Waarderingen niet grootste probleem

Er valt zeker wel wat af te dingen op het waarderen van effecten volgens de zogenoemde mark-to-market-methode, waarbij voor boekhoudkundige doeleinden wordt uitgegaan van de dagwaarde. Toch maken de recente klachten van bankiers over deze methode een enigszins onoprechte indruk. Zij aanvaardden haar immers maar al te graag toen de hausse op de markten resulteerde in forse waardeverhogingen. Nu schreeuwen zij moord en brand, omdat koersdalingen leiden tot papieren verliezen.

Het Institute of International Finance (IIF), een brancheorganisatie, stelt voor in tijden van crisis terug te vallen op historische koersen. Zakenbank Goldman Sachs noemt dat plan een ‘Alice in Wonderland’-oplossing. En de bank heeft gelijk: het idee van het IIF is onzinnig en slecht.

Er is geen twijfel mogelijk dat mark-to-market-waarderingen niet volmaakt zijn, met name omdat ze de neiging hebben een op- of neergaande trend te versterken. Het IIF merkt terecht op dat het moeilijk wordt de markt als graadmeter voor waarderingen te hanteren, als die markt is opgedroogd. Het kan dan lastig zijn om aan effecten een koers te verbinden. En als de koersen dalen, liquideren zakenbanken hun posities, waardoor de balansen nog verder onder druk komen te staan.

Maar het omgekeerde gebeurt als de koersen omhooggaan. In een sterke economie stijgen de beurskoersen. De belangen van zakenbanken in allerlei financiële instrumenten, van bedrijfskredieten tot hypotheekobligaties, nemen in waarde toe. Dat stelt de banken in staat in hun kwartaalcijfers winsten op te voeren. En omdat banken erop uit zijn er ‘efficiënte’ balansen op na te houden, wordt het extra kapitaal dat voortvloeit uit die papieren winsten ingezet voor nieuwe beleggingen – waardoor de koersen nog verder stijgen en de positieve trend versterken.

Het IIF wil effecten nu waarderen op hun oorspronkelijke, historische koersen – maar alleen in tijden van crisis. Dat betekent dat het probleem met mark-to-market-waarderingen slechts voor de helft wordt aangepakt, en dat ook nog eens op een manier die de achterban van het IIF goed uitkomt. Bovendien kan met enige overtuiging worden gesteld dat – zeker tegen de achtergrond van het soort effecten waarin wordt gehandeld en de mentaliteit die gemeengoed is onder zakenbanken – mark-to-market-waarderingen een natuurgetrouwer beeld opleveren van hun situatie dan historische koersen, zelfs als die altijd – en niet alleen in crisistijden – zouden worden toegepast.

Het is beter om te proberen het gedrag van banken te veranderen door ze ertoe aan te zetten hetzelfde te doen als centrale banken: tegen de wind leunen. Als de economie goed draait, moeten de zakenbanken hun balansen spekken en de verleiding weerstaan om het geld aan het werk te zetten door tegen veel te hoge koersen te beleggen in riskante effecten. Dat geld denken ze immers alleen maar te hebben dankzij de papieren winsten op eerdere beleggingen. Als de economie vervolgens verslechtert, kunnen de banken trots zijn op hun behoedzaamheid en hoeven ze geen steen en been meer te klagen.

Robert Cyran