Vwo’er met maatschappelijke opdracht

De vraag naar plaatsen op een gymnasium is groter dan het aanbod. Wat te doen? In Amsterdam debatteerden rectoren, ambtenaren, bestuurders en ouders er gisteren over.

Het Praedinius Gymnasium in Groningen vraagt elk jaar of ouders tien redenen willen geven waarom ze voor die school hebben gekozen. En nooit, zegt conrector R. Jansen, noemen ze Grieks en Latijn. Het gaat ze om de kleinschaligheid van de school, de kwaliteit van het onderwijs, de bevlogen leraren, de homogeniteit van de leerlingen: intelligent en gemotiveerd. Dat zijn de redenen waarom vrijwel alle 37 zelfstandige gymnasia in Nederland uit hun voegen barsten. Niet alleen die in Amsterdam.

Maar Amsterdam lijdt er het zwaarst onder. Dat bleek gisteravond tijdens een debat in die stad tussen vijftig rectoren, ambtenaren, schoolbestuurders en ouders van gymnasiasten. Het initiatief daartoe kwam van ontevreden ouders wier kinderen zijn uitgeloot – negentien dit jaar – voor een van de vijf Amsterdamse gymnasia. De discussie zou gaan over alternatieven voor loting als selectiemethode, wanneer te veel kinderen met een ‘vwo-advies’ zich inschrijven op die scholen.

Moest de lat voor toelating hoger liggen, kunnen de categoriale scholen groeien of kan er nog een categoriaal gymnasium bij? In Haarlem buigt de rechter zich momenteel over de vraag of het Stedelijk Gymnasium daar alsnog de uitgelote leerlingen moet toelaten. Ook in Den Haag, Utrecht en andere steden loten gymnasia als te veel kinderen zich melden.

In Amsterdam ging het debat gisteren al snel over iets anders: de etnische segregatie in het onderwijs. Vwo’s, en zeker de categoriale gymnasia, zijn overwegend ‘wit’, terwijl de vmbo’s massaal bezocht worden door Amsterdamse kinderen met buitenlandse ouders.

Zeki Arslan van multicultureel platform Forum, trad op als ‘ambassadeur’ van staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA). Hij riep de aanwezige elite op om de vwo- en gymnasiumafdelingen van de grote scholengemeenschappen niet langer in de steek te laten. „Kansrijke kinderen moeten kansarme kinderen omhoog trekken.” Hij is dan ook tegenstander van meer categoriale gymnasia.

Een gemeenteambtenaar hield een pleidooi voor de buitenwijken waar de vwo-afdelingen door de ‘witte vlucht’ zo slinken dat „er straks alleen nog maar vmbo’s te vinden zijn”. Een vwo-afdeling met nog maar zeven leerlingen per klas is financieel onhoudbaar.

Ook Pieter Hettema, bestuurder van vijf christelijke scholengemeenschappen, wees op de ‘maatschappelijke opdracht’ van alle zeventig Amsterdamse middelbare scholen. Om de boel bij elkaar te houden, integratie te bevorderen en de zwakste leerlingen binnenboord te houden.

Aan maatschappelijke opdrachten van bestuurders heeft zijn zoon van elf geen boodschap, zeiM. van Mens. „Hij zocht met zijn vrienden gewoon de leukste school uit. Dat was het Barlaeus, hij vond de open dag geweldig. Maar hij is uitgeloot, zijn vrienden niet. U wilt niet weten welke impact dat heeft gehad op ons gezin.” Van Mens had twee suggesties, de eerste ironisch: maak de open dagen van gymnasia minder aantrekkelijk voor kinderen en eis van aspirant-leerlingen dat ze een motivatie schrijven voor toelating in plaats van een lootje trekken.

De geborgenheid die kleine gymnasia bieden vergeleken met grootschalige scholengemeenschappen, trekt ouders, kinderen en leraren in het hele land. Daarom, zei rector Marten Elkerbout van het Barlaeus Gymnasium, is de suggestie oneigenlijk dat in het multiculturele Amsterdam ouders alleen een categoriaal gymnasium kiezen om allochtone leerlingen te mijden. Hij relativeerde tevens het leed rond de loting. „Loting is willekeurig en dus onrechtvaardig. Maar het is de minst slechte selectiemethode omdat je op grond van Cito-cijfers en een vwo-advies nooit precies kunt voorspellen welke leerlingen het goed zullen doen op een gymnasium. En uitgeloot worden kan ook een leerzame ervaring zijn. Je herneemt ze zelf en vindt weer je weg.”

Ger Smit zucht. Hij werd in 1975 rector van het Stedelijk Gymnasium in Haarlem, waar nu de lotingsrechtszaak speelt. In die tijd gingen landelijk 12.000 kinderen naar de 37 zelfstandig gymnasia, nu zijn dat er 25.000. „Groter groeien kunnen de scholen niet meer, want een gymnasium moet het juist hebben van zijn kleine schaal.” Toch vindt Smit, net als de teleurgestelde ouders, dat elk kind dat het kan en wil, recht heeft op een plek op een categoriaal gymnasium. „Ik nam vroeger zelfs kinderen aan met een havo-advies. Ik zei: de helft haalt het, het is aan jou.”