De onzichtbare muur

Het gaat niet goed met het imago van de Vlaming. In het buitenland ziet men ons als een welgesteld, racistisch en eng nationalistisch volk. Ik begin te vermoeden dat dat inderdaad een vrij accurate weergave is van een aanzienlijk deel van de Vlamingen. De groep die niet aan die afschildering voldoet is gelukkig nog te groot om als ‘uitzondering’ te worden bestempeld, maar toch.

Hoewel ik het buitenland vaker heb bezocht dan zuidelijk België, hoewel mijn kennis van de Franse taal zo erbarmelijk is dat ik er een fobie rond heb gekweekt, en hoewel geen enkele Waal tot mijn directe sociale omgeving behoort, bedroeft zelfs de suggestie van een landscheiding mij. Dat de onzichtbare muur door België eigenaardig is, drong de voorbije jaren voornamelijk tot me door wanneer buitenlandse vrienden ernaar vroegen. „We politely ignore each other”, zo begon ik vaak, waarna ik opperde dat België werkt en model kan staan voor landen als Cyprus. Iets dergelijks zeg ik tegenwoordig niet meer. De gedachte aan een opsplitsing van dit land treft mij enigszins emotioneel en drijft mij tot meer toenadering tot het zuiden. In oktober begin ik nog eens aan een cursus Frans en ik probeer vrienden warm te maken voor het bezoeken van Waalse steden.

De uitslag van de laatste verkiezingen, en de daaropvolgende politieke impasse waarin de woorden ‘neen’ en ‘non’ eindeloos werden heen en weer gekaatst, kwam voor mij als een bizarre verrassing. Ja, ik zie de drijfveren en verworvenheden van de Vlaamse beweging en ik begrijp dat het om een maffe staatsconstructie gaat. Maar het Wallonië van nu kent streken die in Oost-Europa lijken thuis te horen. Wanneer er geen beroep meer kan gedaan worden op de hulp van de twee-eiige tweelingbroer, wordt er net meer solidariteit verwacht van de verre familieleden. Als Wallonië zonder Vlaamse financiering zou vallen, dan heeft het nood aan veel Europees geld. En of de doorsnee Tsjech of Fin zich verwant genoeg zal voelen om daartoe bij te dragen, is nog maar de vraag.

Ik dacht niemand persoonlijk te kennen die dit land liever in tweeën ziet breken. Dat bleek niet zo. Het komt dichterbij. Zo kreeg mijn vader een tijdje geleden een pamflet van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen in zijn bus. Onder de kop ‘Nog een voorbeeld van de haat tegen al wat Vlaams is!’ werd een oproep tot meer solidariteit en samenwerking afgedrukt die door veel Franstalige en Nederlandstalige Belgische kunstenaars, onder wie ik, werd ondertekend. Een anonieme held(in) van de Vlaamse onafhankelijkheidsstrijd had erbij geschreven: „Uw dochter is in goed gezelschap. De Vlamingen mogen wel haar boeken kopen.” Nog een voorbeeld van de haat tegen al wat solidair is. Verveling speelt in dit alles ook een rol, neem ik aan.

En dichter... Laatst huurde ik met kennissen een een vakantiehuisje in Frankrijk. Onze buren bleken Waals te zijn. Tijdens het barbecuen grapten wij wat over de gemeenschappelijke haag die na nog meer drank wel eens een taalgrens zou kunnen gaan symboliseren. Toen de Waalse buurman de volgende ochtend, in zijn beste Nederlands, kennis met ons kwam maken, toonden enkele van mijn reisgenoten genant weinig interesse. Diezelfde avond zong de buurman „Les Wallons ne sont pas des cons!” in zijn tuin. Ik probeerde hem nog vaak vriendelijk te groeten, maar de breuk viel niet meer af te wenden. Hopelijk is dat op grotere schaal nog wel het geval.