Biodiversiteit zal nog lang afnemen

Nederland haalt EU-doelstelling om teruggang biodiversiteit te stoppen niet.

Het duurt nog minstens decennia voordat dit proces tot stilstand is gebracht.

De noordse woelmuis houdt van natte terreinen met wisselende waterstanden. Die komen in Nederland steeds minder voor. Foto Foto Natura Natura

De biodiversiteit in het net van Ben Brugge laat weinig te wensen over. Een paar keer zwaaien door het riet in de Kennemer Duinen levert een keur aan insecten op; van slakkendodervlieg tot kroosmotje. Via een buisje met daaraan twee slangetjes zuigt Brugge de insecten uit het net en stopt ze in een glazen buisje. De collectiebeheerder gaat ze in het Zoölogisch Museum van de Universiteit van Amsterdam nader bestuderen.

De duinen boven Zandvoort bewijzen de positieve invloed die natuurbescherming op de biodiversiteit kan hebben. Nadat waterleidingbedrijf PWN er stopte met het winnen van drinkwater, nam de verdroging af en keerden zeldzame planten en dieren er, geholpen door natuurbeschermers, terug. Maar de Kennemer Duinen vormen een uitzondering. Ze maken onderdeel uit van Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden dat is opgezet om de teruggang in de biodiversiteit per 2010 te stoppen. In een vorige week gepubliceerd rapport schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving dat dit, alle inspanningen ten spijt, niet gaat lukken.

„Totaal gespeend van iedere realiteitszin”, zegt insectendeskundige Herman de Jong in strandpaviljoen Parnassia over de EU-doelstelling. Op deze regenachtige middag bereiden docenten en universiteitsmedewerkers in de duinen een veldcursus biodiversiteit voor biologiestudenten voor. De Jong verwijst naar het doel dat Europese regeringsleiders zich in 2001 in het Zweedse Gotenborg stelden. „Iedere specialist heeft daar hard om gelachen”, zegt Gerard Oostermeijer, universitair docent populatiebiologie. „Dat is niet meer dan een politieke gimmick geweest. Zo van, dat gaan we wel even doen. Ze weten niet waar ze het over hebben.”

De werkelijkheid is dat alleen de snelheid afneemt waarmee planten en dieren uit Nederland verdwijnen, maar dat het nog minstens decennia duurt voordat dit proces is gestopt. En dat lukt volgens het planbureau alleen als er extra wordt geïnvesteerd in het vergroten en aaneenrijgen van natuurgebieden. Iets wat in het steeds dichterbevolkte Nederland onwaarschijnlijk is. Het beeld in diverse andere EU-landen is volgens het planbureau hetzelfde. Overal wordt het landschap eenvormiger, waardoor soorten die afhankelijk zijn van specifieke typen begroeiing en bodems sterk in aantallen teruglopen. „De boerenzwaluw bijvoorbeeld heeft modder nodig om een nest van te bouwen. Doordat we alles asfalteren krijgt hij het steeds moeilijker. Zo is er voor iedere kwetsbare soort wel een reden te geven waardoor het slechter gaat”, aldus hoogleraar biodiversiteit Wim van der Putten.

De woordvoerder van eurocommissaris Dimas (Milieu) erkent dat het „heel, heel erg lastig” zal worden om de teruggang in biodiversiteit per 2010 te stoppen. Dat het onmogelijk is ontkent ze. „Het is aan de lidstaten om het doel te halen. De Europese Commissie ziet toe op de bescherming van de Europese natuurgebieden, maar het meeste werk moeten de EU-landen zelf doen”, zegt ze vanuit het Duitse Bonn, waar deze week een conferentie van de Verenigde Naties over biodiversiteit plaatsvindt.

Waar diverse inheemse soorten het steeds moeilijker krijgen, grijpen ‘migranten’ hun kans. Vele slagen erin om mede onder invloed van klimaatverandering vanuit het zuiden noordwaarts te migreren.

Dat veranderingen in biodiversiteit onder invloed van klimaatverandering grote gevolgen kunnen hebben, staat voor hoogleraar Van der Putten vast: „Kijk naar de paardenkastanjemineermot. Die komt over uit Zuid-Europa en heeft hier geen natuurlijke vijanden. Deze mot is er de oorzaak van dat kastanjebomen al in augustus bruine bladeren hebben. Als er dan nog iets overheen komt, dan zijn die bomen gewoon weg.”

In de Kennemer Duinen bewijst de roodborsttapuit dat alle natuurbeschermingsmaatregelen ook wel degelijk effect hebben. „Hoor je ’m”, zegt vogelspecialist Ronald Sluijs. In een boomtop is het silhouet van de vogel met rode borst en zwarte kop te ontwaren. Sluijs: „Daarvan zijn er nu veel meer dan dertig jaar geleden.”