‘Bij mij is Stanley een Marokkaan in de Pijp’

Eric de Vroedt regisseert ‘A Streetcar Named Desire’ als een sociaal conflict tussen de racistische elite en de Marokkaanse onderklasse: „Onze vrouwen zijn te snel voor migrant Stanley.”

De kozijnen zijn afgebladderd, het bed oogt als een Amerikaanse slee, bedekt met een sprei met panterprint en de wc en het bad doen het echt. Na zoveel lege, esthetisch verantwoorde decors is het weleens een verademing om een realistisch, gedetailleerd decor als dat van A Streetcar Named Desire te zien: een krappe Amsterdamse bovenwoning volgepropt met prullaria. De spelers bewegen erin als neurotische tijgers. Een Arabisch ogende Stanley loopt rusteloos rond in een zwarte trainingsbroek met indianenfranjes. Zijn tijdelijk inwonende schoonzus Blanche, gespeeld door Tamar van den Dop, zingt in bad. Met haar snobistische opmerkingen zet ze de verhoudingen in de arbeiderswoning op scherp.

Regisseur Eric de Vroedt kiest voor het sociale conflict in het stuk: „Bij mij is Stanley geen Pool, maar een Marokkaanse Nederlander die in een pijpenla woning in de Pijp woont. Net als in het origineel komen zijn vrouw Stella (Janni Goslinga) en schoonzus Blanche uit de zuidelijke elite, maar in plaats van Mississippi is dat Limburg – land van Wilders – geworden. Van de erven Tennessee Williams mag je niets aan de tekst veranderen, dus wordt Stanley nog steeds een ‘Pollack’ genoemd. Nu is dat een misverstand tussen Stella en Blanche, voor wie alle buitenlanders toch één pot nat zijn.”

De Vroedt (1972) is bezig naam te maken met zijn zelfgeschreven reeks Mightysociety; scherp politiek theater over hedendaagse krantenthema’s als marketing in de politiek, zelfmoordterrorisme, globalisering van het harde kapitalisme, en de Amerikaanse oorlogen. Bij de voorstellingen hoort een krantje en een reeks debatten. Nu verrast hij door naar een klassiek psychologisch drama te grijpen: A Streetcar Named Desire (1947) van Tennessee Williams, beroemd door de verfilming met Marlon Brando. De voorstelling is onderdeel van TA-2, de gezamenlijke kweekvijver voor jonge theatermakers van de Toneelschuur en Toneelsgroep Amsterdam, en gaat morgen in Haarlem in première.

Mohammed Azaay speelt Stanley als de anti-Brando. Hij is een kop kleiner en drie keer zo dun als de forse, karnemelkse vrouwen die hem flankeren. Zijn hoofd lijkt nog wat kleiner door de grote vierkante gouden bril die hij opheeft. Zeer tegen Azaays zin overigens; hij wil eigenlijk best wat meer Brando zijn. De bril en het schlemielige bevallen hem maar matig. Schreeuwen als Brando doet hij niet. De bekende oerschreeuw van het gekwelde dier Brando in de film („Stellaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!”) vult Azaay geluidloos in. In deze voorstelling wordt sowieso slechts sporadisch de stem verheven. De toon is gedempt dreigend.

Volgens De Vroedt is zijn opvatting van Stanleys rol als gediscrimineerde migrant geen eigen invulling, maar iets dat gewoon in het stuk zit: „In het origineel is Stanley ook de underdog, een Poolse fabrieksarbeider, die aanvankelijk niet is opgewassen tegen die sterke, goedgebekte elitaire vrouwen. Ze zijn te snel voor hem. Door de indruk die de film heeft gemaakt, is dat beeld scheef getrokken. Brando was te macho en overheersend voor zo’n ondergeschikte rol. Dus maakte hij er de Brando-show van, met een über-Amerikaan in de hoofdrol.”

Volgens de Vroedt valt Stanley, geconfronteerd met een seksueel vrije, verbaal begaafde vrouw als Blanche, terug op de steile waarden van de patriarchale dorpscultuur waar hij uit voortkomt: „Hij wordt aangetrokken door die vrijgevochten wereldse vrouwen, maar hij verwerpt ze ook. Tegenover hem staat Blanche, de decadente dame, die zichzelf heeft verloren in te veel vrijheid. Zij heeft juist weer behoefte aan grenzen en wordt aangetrokken door de gezonde oerkracht van Stanley. Hij is de streetwise realist. Blanche is de utopist, die de wereld graag voorstelt niet zoals hij is, maar zoals hij zou moeten zijn.”

De Vroedt wil niet alleen de sociale tegenstelligen blootleggen, maar ook de politieke gevolgen daarvan: „Blache, de elitaire Verlichtingsprofeet, en Stanley, de anti-elitaire migrant, staan symbool voor de twee extreme stemmen die het debat in Nederland bepalen. Stella en Mitch – de vrijer van Blanche – staan voor de middengroepen, die de toon zouden moeten dempen, maar die de polarisatie aanwakkeren door te schipperen, door niet te kiezen.”

De Vroedt wil met zijn voorstelling een pleidooi houden voor matiging: „ Het is een oproep aan de middengroepen om de macht te heroveren en het extremisme geen ruimte te geven. Mijn boodschap is: Meer gepolder!”

T/m 7 juni Toneelschuur Haarlem. Info 023-5173910 en www.toneelschuur.nl.