VN-troepen weer in opspraak

Seksueel misbruik van kinderen door militairen van de VN en hulpverleners wordt vaak niet gemeld, stelt een rapport. Angst houdt de slachtoffers tegen.

Opnieuw zijn vredestroepen van de Verenigde Naties in opspraak gekomen wegens seksueel misbruik van kinderen. Al jaren zegt de volkerenorganisatie dat ze dergelijk wangedrag niet tolereert. Maar ze slaagt er maar niet in de praktijken uit te bannen.

De Britse organisatie Save the Children stelt in een vandaag uitgebracht rapport dat misbruik van kinderen door vredestroepen en hulpverleners veel groter is dan tot nu toe bekend is. Voor ieder geval waarover een klacht wordt ingediend staan veel andere gevallen waarover de slachtoffers zwijgen, aldus de organisatie. Vanwege de sterke machtspositie van de daders durven slachtoffers en hun familie het vaak niet aan om een aanklacht in de dienen.

Het rapport, gebaseerd op onderzoek in Soedan, Ivoorkust en Haïti, wijst niet alleen de vredestroepen van de VN aan als boosdoeners. Ook personeel van civiele hulporganisaties die zich bezighouden met gezondheidszorg, het uitdelen van voedsel, onderwijs en wederopbouw zouden zich schuldig maken aan seksueel misbruik van kinderen, soms niet ouder dan zes jaar. Het wangedrag zou op elk niveau voorkomen, van chauffeurs en bewakers tot hogere managers, zowel bij lokaal personeel als bij buitenlanders.

Maar onevenredig vaak gaat het bij de gevallen van misbruik in het onderzoek om militairen van VN-troepen, stelt het rapport. De afgelopen jaren zijn al herhaaldelijk gevallen van seksueel misbruik (en ander wangedrag) van VN-troepen aan het licht gekomen. En de Verenigde Naties hebben ook een reeks maatregelen genomen om dat gedrag te voorkomen.

De volkerenorganisatie voert een beleid van ‘nultolerantie’, zei een woordvoerder vandaag tegen de BBC. Maar, voegde hij daaraan toe, met een totaal aantal blauwhelmen in de wereld dat gegroeid is tot meer dan 100.000 is het onmogelijk om ‘nul incidenten’ te garanderen.

Een van de problemen voor de VN is dat zij schuldige militairen niet strafrechtelijk kunnen aanpakken, maar alleen naar huis kunnen sturen. De verantwoordelijkheid om juridische stappen te ondernemen ligt bij de landen die de troepen leveren. En die laten het er vaak bij zitten.

Save the Children erkent dat internationale organisaties de afgelopen jaren belangrijke stappen hebben gezet om het probleem aan te pakken, met gedragscodes en procedures voor de behandeling van klachten. Maar tot praktische resultaten heeft dat nog amper geleid, aldus het rapport, onder meer vanwege de geringe bereidheid van de slachtoffers om aanklachten in te dienen, en ook omdat klachten te vaak niet serieus worden genomen en daders ongemoeid worden gelaten.

Save the Children pleit voor de oprichting van een organisatie die er als een ‘waakhond’ op moet toezien dat internationale hulporganisaties en de VN het probleem effectiever aanpakken. Op lokaal niveau zouden daarnaast procedures ingevoerd moeten worden die het voor slachtoffers makkelijker maken om misbruik te melden.

Het rapport en een reportage over wangedrag van blauwhelmen in Ivoorkust via nrc.nl/buitenland