’s biedt voor mensen om ook wat leuks te doen, dan hoort het bij de WMO.”

Bussemaker wijst op haar verantwoordelijkheid; het gaat om publiek geld. „We vragen mensen wel maandelijks 320 euro aan de AWBZ af te dragen, veel meer dan voor de zorgverzekering. Daar moet je heel zorgvuldig mee omgaan. Een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor alle zorg vind ik ook logisch. De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.”

Maar artikelen over de AWBZ op nrc.nl/binnenland